Vorig jaar ging ik naar het overladen en coderen van de ZLU-duiven kijken in het Brabantse Rucphen. Dit op uitnodiging van Louis van den Kieboom, die ik regelmatig zag en sprak bij de opleervluchten die ingemand worden in Hank. Het was op de vlucht Narbonne dat ik in Rucphen ging kijken. Ik keek mijn ogen uit. Wat een goed georganiseerde machine onder leiding Wim Donks zorgden ervoor dat de duiven een unieke code in de chipring krijgen, een eventuele tweede gummiring kregen omgeschoven en werden overgezet in grotere rieten manden waar maximaal 18 duiven in werden gedaan. De duiven werden in ‘de overlaadhal’ in Rucphen voor zien van water en voer.
Op het jaarlijkse ZLU-feest in Kerkrade kwam ik in gesprek met Roy de Bresser, bestuurslid van de ZLU. Hij nodigde mij uit om ook eens bij het overladen in Geleen te komen kijken. Op de uitnodiging ging ik in. Twee weken terug toog ik midden in de nacht naar Geleen om te kijken hoe deze fantastische manier van duivenbegeleiden werd gestart in het Limburgse … ook hier kwam ik onder de indruk.

Klaar om overgepakt te worden

Hoe gaat het in zijn werk
De duiven die in de diverse Nationaal Inkorfcentra (NIC’s) zijn ingemand, worden tussen 24 en 3 uur aangeleverd in de hal van Afdeling Limburg in Geleen. Als de duiven daar aankomen worden ze keurig opgestapeld en direct van water voorzien. Direct staat er een ploeg klaar die de eerste duiven gaat voorzien van een unieke code of een eventuele tweede gummiring en een vleugelmerk. De duiven worden overgezet in de uiteindelijke reismand. Dit zijn nieuwere manden.[MR1]  In de reismand die naar de losplaats gaan, komen normaal 18 duiven te zitten. Bij Barcelona en nu met de warme temperaturen gaan er 16 duiven in. De duiven hebben alle ruimte. Onderin de manden zit een zacht groen kleed, die vochtopnemend en snel drogend is, waar wat houtvezels op is gestrooid. De manden waar de duiven in worden overgezet (de manden die op transport gaan) zijn voorzien van water als de duiven in die manden worden gedaan. Als de manden zijn gelooid, zijn ze klaar voor transport. Voordat de manden in de wagen gaan, krijgen de duiven voer en in de wagen nog een keer water. Tussen de manden in de wagen zitten latten waardoor er lucht tussen de manden door kan gaan. Zeker met de temperaturen van de laatste zomers is dat fantastisch voor de duiven.

Gelijk weer water aan de manden

Onderweg naar de losplaats wordt minimaal tweemaal per dag gestopt en de duiven van water en voer voorzien. De duiven komen ook ruim op tijd op de losplaats aan, waar natuurlijk weer gevoerd wordt en water wordt gegeven. Ik heb de manden gezien die terugkwamen van de lossing. Hier zag je nog voer in liggen, zodat je weet dat de duiven onderweg niets tekort zijn gekomen. Vooral de frequentie waarop de duiven worden verzorgd onderweg maar ook voordat ze onderweg gaan is bijzonder.

Voldoende ruimte in de manden

Wat ook bijzonder is hoe dit proces is georganiseerd. De mensen die meehelpen zijn betrokken bij de duiven en zijn geweldig op elkaar ingespeeld. De mannen die overladen en de duiven van codes, extra gummiring en gummiring voorzien zijn zelf erkend duivenliefhebber. Ze weten hoe ze een duif moeten pakken en vasthouden en het gaat in een tempo, waar duiven geen stress van oplopen. Het is een geoliede machine, waar in Geleen Roy de Bresser en zijn collega bestuurslid Mickel Roumans een grote bijdrage in de organisatie bij leveren. Petje af voor hen en natuurlijk het complete team.

