Het corona-virus zorgt ervoor dat het vliegseizoen 2020 nog even op zich laat wachten. De gezondheid van de mensen staat terecht voorop. Het is afwachten of we misschien met onze marathonduiven nog een paar vluchtjes kunnen spelen eind juli of augustus.

Vanaf de start van de kweek bouwen we het seizoen op naar de marathonvluchten toe. Nu de start minimaal zes weken wordt opgeschoven, vergt dat wat creativiteit bij de verzorger van onze duiven. Moet het plan worden aangepast? Zo ja, drastisch of een beetje of misschien wel niet?

Ik heb er wat vragen over gesteld aan Kees Droog uit Andijk. Kees won in 2015 Nationaal Barcelona en een jaar later Pau. Kees: ‘Ik heb wel over aanpassingen nagedacht, maar maak me er niet erg druk om. Ik ben nog te druk met mijn tulpenbroeibedrijf. En … de gezondheid van de mensen is belangrijker dan wel of niet vliegen met de duiven.’

  • Wanneer heeft u uw vliegduiven gekoppeld?
    Kees: ‘Ik heb net als andere jaren om 15 maart gekoppeld. Ik ben nu de eerste jongen aan het ringen.’
  • Hebben ze of gaan ze een jong grootbrengen? Deed je dat andere jaren ook?
    Kees: ‘De koppels hebben zoals normaal een koppel jongen in het nest liggen. Dit jaar hebben veel koppels één jong. Ik heb de duiven twee weken voor het koppelen geënt tegen paratyfus. Dat had zijn weerslag op het bevruchten van de eieren. De kwekers waren niet geënt en daar zaten zo goed als geen onbevruchte eieren bij.’
  • Heeft u minder jonge duiven gekweekt dan normaal? Zo ja, hoeveel heeft u er anders en hoeveel nu?
    Kees: ‘Ik kweek nog door met de kwekers en kweek voor mezelf 120 jongen en dat is net zoveel als anders.’
  • Speelt u normaal op weduwschap of op het nest?
    Kees: ‘Nest.’
  • Als u op het nest speelt, gaat u of hebt u de vliegduiven na de kweek scheiden?
    Kees: ‘Over 14 dagen worden de vliegduiven gescheiden. Dan zitten ze op weduwschap. Zo doe ik dat elk jaar. Ze worden dan zo gekoppeld, dat ze op de eerste marathonvlucht op een goede stand zitten. Dit jaar zullen ze langer op weduwschap zitten.’
  • Hoe vaak laat u nu uw duiven los?
    Kees: ‘De duiven gaan om de dag los. Normaal is dat gewoon elke dag.’
  • Houdt u tot aan de vluchten de duiven in rust of kiest u voor normale training (als anders) en gaat u de training als er vluchten aankomen extra opbouwen?
    Kees: ‘Ik laat ze in de ochtend los. Ze vliegen dan een kwartiertje samen. Het hok staat de hele dag open. Ze kunnen in en uit … wat ze zelf willen. In de avond gaan de hokken om acht uur dicht.’
  • Past u uw voermengeling aan en zo ja hoe?
    Kees: ‘Nu nog niet … ze zitten nog met jongen. Straks, als ze op weduwschap gaan, zal ik wel vrij snel over gaan naar 50% gerst. Totdat de vluchten beginnen.’
  • Bent u uw vliegduiven aan het verduisteren? Zo ja, wat is hier het doel van?
    Kees: ‘Nee, nog nooit gedaan. Zijn de hokken niet op ingericht. Ik denk wel dat de liefhebbers die dat wel doen er baat bij hebben, als er in augustus nog marathonvluchten zijn.’
  • Gaat u uw duiven bijlichten?
    Kees: ‘Nee.’
  • Stel dat Frankrijk zijn grenzen dicht houdt … wat vindt u dan van de Oostlijn (Duitsland of eventueel Polen)?
    Kees: ‘Ik ben er gevoelsmatig wat huiverig voor. Maar ik denk dat het alleen een gevoel is. De Franse losplaatsen hebben de mooie traditionele namen en zijn vertrouwd. Iedere melker weet wat een overwinning op Orleans, Bergerac, Perpignan of St. Vincent inhoudt. Dat speelt voor mij ook mee. Ik zal uiteindelijk toch wel meedoen, als we richting het oosten gaan.’
  • Stel er worden eind juli/augustus nog een paar marathonvluchten gevlogen … op welke stand gaat u uw duiven inmanden?
    Kees: ‘Ik ga ze proberen op kleine jongen van 3-7 dagen in te korven.’

Kees: ‘Stel dat we op een gegeven moment gaan vliegen met onze duiven en dat er ook wat marathonvluchten gevlogen kunnen worden, dan kan het seizoen snel opgebouwd. Dat hoeft geen zes weken te duren. Na ‘het gedoe’, een paar jaar terug, mocht ik 1 mei pas weer meedoen met de duiven. Op Barcelona maakte ik toen een goede uitslag. Er kunnen grote stappen gemaakt worden … vooral bij duiven met ervaring.’

Dank je, Kees, voor je visie en mening en succes met het grootbrengen van de jongen