U leest al weer het vierde deel over het maken van een plan. We hebben het gehad over goede duiven en dat je die kunt selecteren door met ze te vliegen en te kijken naar de prestaties. Dat je bij het kweken met je beste duiven, meer kans hebt op een nieuwe generatie goede duiven, dan kweken met je mindere duiven. We hebben het over de  opleiding van jonge duiven en jaarlingen gehad. Nu gaan we het hebben over de voorbereiding op het seizoen van ervaren duiven en hoe vaak kun je ervaren duiven eigenlijk spelen op een marathonvlucht in een seizoen. Ik hoop dat u het met zoveel plezier leest, als dat ik het schrijf …

 

Na de opleiding wordt er met de oudere duiven marathonvluchten gespeeld. Ieder jaar heeft zijn eigen voorbereiding. De overjarige duiven die in juni voor de eerste keer een echte marathonvlucht krijgen hebben de nodige kilometers voorbereiding nodig. Vroeger werd er 1.000 km aangehouden. Tegenwoordig zijn er liefhebbers die voor het dubbele gaan. Een spreekwoord zegt dat de waarheid in het midden ligt. In dit geval is dat een mooi uitgangspunt.

 

Belangrijker dan de afstand die als trainingskilometers kunnen worden aangehouden zijn in mijn ogen twee andere dingen. Namelijk ritme en een keer diep gaan. Ritme doen de duiven op als ze met regelmaat worden ingemand op afstanden van 150 tot 350 km. Dit kan over het algemeen heel makkelijk, omdat er genoeg aanbod is van korte vluchten in de periode april tot begin juni. Een keer diep gaan is lastiger. Dit gebeurt vaak op vluchten van boven de 400 km en dan moeten de omstandigheden ook nog eens pittig zijn. Hierbij ben je dus afhankelijk van het programma van je afdeling en ook nog eens van de weersomstandigheden, Dit ‘diepgaan’ lukt dus niet altijd. Voor mensen die in de gelegenheid zijn op vrijdagmiddag naar Hank te rijden, kunnen daar inmanden voor Souppes (programma zie bijdrage van woensdag 13 april). De mensen die daar aan meedoen hebben meerdere kansen op een vlucht waar de duiven diep kunnen gaan.

 

In het voorjaar zijn de temperaturen soms rond de 10 graden en soms zelfs onder die 10 graden. Ik vind het nooit verstandig om dan duiven te spelen. Eén keer een vluchtje onder die omstandigheden komen de duiven wel te boven. Maar van de vier inspeelvluchten twee tot drie vluchten in koude omstandigheden, daar krijgen de duiven vroeg of laat een terugslag van. Dat is mijn overtuiging en dat komt vaak ook uit. Zeker als het weer plots omslaat naar heel warm weer en dat gebeurt in Nederland nogal eens. Hoe kun je dit oplossen hoor ik sommigen van u denken? De duiven niet spelen met de vrachtwagen mee en zelf gaan lappen als het in de middag rond de 15 graden is. Nu had ik vorige week in een groepsgesprek dit ook verteld. Iemand vroeg: ‘Laat je ze dan bij huis ook niet los?’ Mijn antwoord was: ‘Probeer daar wel een beetje op te letten, maar bij huis vliegen is anders dan in lijn vanaf een losplaats.’ ‘Dat is onzin!’ zei deze liefhebber. Ik ben daar verder niet te diep om in te gaan, want ik vind het niet erg, als mensen vinden dat iets oranje is, terwijl het rood is. Kortom ik laat eigenwijze mensen met alle liefde in hun waarde. Maar zijn onzin is wel degelijk zin en dat heeft dus zin om daar rekening mee te houden. Als duiven rondjes om het hok vliegen, hebben ze plezier … als het goed is en stoppen ze met vliegen … als ze het zat zijn. Vanaf een vluchtje willen ze naar huis en vliegen ze door totdat ze er zijn of ze het ff zat zijn of niet. Daar komt bij … dat onervaren duiven met de wind in de rug ook nog weleens doorschieten en enkele uren omvliegen. Dat is dus heel iets anders dan een uur tot anderhalf uur bij huis plezier maken in de lucht. Niet tegen die liefhebber vertellen hoor … ik vertel zijn naam toch niet …

 

Na het inspelen kun je ervaren duiven twee maal spelen of meer dan twee keren. Dit hangt van veel dingen af. Voor onszelf zeggen we altijd … we zien wel na de eerste vlucht, wat er dan nog komt. Wij spelen sinds 2015 alleen ZLU vluchten (op één na boven de 1.000 km) en dan is meestal twee vluchten per seizoen meer dan voldoende. Er zullen echter uitzonderingen zijn dan er een duif driemaal wordt gespeeld. Dit hangt af van de zwaarte van de eerste vluchten en de conditie en de daarbij samenhangende herstel van de betreffende duif. Drie keer spelen op de ZLU-vluchten op onze afstand en verder kan, maar het is absoluut gaan ‘moeten’ en bij ons als voorzichtige spelers eerder een uitzondering dan een regel. De middaglossingsvluchten zijn doorgaans korter en verder uit elkaar. Drie tot vier vluchten ligt dan binnen de mogelijkheden. Wederom afhankelijk van de zwaarte van de vluchten en de conditie (lees herstel) van de duiven. Je moet dat zelf inschatten en even sparren met een ervaren speler in de buurt kan dan geen kwaad.

 

Ik ken liefhebbers die voor het seizoen hele schema’s maken welke duif naar welke vluchten gaat en dat schema moet en zal gevolgd worden. Als alles goed gaat, is het doorgaans geen probleem. Er zit weleens wat tegen en dan moet je flexibel zijn. Wij maken zelf een schema tot en met de eerste vlucht van alle duiven, meestal is dat tot en met Orange en daarna zien we per duif wat de tweede vlucht wordt. Dat werkt prima … voor ons.

 

Volgende week hebben we de laatste onderdeel van de serie van het maken van een plan … de voeding en dan is het plan voor een groot deel klaar …

 

… wordt vervolgd …