Manden worden zorgvuldig voorzien van een loodje

Toekomst van de Marathonvluchten
Net als verleden jaar heb ik ook met deze mannen over de toekomst van de Marathonvluchten gesproken. Mijn eigen ideaalbeeld is dat de organisatie van alle nationale marathonvluchten door één organisatie zou worden gedaan. Of dat onder de pet van de NPO of de ZLU (of samen) wordt gedaan, vind ik onbelangrijk. Het gaat mij over het opstellen van het programma, maar het gaat mij vóóral om de logistiek en begeleiding. Ik vind persoonlijk dat het vervoer op de manier van de ZLU zou moeten gebeuren in rietenmanden. Zonder de extra controles … mag wel, hoeft niet (kosten zouden daardoor wat minder kunnen worden). Verder is het goed als het overladen en vervoeren in deze rust en strakke organisatie gedaan wordt, zoals ik afgelopen dinsdag heb gezien en gehoord. Dat zou voor de duiven geweldig zijn. Ik vroeg Mickel Roumans of dit kon. Mickel: ‘Waar een wil is, is een weg. Ik zie daar echt mogelijkheden in en ook de capaciteit lijkt me voldoende als je ziet hoeveel duiven er op de klassiekers van het NPO-programma mee gaan.’ Waarom hecht ik zoveel waarde aan deze manden en de manier van begeleiden? Ik wil de NPO-vluchten niet afkraken, want ook daar is het ruim voldoende tot goed geregeld. Ik zie alleen dat het met de ZLU-vluchten nog beter is. Dat komt volgens mij met name door de rieten manden. Die zijn luchtiger en houden minder warmte vast. Door de latten tussen de manden is er meer ventilatie als bij de wagens met aluminium manden, waar de manden dichter op elkaar zitten (met kleinere tussenruimten). Verder krijgen de duiven bij de ZLU voor en tijdens het transport vaker een verzorgingsmoment en niet op de laatste plaats gaan er genoeg duivenliefhebbers mee om dit te doen. Ik zou iedere beleidsmaker in onze tak van de duivensport (de marathonduivensport) willen adviseren om volgend seizoen eens te gaan kijken in Geleen of Rucphen. De organisatie staat daar open voor.
Dit stukje is totaal niet bedoeld om de NPO-vluchten af te kraken. In tegendeel! Alleen denk ik wel dat de organisatie van deze vluchten wat kunnen leren van de ploegen die in Geleen en Rucphen de logistiek en het transport van de ZLU-vluchten begeleid.

De wagen wordt schoongeveegd

In gesprekken met de mannen van de overlaadploeg kwamen ook wat frustraties naar boven. Frustraties die misschien te emotioneel werden gebracht, maar als je die eruit filtert wel kan begrijpen. De ZLU organiseert al meer dan 60 jaar prachtige marathonvluchten, binnen de Internationale Organisatie geleid door diverse Belgische inrichters, waar inmiddels heel Nederland aan mee kan doen. Enkele liefhebbers van ‘boven de grote rivieren’ laten op deze vluchten zien, dat ze beschikken over een goede stam duiven. Door de ZLU (de organisatie) worden deze liefhebbers in staat gesteld zich te etaleren. Daar spinnen deze liefhebbers garen mee door goed hun duiven te verkopen. Zonder de ZLU-vluchten was dat stukken minder geweest, volgens deze betrokken overlader. Tegelijkertijd hebben enkele van deze liefhebbers ongenuanceerde kritiek richting de ZLU. Ze willen het liefst de ZLU naar hun hand zetten. Hij zei: ‘Dat steekt in Limburg!’ Kritiek mag je hebben, maar bedenk goed wat je aan de ZLU te danken hebt en lever je kritiek op de juiste manier!
Ik denk zelf dat deze betrokken overlader wel een punt heeft.
Aan de andere kant kan de communicatie van het beleid vanuit het ZLU-bestuur beter gecommuniceerd worden, zodat er meer draagvlak in heel Nederland wordt gecreëerd. Dit puntje van kritiek van mijn kant konden de aanwezige bestuursleden van de ZLU wel begrijpen en dat verdiende meer aandacht.
Wat voor mij ook een eye-opener was, was de verdeling van het vrachtgeld tussen de ZLU (die met hun vrijwilligers veel werk verrichten in Geleen en Rucphen bij ‘het overladen’) en de Belgische inrichters. Het grootste deel van het vrachtgeld gaat naar de laatstgenoemden, terwijl de ZLU het meeste werk moeten doen. Het is voor de ZLU-deelnemers wel goed om dit te weten.

Opnieuw doe ik een oproep aan de betrokkenen van het marathonduivenspel in Nederland: Ga met elkaar in gesprek om de marathonvluchten beter te maken. Wie weet komt er mede door dit verslag een opbouwend gesprek tot stand, wat een toekomst kan opleveren met mooie marathonvluchten, waarbij de duiven zo goed mogelijk worden begeleid. Hoe mooi zou dat zijn.