Duivensport is een hobby met verhalen. Verhalen over vroegere tijden … visserslatijn over de vele vroege prijzen die behaald zijn en series op prachtige zware vluchten met NO-wind en dik 30 graden. Liefhebbers die goed kunnen luisteren herkennen dat wel. Al zit er vaak een kern van waarheid in, naarmate de verhalen steeds langer geleden zijn, worden ze mooier … én leuker. Ook deze verhalen sieren onze sport.

Zwarte Piet
Als klein kereltje kwam ik al in de duivenclub van mijn vader en opa. Daar zong een verhaal rond van een duif … ‘De Zwarte Piet’. Deze duif hoorde toe aan Herman Spies, een voor mij toen al oude man, waaraan je zijn vroege status nog vaag kon herkennen. Hij korfde in die tijd (eind jaren ’70, begin jaren ’80) wekelijks een paar duiven in … maar prijs spelen was een zeldzaamheid. Als ‘nieuwelingen’ hem vroegen waar zijn motivatie vandaan kwam om toch maar weer elke week mee te doen, vertelde hij over zijn ‘Zwarte Piet’. Een zwarte doffer die na een aantal weken thuis kwam van Barcelona (een editie van net na de oorlog) én … dat was de enige duif die in Veenendaal ooit van deze vlucht is terug gekomen. Herman teerde tientallen jaren op deze doffer!
Dat was één verhaal die ik me kan herinneren van de sport uit mijn jeugd. Mijn vader en ik hebben het er nog weleens over. Zeker als we een paar jaar onder ons niveau hebben gespeeld met onze duiven én ik de nieuwe strategie van mijn vader niet zie zitten om het komende jaar toe te passen. Mijn vader zei laatst nog tegen me: ‘Stilstand is achteruitgang. Je moet soms dingen proberen, waar anderen succes mee hebben. Als je een paar jaar zo slecht blijft vliegen als het afgelopen seizoen, word je een nieuwe Herman Spies. Dan ga je over successen mijmeren die in een ver verleden liggen.’ Mijn vader dikt de materie graag aan om me wakker te schudden. 😊

Ruffec 1981
Genoeg over ‘Zwarte Piet’. Ik ben bezig leuke verhalen op te rakelen die nog goed in mijn geheugen liggen. Het was 1981 … ik was 9 jaar en meer bezig met voetbal dan met duiven, maar ik was wel zijdelings in de hobby van mijn vader en beide opa’s geïnteresseerd. Mijn vader en zijn vader (opa Job) waren in die tijd fanatieke spelers voor het Generaal Kampioenschap van hun club en van Stedelijk Veenendaal. Het ging dat seizoen vrij goed en ook aan Ruffec werd met een aantal duiven deelgenomen. Deze vlucht was voor de duiven rond de 770 km.
De wijsheren van die tijd hadden de duiven op vrijdagmiddag gelost met wind achter. Nu zouden we zeggen: We gaan het licht in het hok aandoen en gaan zeer vroeg uit de veren (of gaan helemaal niet naar bed), want nachtelijk aankomsten zullen meer regel dan uitzondering zijn. In die tijd niet. Toen dachten ze: Duiven vliegen niet ’s nachts. Ze kijken wel uit, want anders vliegen ze overal tegen aan. Iedere liefhebber ging naar bed … behalve Evert Sukkel (later Suvé). Hij had zijn duiven op een landje en zette zijn auto voor het hok met de koplampen aan, zodat zijn duiven op de landingsbaan, waar Schiphol jaloers op was, in de nacht konden neerstrijken. Evert zat op die Ruffec tevergeefs te wachten. Een paar kilometer verderop lag opa Job te slapen. Een natuurlijke drang wekte hem en hij ging zijn plas doen. Toen hij zijn bed weer inkroop kon hij de slaap niet vatten. Hij dacht buiten wat te horen. Tikte er iets tegen zijn slaapkamer raam … toch even buiten kijken. Hij liep zijn slaapkamer uit, die op de benedenverdieping was en deed de achterdeur open. Hij keek naar buiten en zag een bonte duif op het achterplaatsje lopen … in het schemer. Had hij op het raam getikt? Oooh … potverdrie … een duif van Ruffec. Hij liep naar het hok … ‘de Bonte’ achter hem aan, deed de klep open en klokte zijn Bonte. Hij was van plan naar de schuur te gaan om wat voer voor deze nachtvlieger te pakken, toen hij in het schemer bovenop het zolderhok ‘De Blauwe’ zag zitten. Ook die werd naar binnen gehaald en werd geklokt. De duiven werden gevoerd en toen was het hoog tijd om te melden en om Gerrit uit zijn bed te bellen. Gerrit woonde enkele honderden meters verderop in een flat met vrouw en kinderen en kon vanaf zijn woning de duiven zien vliegen als opa ze losliet. Hij nam de telefoon op en snelde naar het hok, waar opa Job kon vertellen dat ‘De Bonte’ en ‘De Blauwe’ nummer 1 en 2 van Ruffec waren. Later bleek dat er nog een paar duiven in de nacht waren gevallen en dat die liefhebbers na het melden van opa waren gewekt. Opa en pa hadden hun 1e en 2e prijs uiteindelijk te danken aan het tikken van ‘de Bonte’ op het slaapkamer raam.

Heeft u ook een leuk verhaal over uw duiven, vreemde aankomsten of iets anders? Mail het me dan aub … marathonduivenjournaal@gmail.com en ik plaats het op de site. Verhalen maken mede onze hobby!