Vorige week ben ik begonnen over ‘vorm temperen.’ In het stukje heb ik laten blijken dat ik dit fenomeen met gemengde gevoelens bekijk. Zelf zie het niet zo zitten, maar daar denkt een deel van de liefhebbers heel anders over. Daarom is het goed dit onderwerp eens verder toe te lichten en uit te diepen. In de tweede editie schreef over de manieren waarop liefhebbers de vorm temperen. In het laatste deel probeer ik  mijn kijk op dit onderwerp te geven. Niet om mijn gelijk te halen, maar om liefhebbers een keuze te geven wat te doen aan ‘vroege vorm.’

 Zaterdagmiddag was ik bij mijn duivenvriend Piet. Vanaf het tijdverzetten in maart verduistert hij zijn oude duiven. Dit doet hij een week of vier tot half april. Om zes uur gaat er boord voor de ramen en in het hok is het dan wat donkerder, maar niet pikkedonker. Jij zou de krant nog kunnen lezen in het hok. Waarom doet Piet dit? Metname om het stoten van de eerste pen te vertragen. Hij koppelde in het verleden meestal in de voorjaarsvakantie. Als schooldirecteur is hij nogal druk en vaak bezet en in zo’n vakantie kan hij daar mooi tijd voor vrij maken. Het gevolg is het stoten van de eerste pen ook sneller komt en dan moet je iets beginnen. Deze keuze van Piet is dus puur voor het stoten van de eerste pen.

Er bestaat een spreekwoord: In mei leggen alle vogels een ei. Nu zal door de opwarming van de aarde dit fenomeen april zijn geworden … maar toch. Als je in het voorjaar de natuur observeert en metname de vogels dan zie je prachtige glimmende vogels … vooral de mannetjes. Je ziet ze hun uiterste best doen te imponeren bij de dames. Dit doet de natuur met vogels als de dagen langer worden en de temperatuur langzaam oploopt. Is dit gezondheid en rijpheid of is dit verschijnsel vorm?

Dit is eigenlijk de eerste vraag die je jezelf moet stellen als je je duiven tierig door de lucht zit gaan in maart en april…… Is dit gezondheid of is dit vorm? Zonder gezondheid geen vorm, dat moet ook maar gelijk worden gezegd. Echter naast gezondheid komt er ook conditie bijkijken om uiteindelijk vorm te krijgen. In het eerste deel over dit onderwerp schreef ik over onze duivinnen die twee uur vliegen als ze los zijn. Dat is zonder overdrijven zo. Als we de rem op het voer zetten, wordt het misschien anderhalf uur, maar krijgen ze voldoende te eten, wat onze voorkeur heeft, dan is twee uur eerder regel dan uitzondering. Is dat vorm? … Ik denk van niet. We hebben zachte winters. De duiven hebben minder voer nodig als bij strenge winters, dus ze moeten die energie een beetje kwijt. Naast dit en de goede gezondheid hebben ze ook weleens last van een roofvogel die de boel op komt schrikken en die weer een kwartiertje tot een half uur aan hun tochtje om het hok komt toevoegen. Kortom .. het heeft in onze ogen weinig met vorm te maken … slechts gezondheid en plezier.

Terug naar het spreekwoord van mei en het ei … als je in maart of april de duiven koppelt, dan gaat de natuur zijn werk doen. Zijn de duiven gezond dan zie je de duiven glimmen en de doffers doen hun uiterste best indruk te maken op hun duivin. De duiven hebben plezier en gaan tekeer in de lucht. Ze vallen op het hok klepperen weer weg en hebben er duidelijk lol in. Dat heeft niets met vorm te maken, maar alles met paringsdrift en gezondheid. Ik hoor iemand zeggen als ze dit stukje lezen. Maar ehhh … mijn duiven zijn nogal rauw als ik ze net heb gekoppeld. Niets glimmen en plezier. … Dat kan … maar dan twijfel ik aan de paringsrijpheid van de duiven op dat moment en misschien is de gezondheid ook niet optimaal.

Wanneer komt de vorm dan wel? Het eerste vereiste is de gezondheid, die moet goed zijn. Daarna moeten de duiven plezier hebben met hun stekkie en met hun partner (de nestduif). Vervolgens ga je met trainingsvluchten en lapvluchten de conditie opbouwen en als die drie goed zijn (gezondheid, plezier en conditie), dan komt met het oplopen van de temperatuur de vorm vanzelf. Daarom geloof ik dus niet in vorm temperen. Want in het voorjaar hebben de duiven nog niet de wedstrijdconditie, want ze hebben nog geen trainingsvluchten in de vleugels en de temperatuur is nog niet met regelmaat boven de 20 graden.

Waar je in het voorjaar wel voor kunt zorgen (in mijn ogen dan) dat de vorm voorlopig nog niet komt, door ze veel te spelen als de temperatuur nog onder de 10 graden is. Doe dat met grote regelmaat … dan temper je de vorm pas echt goed! Dan krijgen ze hun wekelijkse koude deksel op de neus en is het gedaan met de vroege vorm en probeer die er later maar weer eens op te krijgen!

Beste lezers, slik mijn mening niet als zoete koek. Ook niet de mening van andere liefhebbers die het je wel even zullen vertellen. Leg alles naast elkaar en bekijk goed wat u past en let vooral op de onderbouwing van de diverse meningen. Veel succes met de opbouw naar het seizoen toe straks, als het voorseizoen echt begint.

P.S. De afgelopen weken heb ik met plezier gemerkt dat het onderwerp ‘Vorm Temperen’ niet meer zo’n ‘hot item’ als toen ik dit voor het eerst schreef in 2016. Zou het geholpen hebben of heeft het gewoon met mode te maken … één liefhebber begint erover en dan gaan mensen volgen … ik denk het laatste!