Als ik aan de koffietafel met duivenliefhebbers zit te melken, dan stelt er weleens iemand een vraag die er toe doet. Laatst vroeg iemand mij, wat maakt een goede liefhebber een goede liefhebber ten opzichte van de mindere liefhebbers? Deze vraag kun je vanuit verschillende invalshoeken beantwoorden. Een bekende collega-columnist schreef eens: ’Een goede liefhebber onderscheidt zich van een mindere liefhebber, omdat hij de zin van de onzin kan scheiden’ … Daar zit heel veel in!!! Er is echter meer en dat zal deze collega-columnist vast niet ontkennen. Ik denk dat een goede liefhebber een plan heeft. Dat plan hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar het is een verzameling van ideeën die uiteindelijk leidt naar een goed hok met duiven en met prestaties die je van zo’n goed hok met duiven kan verwachten.

 

Een goed plan heeft uiteindelijk een doel. Dat doel kan heel verschillend zijn. Je wil de beste marathonduivenspeler van Nederland zijn. Omdat dit moeilijk te meten is, afgezien van het jaar 2014 waarin Arjan Beens iedereen de baas was op bijna alle fronten, vind ik persoonlijk een doel als: Tot de beste marathonduivenliefhebbers gaan behoren van Nederland voor een lange periode, een realistischer doel. Andere marathonspelers willen graag een keer nationaal Barcelona winnen. Welke marathonduivenspeler wil dat niet? Je zou ook kunnen gaan voor een stam duiven, die met regelmaat een duif oplevert die in de nationale Top 50 van Barcelona vliegt. Maar goed … een ieder kan daar zijn eigen keuze in maken. Een oplettende lezer heeft al lang gemerkt dat ikzelf van doelen houd, die haalbaar zijn voor iedereen die er op een goede manier naar streeft. Met andere woorden een doel mag uiteindelijk geen frustratie worden!

 

Met het stellen van een doel is een plan niet af. Toch kom ik dat regelmatig tegen. Zo zat het ik jaren terug een keer in het begin van het seizoen aan de bar van een duivenclub. We waren toentertijd 5 jaar achterelkaar kampioen Meerdaagse Fond geworden van de regio. Nu klinkt dat veel spectaculairder dan het was, want de concurrentie kwam slechts uit onze eigen club, want de nummer 2 en 3 waren, op één jaar na, clubgenoten. Zoals de Nederlanders bij het langebaan schaatsen over het algemeen, zo was onze club in de regio op het gebied van Meerdaagse Fond. De man waar ik mee ‘in gesprek’ was, had een mededeling. Hij vertelde mij in een redelijk staat van beschonkenheid (op zich niet erg … kleine kinderen en dronken mensen spreken de waarheid) dat hij echte fondduiven had aangeschaft en dat hij ons binnen drie jaar zou verslaan op het kampioenschap wat we al bijna tien jaar domineerden. Volgens mij had hij verwacht dat ik hem voor gek zou verklaren, want hij keek heel verbaasd toen ik hem zei: ‘Ik ben blij dat je jezelf drie jaar de tijd gunt.’ ‘Hoe bedoel je?’ vroeg hij mij en in zijn stem zat een grote vorm van teleurstelling. ‘Nou gewoon,’ antwoordde ik hem, ’ik ben blij dat het niet gelijk volgend jaar dient te gebeuren … kan ik nog even een paar jaar aan het idee wennen, dat er iemand beter is dan wij in deze regio.’ Deze man had een doel en zijn plan om zijn doel te bereiken was goede duiven aanschaffen, kweken, vliegen en de beste worden. Als u dat zo leest, kunt u denken: Wat is daar mis mee? Op zich niet veel … echter met die goede duiven viel het wel mee. De man had duiven aangeschaft bij een redelijke vlieger (zeg maar een subtopper), die een hok vol had met duiven van een topliefhebber. Echter dat was die liefhebber zelf niet. Daar komt bij dat deze liefhebber veelal kleinkinderen had waar hij mee kweekte van de topduiven van deze topliefhebber. Twee generaties verder … Mijn gesprekspartner had daar weer kinderen uit (achterkleinkinderen dus van de toppers), waar hij mee ging kweken en met de kinderen daar uit (achterachterkleinkinderen) ging hij dan vliegen. Kansloze missie als je dan tegen een stam duiven gaat vliegen met een twaalftal duiven die al een keer of meerdere keren Nationaal Top 100 hadden gevlogen en rechtstreekse kinderen hieruit. Het plan leek goed, het doel nog beter, maar de uitvoering was aan veel kanten voor verbetering vatbaar.

 

Het plan van deze duivenliefhebber klopte op vele fronten niet. Hij dacht door jongen te kopen van een redelijke liefhebber, die duiven had van een topliefhebber, dat hij tot grote hoogte kon stijgen. Hij dacht misschien wel dat als het soort goed is, er altijd maar goede duiven uitkomen … generaties lang. Er komt echter meer bij kijken! Met duiven rechtstreeks van die topliefhebber had hij qua duiven een betere kans gemaakt. Dat is niet altijd betaalbaar en dat snap ik dan ook wel. Maar uit topduiven kun je topduiven kweken, daar ligt dus het begin.

 

… wordt vervolgd …