Toen ik ruim 40 jaar geleden besefte dat ik duiven en de duivensport wel erg leuk vond. Wat op zich niet gek is, als je twee opa’s met duiven hebt en een fanatieke duivenliefhebber als vader. Verder een tante, grote nicht, meerdere neven van mijn vader, een zwager van mijn opa, een broer van mijn andere opa die allemaal wel iets hadden met duiven en de duivensport, dan kan je er niet omheen. Maar in die periode, de jaren ’80, van de vorige eeuw bestond het marathonprogramma uit St. Vincent, Dax en Bergerac. Barcelona werd in onze omgeving sporadisch meegedaan en de andere Internationale Vluchten waren alleen voor Limburg en later Brabant en Zeeland. In de jaren ’90 kwamen daar twee vluchten bij. Dat waren vluchten als Ruffec, Limoges, Brive of Perigueux. Bergerac was en is en blijft een echte Klassieker. Dé Klassieker met de grote aantallen. Vroeger speelde de programmaspelers hun twijfelachtige duiven nog een keer door op Bergerac. Als specialist baalde je ervan als zo’n twijfelduif je voor zat… Zo’n toevalstreffer zag je latere jaren op de uitslag nooit terug. Ik was zo’n uitslagenpluizer die daar toen op lette. Tegenwoordig gebeurt het zelden dat een programmaspeler zich waagt aan Bergerac. Zij hebben hun eigen kampioenschappen waar het Generaal Snelheid vaak het belangrijkst is. Bergerac blijft de vlucht waar de hoogste aantallen worden ingemand. Als je dan een 1e prijs van Heel Nederland wint, heb je wel een mooie parel op je erelijst prijken. In 2026 lukte Gerard Kok uit IJsselmuiden dat. Gerard is een goede liefhebber die veel kopprijzen heeft gewonnen door de jaren heen. Zijn overwinning op Ruffec staat de meesten van ons nog vers in het geheugen.

De winnende liefhebber
De snelste duif van heel Nederland van Bergerac is eigendom van de inmiddels 74 jarige Gerard Kok uit IJsselmuiden. Gerard is al weer wat jaren met pensioen, maar in zijn werkzame leven was hij Functioneel Systeembeheerder bij een Verzekeringsbedrijf.
Gerard over zijn eerste stappen in de duivensport: ‘Van kinds af aan zat ik samen met mijn broer Arnold bij de duiven van mijn vader (Jaap Kok). Hij vloog aanvankelijk in combinatie met zijn broer Jennes. Zelfs al voor de oorlog. Vooral in de jaren 70 en 80 waren we erg succesvol. Zo hadden ze in 1983 zelfs de beste Vitesseduif van WHZB. Nu zouden we dat de Nationale Asduif Vitesse noemen.
Vanuit het gezamenlijke hok met mijn vader, vlogen we onder de naam Jac. Kok en Zn. … tot mijn vaders overlijden in 2010. Vanaf 2011 vlieg ik onder eigen naam, deels dagfond en deels meerdaagse fond. Doe nu nog maar met enkele duiven mee aan de dagfond. Voor de meerdaagse fond komen mijn duiven oorspronkelijk van Comb. Kroon & Erren (Theelen-Vervuurt), Arjan Beens (Miss. Gijsje) en Mark van den Berg (Brive-lijn).
Ik heb meerdere hokken: Een hok van 9,3 meter bestaande uit 2 vlieghokken (2,1 en 1,5 m.), waarin ca. 35 nestkoppels huizen. Een hok van 1,5 m. voor de vroege jongen en een hok van 1,5 m. voor de natour jongen. En een kweekhok van 1.4 m. voor max. 10 koppels. Daarnaast nog een losse ren (1,9 bij 1,4 m.) voor max. 8 kweekkoppels.
Mijn huidige duivenstam bestaat uit duiven van: Comb. Kroon & Erren, Arjan Beens, Mark van den Berg, Frank Zwiers, Gerrit van Vilsteren, Koos Steenbeek, Henri Hoeks, Verweij-de Haan, Robin Bakhuis, Jan Morsink en  Pieter Woord.

Het seizoen en de verzorging
Het seizoen 2026 is bij Gerard gestart met zo’n 70 duiven voor de marathon en ca. 5 duiven voor de dagfond. Het aantal is afhankelijk van wat er na de jonge duiven- en natourvluchten over is. Naast de vliegduiven heeft onze topliefhebber uit IJsselmuiden de beschikking over ongeveer 20 kweekkoppels waarvan 2 voor de dagfond.
Begin maart wordt er gekoppeld. De jaarlingen krijgen eieren overgelegd van de kwekers en de beter oudere vliegduiven. De oude vliegkoppels brengen geen jong groot. De duiven worden wel verduisterd, maar niet bijgelicht.
De viegduiven worden vanaf begin april op nest ingespeeld en gaan dan elke week de mand in. Een enkele jaarling gaat ook mee met een dagfondvlucht.
De duiven krijgen veelal voer van Wielink en Beyers. Het vliegseizoen wordt gestart met de vliegmengeling MC van Wielink (3/4) en Zoontjes mengeling (1/4) en naar de inkorving van de marathonvluchten toe de Jellema mengeling van Beijers (Premium en Power). Naast het voer krijgen de duiven dagelijks een beetje Multilith van DHP en als de duiven jongen hebben worden pikstenen tot korrels gemaakt en worden deze erbij gegeven.
Medisch gezien krijgen de duiven de noodzakelijke paramyxo enting en ook een paratyfus enting. De jonge duiven worden met het kwastje tegen pokken behandeld. Aan het begin van het vliegseizoen worden enkele duiven gecontroleerd en later vlak voor de eerste marathonvlucht ook enkele duiven door dierenarts Nanne Wolff. Vijf dagen voor een inkorving van de marathonvlucht wordt een geelpil opgestoken en de dag voor de inkorving een ornipil voor de luchtwegen. Deze 2 pillen kunnen mijns inziens geen kwaad en worden gegeven om alles uit te sluiten.

… wordt vervolgd …