Oud buurman Kasper Johannes, kortweg Kas is overleden. Eigenlijk was hij een zijstratenbuurman. Hij woonde niet direct naast ons, was van beroep stukadoor en kon dat buitengewoon goed. Wanneer hij bij zijn buren plafonds en wanden onderhanden nam, zong hij zijn hoogste lied, keek tevreden naar het resultaat van zijn werk en sprak: ‘Strak en glad, een vlieg glijdt er zo van af.
Zijn grote liefhebberij was naast vissen, en later biljarten, de duivensport. Dat deed hij aanvankelijk samen met zijn vriend Gerrit Snoek die iets verderop, een huis had. Toen die Snoek verhuisde, stond hij er alleen voor. Als Kas iets deed , deed hij dat goed. Zijn duiven verzorgde hij tot in de puntjes, hij zat vaker in het hok dan in de woonkamer, had beroemde lievelingsduiven waarmee hij hele gesprekken voerde: De Oude en de Jonge Spat, de Mondriaanduivin en zijn absolute kampioen….De Bikkel, een gevlekte doffer.
Vooral met die laatste vierde hij triomfen. Jammer genoeg verongelukte die bonte duif uit de koers geraakt op een boze dag door bij Windesheim tegen een auto te vliegen. Of Kas hem ging halen weet ik niet meer maar zo was hij wel. Hij zal ook wel gemopperd hebben, want dat kon hij als geen ander. Blij was hij, toen een paar jaar later iemand anders op een steenworp afstand kwam wonen die zich als beginneling met postduiven ging vermaken. Die man heette Kees. Kas hielp overal mee, bouwde en verbouwde de nieuwe duivenhokjes, gaf goede raad en wist vanzelfsprekend alles beter. Hij gaf zijn nieuwe duivenvriend: De Lichte Bikkel , de Donkere Kop, afstammelingen van de genoemde Bonte Bikkel en de Kapotte Kop een Zijlmansduivin.
Met die nieuwe duifbuurman ging Kas naar tentoonstellingen en duivenveilingen, ze kochten dure duiven en vertelden dat thuis maar liever niet. Die duiven vlogen prijs, stelden soms teleur. Kas en Kees stuurden samen 2 jaar elk een duif mee naar de grote wedstrijd van Sint Vincent, een klassieker met een afstand van ruim duizend kilometer. Die twee vogels kwamen dan na anderhalve dag telkens in dezelfde minuut thuis en wonnen in de stad Amersfoort dan beurtelings de eerste en tweede prijs. Ze hadden heel de weg samen afgelegd, waren net zo onafscheidelijk als hun duivenbaasjes!
Helaas kreeg Kas last van een duivenallergie, in de volksmond een duivenlong genoemd . Eerst droeg hij nog een paar jaar een soort astronoutenhelm, zo’n ding waarmee je tegenwoordig asbest- specialisten ziet rondlopen Maar tenslotte moest er toch gestopt worden met de hobby en na een paar jaar verhuisden hij en Astrid, zijn vrouw, naar een gemakkelijke woning in Vathorst of Nieuwland. Na die verhuizing kwam hij nog geregeld bij zijn vroegere zijstraatbuurman duiven letten als er een wedstrijd was in het weekend. Dat was spannend, hij was enthousiast als achterkleinkinderen van zijn Bikkel vroeg zaten maar als de eerste twee te laat gearriveerd waren uit België of Frankrijk, zei Kas”’ Ik heb het wel weer gezien, ze zijn te laat en je hebt weer gefaald.’ Soms zei hij: ’Ik ben blij dat ik geen duiven meer heb. ’maar of dat echt zo was weet ik niet!. Met zijn elektrische fiets bleef hij met tussenpozen naar zijn oude buurtgenoot en zijn vroegere woonwijk komen, af en toe midweeks, dan kwam hij een greep of schop lenen om pieren uit de grond te wippen bij de grote elzen achter de hoge flat vlakbij waar hij die altijd voor het vissen naar de oppervlakte getrommeld had. Die regenwormen waren natuurlijk maar een alibi. Immers in de omgeving van Vathorst was toch ook wel visvoer te vinden! Hij kwam gewoon koffie drinken, een praatje maken oude successen en wapenfeit bespreken die Kees en Kas behaald hadden: de eerste prijs van Bourges en Orleans en soms keek hij van een afstandje naar de duiven in de volière en zei dan: ‘Die Bonte daar dat is een hele mooie, van wie heb je die….!’ Maar de dingen gingen en gaan voorbij. Kas begon te kwakkelen, werd wat verstrooid en onzeker kwam de laatste tijd minder vaak. De flat is afgebroken, de elzen zijn gesneuveld, er zijn nieuwe huizen en de buurt is haast onherkenbaar veranderd
©c.u
Recente reacties