Het vijfde deel over het spel met jaarlingen. Dit keer drie unieke verhalen van drie hele goede liefhebbers, die allerdrie vanuit een andere situatie hun plan maken. Gerrit van Vilsteren heeft een grote ploeg jaarlingen, die vorig jaar als jonge duif goed naar huis kwamen met weinig verliezen. Jan Grootoonk voelt zijn jaarlingen goed aan de tand, zodat hij snel weet wat voor vlees hij in de kuip heeft en Johan Hamstra en Eric Aldus spelen hun jaarlingen met beleid, in de hoop er nog jaren plezier van te hebben. Leest u maar, het zijn mooie verhalen ……

 

Gerrit van Vilsteren, Zwolle

Gerrit is een sympathieke vriend van Het Marathonduivenjournaal. Deze topper uit het Noorden van Afdeling 8 (Gelders-Overijsselse Unie) vertelt: ‘Als jonge duif heb ik ze zelf niet opgeleerd. De bedoeling was om de jongen te spelen op de natour. Ik veranderde echter het strijdplan en heb ze op de 2e africhting met de jonge duiven vluchten meegedaan … 89 stuks en boven verwachting 89 terug. De 2e keer dat ze de mand ingingen, ben ik er 7 kwijt geraakt. Nadat ze 2x een nacht mand hebben gehad, ben ik gestopt en heb er 67 over gehouden. De reden dat ik er waarschijnlijk zoveel over heb gehouden: super gezond, trainen zeer goed en kunnen de gehele dag naar buiten in de ren. Als voer krijgen ze rui mengeling, grit en roodsteen en 1x biergist per week.

 

De jaarlingen zijn 16 maart gekoppeld. Na 4, 5 dagen broeden gaan ze op weduwschap. De doffers en duivinnen worden 2 x in de week gespeeld als het weer het toelaat. Ze gaan vanaf de eerste vlucht mee. Het voordeel van 2 x spelen in de week …dan hoef je ze niet elke dag te laten trainen. Na de eerste midfond vlucht gaan ze 1x per week mee, maar de duiven moeten zeker meer als een uur per dag trainen, alleen in de avond . Voor Brive moeten ze toch zeker 2000 training kilometers hebben gehad

 

Een 3 weken voor Brive worden ze gekoppeld en gaan op 10 dagen broeden mee. Na Brive mogen ze weer op de eieren als ze dat willen. Vanaf inkorven liggen de eitjes in de broedmachine … het voordeel van een vroege duif is dan, dat je de eieren ook nog hebt. Je hebt dan misschien weer een goed jong uit een topper. De jaarlingen moeten zich toch 1 x goed laten zien, of 2 vluchten heel fit thuis komen want dan kunnen ze meer aan. Na Brive krijgen ze nog Cahors of Bergerac.

 

Ik kies voor deze manier van spelen met mijn jaarlingen, zodat ik weet wat ik in het hok heb. Ik kweek 3 tot 4 ronden van de kweekers. Dus het wordt  makkelijker selecteren. De 3e ronde kan eind maart gespeend worden. Ik zorg ervoor als de jaarlingen een fondvlucht krijgen dat ze goed trainen en zeker 1 1/2 uur vliegen, en natuurlijk super gezond zijn. Als ze goed trainen … dan gaat het goed.’

32. Jan Grootoonk

Jan Grootoonk, Bant

Vorig jaar had Jan een superjaar op de vluchten van zowel de ochtendlossingen als de middaglossingen. Dit jaar hoopt hij weer met de besten mee te doen. Hij speelt hij de jaarlingen? Jan vertelt: ‘De jonge duiven zijn het afgelopen jaar ongeveer 8x mee geweest en de verste afstand was volgens mij St. Quentin ongeveer 360 km.

 

De jaarlingen gaan dit jaar vanaf de eerste africhtingsvlucht iedere week mee tot aan de eerste marathonvlucht .  De jaarlingen zijn verdeeld over 4 afdelingen en ik probeer iedere afdeling 2 marathonvluchten mee te geven. De jaarlingen moeten wel degelijk presteren, 2 redelijke prijzen of 1 hele mooie prijs. Dat moeten ze toch echt doen om te mogen blijven. De reden dat ik zo streng ben (in vergelijking met anderen) is, omdat ik alleen voor hele mooie uitslagen ga moeten ze dus wel presteren om te mogen blijven.

