In de zomer pluis ik de uitslagen wekelijks uit tijdens het Marathonduivenseizoen. Liefhebbers met veel vroege duiven blijven dan wel hangen. Dit zijn vaak liefhebbers die al tientallen jaren met de besten meedoen. In de tijd dat ik die uitslagen consequent naloop (vanaf 2015), kwam er na een paar jaar een naam steeds vaker naar voren: J.W. (Jan) van Gils uit Oosterhout. Eerst was hij 50 jaar een zeer goed programmaspeler en de laatste jaren een topper op de marathonvluchten. Hij pakt kopprijzen op zowel de ochtend- als de middaglossing. Zoals u, als lezer, weet, dat is meestal of de één of de andere discipline van onze hobby … of er moet een ploeg duiven op de hokken zitten van 100 tot 150 of zelfs nog meer. Een goede reden om een keer een bezoekje af te leggen bij deze goede liefhebber. Ik deed dit samen met Romy, mijn trouwe columniste en duivenvriendin, die Jan kent vanuit het Nationaal Inkorfcentrum en die enthousiast werd toen ik mijn voornemen uitsprak een keer bij Jan langs te willen gaan. ‘Jan is een leuke en eerlijke man,’ was haar bescheiden mening.

De liefhebber
De hoofdrolspeler van dit artikel is de 70-jarige Jan van Gils uit het Brabantse Oosterhout. Jan is sinds zijn 62e jaar met vervroegd pensioen. Hij had de laatste jaren een assurantiekantoortje. Daarvoor heeft hij in loondienst gewerkt in dit vakgebied.
Jan over zijn start in de duivensport: ‘Als wij als familie Van Gils in de vakanties teruggingen naar onze geboortegrond  Oosterhout (toen woonden wij in Medemblik) logeerde ik altijd bij een oom die duiven had. Als kind vond ik het dan al prachtig om met de duiven bezig te zijn bij diezelfde oom. Ik was 8 jaar toen ik een paar duiven meekreeg van mijn oom en toen heeft mijn vader een klein kooitje getimmerd en zo is mijn carrière als liefhebber begonnen in 1960. In 1966 zijn we als familie weer terug gekeerd naar onze geboortegrond Oosterhout en daar ben ik direct lid geworden van de NPO en mijn vereniging de O.B.v.P. (Oosterhouts bond van postduivenliefhebbers). Sinds die jaren ben ik programmaspeler en dat ben ik al die jaren gebleven tot 2015. Toen had ik het wel gezien: het gejaag op allerlei Generale Titels en 40 vluchten per jaar op het scherpst van de snede de strijd aangaan. Komt bij dat ik altijd al een voorliefde voor de marathonvluchten gehad heb. Ook in mijn programmatijd heb ik altijd wat nestduiven erbij gehad speciaal voor deze vluchten. De punten van dat onderdeel telde natuurlijk ook voor de generale titels.  Het vele werk, de verschillende ploegen voor het programma spel, lappen, redelijk veel kuren enz … het was genoeg! Het gaf me geen voldoening meer. Komt bij dat ik heel veel gewonnen heb in mijn programmatijd. Daar lag niet echt een uitdaging meer voor me. Ik was blijer met een duif die halfweg of redelijk laat op een marathonuitslag stond als met prijzen in de eerste tien van de normale vluchten.
Ik ben met mijn beste dagfondduiven en toenmalige reeds aanwezige marathonduiven helemaal overgeschakeld naar vooral de ZLU en ik speel er ook een paar middaglossingen bij. In het eerste jaar, in 2015, deed ik op enkele vluchten van de ZLU mee en vanaf 2016 op alle ZLU vluchten. Ik heb in het begin na mijn overschakeling nog wel gedacht: zou ik het gejaag en getob op de programmavluchten niet gaan missen…..nee totaal niet. Heerlijk relaxed koppel ik nu mijn duiven véél later, scheidt ze véél later, leer ze kalm aan op. Dit laatste gaat via de verenging en Hank en probeer vanaf  juni de duiven in topvorm te krijgen. Mijn voldoening  bij goede en zelfs redelijke uitslagen is nu vele malen groter als de laatste jaren op de programmavluchten. Als er toen 10 gemeld waren en ik had nog niets, was ik al in staat om alles op te ruimen (gechargeerd). Gelukkig ging het vanaf de start op de ZLU best wel lekker.

De Hokken
In de tuin in Oosterhou staat 10 meter duivenhok. Hiervoor staan rennen. In deze hokken huizen weduwduivinnen, nestduiven, jonge duiven en kwekers. Naast dit hok heeft Jan een ‘kooi’ van 7 meter, gedekt met golfplaten. Boven iedere afdeling ligt een halve lichtplaat. In de hok zitten weduwnaars en nestduiven.
Jan: ‘Sinds 3 jaar heb ik weer wat weduwnaars erbij. Ik heb zes/zeven jaar alleen nestduiven gehad. Toen kwamen de duivinnen voorop en kwamen de doffers op een enkele uitzondering na, achteraan. De weduwnaars komen nu net zo goed als de nestduivinnen.’

Dan heeft Jan nog een ‘kooitje’ van een meter of 6, waar weduwnaars zitten en wat latere jongen. Ook daar zitten golfplaten op en een halve lichtplaat op het dak. Jan: ‘Ik houd van  veel lucht op de kooien. Driekwart van de plafonds zijn open. Dit in tegenstelling tot de lange kooi met de rennen. Daar zitten de plafonds dicht en staan de grote ramen dag en nacht open. Het doos-principe. Ik doe de duiven in de avond wel binnen op die kooien, maar zet dan gazen horren in de ramen.’

… wordt vervolgd …