Afgelopen zomer hadden we een mooi koppel in het hok. Twee vliegduiven van het jaar 2011. Een koppel met een verhaal en dat verhaal werd uitgebreider naarmate het vliegseizoen 2015 vorderde. Voor Het Marathonduivenjournaal is het leuk om dit verhaal eens op te schrijven en te delen met de lezers …

 

In het jaar 2012 werd er in het voorjaar gekoppeld, net als ieder jaar. Rond de 14 koppels worden dan samengesteld om twee ronde jongen uit te kweken. Verder nog een keer zo’n aantal om eitjes van weg te geven aan bevriende liefhebbers of aan kopers van bonnen, die geen geduld hebben om op de derde ronde van de eerste 14 koppels te wachten. De tweede 14 koppels bestaan uit onervaren duiven, die zelf uit goede vliegers komen en die bewezen kweeklijnen als achtergrond hebben. Daarom is het niet zo gek, dat we regelmatig na twee of drie jaar worden gebeld, dat andere liefhebbers leuke resultaten hebben behaald met nazaten van die tweede 14 koppels. Voor ons dan een reden om deze koppels bij die eerste 14 te plaatsen … als ze er nog zijn.

 

In 2012 zat bij die tweede 14 koppels het koppel ‘4 zesjes’ tegen ‘de Witpen 71.’ We hadden verwachtingen van dit koppel … als marathonduif. In die jaren speelden we jaarlingen alleen maar in … met als sluitstuk 1 of 2 dagfondvluchten. Als tweejarigen kwamen deze twee duiven in aanmerking voor de ZLU-vluchten. Hun eerste ‘echte’ test werd Marseille 2013. Of dat de juiste manier is, om ze voor de eerste keer gelijk op Marseille te spelen, is wat anders. We zouden het nu anders doen, maar toen werd dit koppel voor die vlucht klaargestoomd. Op de avond van inkorven, ga ik dan het hok in om de duiven te pakken. Ik geef ze dan aan mijn vader (Gerrit) en dan beslissen we of ze meegaan. Als één van ons twijfelt, dan blijft de duif thuis. Vaak zitten we hiermee op één lijn. Maar is het niet zo, dan discussiëren we daar een dag later over. De duif zit dan thuis en als zo’n duif dan weg zou blijven op die vlucht, hebben wij nooit de discussie: ‘Zie je wel … ik zei toch dat ie niet goed was, nu is ie weg.’ Een goede afspraak vinden wijzelf. Zo ging het dus ook op de avond van inkorven van Marseille 2013. Ik pakte ‘de 4 zesjes’ uit het hok en gaf hem aan pa. Hij ging de mand in. Vervolgens ‘de Witpen 71’ … voor mij was het duidelijk … thuisblijven. Ik wachtte geduldig op pa’s oordeel en die gaf haar resoluut terug … ze bleef thuis. Niet goed … blauw van vlees en zeker niet rond en aan het goede gewicht … duidelijk. Op de vlucht Marseille kwam ‘de 4 zesjes’ te laat … een week of twee, maar hij kwam relatief goed thuis, qua gewicht en frisheid na twee weken zoeken.

De 4 zesjes en de Witpen 71edited

Via een uitstapje naar duivenvriend Corné, die hem niet fatsoenlijk overgewend kreeg, mocht hij weer plaatsnemen in onze vliegploeg van 2014. Hij werd weer gekoppeld aan ‘de Witpen 71,’ wiens nieuwe doffer op de opleervluchten wegbleef. Ze werden voorbereid op de vlucht Bordeaux/Agen (ik vind Agen niet klinken, dus houd me liever vast aan Bordeaux). Op de inkorfavond van Bordeaux herhaalde zich het ritueel van elke vlucht. En wederom verdween ‘de 4 zesjes’ in de mand en ‘de Witpen 71’ in het hok. Zij was te blauw … niet vol en te licht. We werden niet vrolijk van haar. ‘De 4 zesjes’ won de tweede prijs in Afdeling 7 en dat leverde een leuk schilderijtje op van een teletekstpagina, waar wij als tweede stonden genoteerd. Enkele weken later werd volgende etappe Marseille 2014. Voor ‘de 4 zesjes’ zou dat geen probleem zijn, want hij wist inmiddels hoe het niet moest en zou daar toch van geleerd hebben. Ook wij denken soms als mensen en niet als duiven. ‘De Witpen 71’ zou ook mee mogen naar Marseille, want ze zou toch wel een keer goed genoeg zijn om mee te kunnen!!! Het verhaal herhaalde zich voor de derde keer. ‘De 4 zesjes’ kon mee en ‘de Witpen 71’ bleef thuis …. grrrrrr. ‘De 4 zesjes’ had van zijn eerdere ervaring geleerd en deed er nu 4 dagen over, maar was gelukkig thuis. Er werd een jong onder het koppel gestoken met als doel om ‘de Wipen 71’ voor te bereiden op Bergerac. Pa en ik zeiden tegen elkaar: ‘Hoe slecht ze er ook uitziet … ze gaat mee.’ En dat gebeurde … ze zou wederom thuis gehouden worden, maar omdat we het zat waren met haar, ging ze toch mee. Op die bewuste Bergerac speelden we 23 duiven. We behaalden 15 prijzen, waaronder 6 op de eerste avond. Dat was heel goed, want in het NIC tegen 300 duiven waren er ’s avonds in totaal 15 duiven thuis en in een ander NIC in de buurt waren dat er slechts 5 van de ruim 200 duiven. ‘De Witpen 71’ was de volgende dag onze 17e duif, dus geen prijs. Alle reden om haar op ‘de transferlijst’ te plaatsen.

 

In het najaar wordt altijd geselecteerd. Nu hebben we de laatste jaren het probleem, dat we meer doffers hebben dan duivinnen. Verder ruimen we zelden de vaste partner van de betere vliegers op. Dit zorgden ervoor dat ‘de Witpen 71’ kon blijven als vaste partner van ‘de 4 zesjes, wat haar anders nooit gelukt was.’ In het voorjaar begon het trainingsprogramma. Op één van de eerste opleervluchten kwam ‘de 4 zesjes’ zwaar gewond thuis. Zijn blessure herstelde niet goed. Hij bleef bij de minste inspanning mank lopen. Hij mocht niet meer mee. De kans op verspelen was heel groot. ‘De Witpen 71’ werd voorbereid op Bordeaux … ze zat er toch nog. Bij het inkorven was ze warempel best mooi. Dit bleek toen we vrijdagavond zaten te wachten. Ze kwam als vijfde duif van de 20 aan en won een goede middenmootprijs (708e nationaal tegen 6.638 duiven). We waren tevreden over haar. Haar volgende vlucht werd Marseille. Bij het inkorven was ze zo mooi, dat pa en ik tegen elkaar zeiden: ‘Als ze een keer een mooie prijs gaat verdienen, zal het weleens deze vlucht kunnen worden.’ De verwachtingen werden overtroffen … ze was onze eerste duif en won nationaal de 89e tegen 3.610 duiven. We waren die dag heel blij met ‘de Witpen 71’ en nog steeds.

 

Dit is het verhaal van een duif die uiteindelijk haar kwaliteiten liet zien. Ze kreeg door omstandigheden de tijd hiervoor en zo zie je, dat je als duivenliefhebber soms voor complete verrassingen komt te staan.

jaco-handtekening