 

Ik denk dat ik op deze manier een sterk hok met duiven op kan bouwen op deze manier komt gelijk de kwaliteit van de duif naar boven. En gezien de prestaties van de afgelopen jaren denk ik echt dat dat voor mij op deze manier werkt. De jaarlingen mogen alleen blijven na de hand van de prestaties van de duif en daarbij kijk ik niet naar de afstamming.’

Hamstra-Aldus met Schapieedited

Comb. Hamstra-Aldus, Poortugaal

De winnaars van Pau 2015 doen ook graag mee met deze serie. Johan vertelt voor hen beiden: ‘Wij zitten voor wat de jaarlingen die we nu bezitten precies in een overgangsjaar. Werden ze voorheen als jong tot een keer of 8 straf (hoofdzakelijk met oosten wind en warm weer en 1 voor 1 lossen) zelf afgericht en daarna aansluitend als jaarling vanaf de eerste vlucht gelijk de baan op met als eindstation of een overnachting met middag- of een verdere ochtendlossing.

 

De jaarlingen van afgelopen jaar zijn voor het eerst rustiger gebracht dan de voorgaande jaren. Deze hebben twee dagfond vluchten gehad incl. de landelijke Nat. Chateauroux. Van afgelopen seizoen hebben we een 25 stuks vroegere jongen (nu jaarlingen dus) en een 25 stuks laatjes zitten. De vroegere zijn nog wel een 4 keer weggebracht maar de laatjes in het geheel niet. Rond 23 maart zal hier alles gekoppeld worden. Dit betekent dat bij de laatjes en de jaarlingen enkel een schotel bij gezet zal worden en voor de rest mogen ze het zelf uitzoeken. Deze verblijven trouwens ook in een andere afdeling gezien de oude duiven. Als ze dan straks ook eenmaal weer allemaal goed losvliegen, zullen ze eerst zelf enkele malen worden weggebracht waarna ze zoveel als mogelijk kortere vluchten zullen krijgen. Als dan alles eenmaal goed en naar volle tevredenheid verloopt zullen de afstanden wat opgevoerd worden en krijgen ze misschien 1 of 2 dagfondvluchten te verwerken.

 

Dus, hier is het als jaarling puur en alleen om mand ervaring op te doen. De jaarlingen hoeven hier niet te presteren. Er zal in zijn geheel niet naar gekeken worden. Wel moeten ze (hopen we dan maar) gewoon normaal, fris en goed huiswaarts komen. We denken dan toch dat ze langer mee gaan en hier is het, en zeker als jaarling gezien, niets moet en veel mag. Het zijn nog jonge beesten die veel moeten leren. Vandaar dat we geheel zijn overgestapt naar een geheel nieuw systeem. Als jong geen mand meer en dan als jaarling een jaar van opleiden en ervaring opdoen. Een ieder doet het op zijn manier waar hij zich het beste bij voelt er zijn vele wegen die …… en wij als combinatie hebben gekozen voor deze.’

 

Ik dank Gerrit, Jan, Johan en Eric voor de uitleg van hun systeem. Het spreekwoord: ‘Er zijn vele wegen die naar Rome leiden,’ vind ik persoonlijk hun enorme dooddoener (sorry, Johan). Niet omdat het onzin zou zijn, maar als het goed is volgen goede liefhebbers hun visie met een reden. De één knalt ze er op, omdat hij zo snel mogelijk iets wil weten van zijn duiven en de ander brengt ze rustig, zodat hij er langer plezier van hoopt te hebben. Geen van beide manieren is fout, tenzij je de doelstelling omdraait. Waarom vind ik dit gezegde een dooddoener? Je volgt een bepaalde visie niet zomaar, maar omdat je er een gedachte bij hebt. Met andere woorden: je kiest niet lukraak een weg, met de gedachte … uiteindelijk kom ik toch vanzelf in Rome terecht. Dat is namelijk niet waar !!! Je moet de juiste afslagen nemen … stapsgewijs en daarbij mag je zelfs omrijden. Er zal best een weg naar Rome zijn die vanaf Amsterdam, Hamburg, Kopenhagen, Stockholm, Helsinki, Moskou, Boekarest naar Rome leidt … maar die neem je niet als je binnen twee dagen in Rome wil zijn. Die neem je wel als je iets van Europa wilt zien … Kortom alles heeft een reden !!! …… als het goed is.

jaco-handtekening