Op een mooie vrijdagmiddag had ik onze duiven uit het hok gehaald om ze met de auto naar Hank te brengen. De duiven werden daar ingekorfd voor Souppes (475 km) met één nacht mand. Een goede training voor de oude zware fondploeg en goede opleidingsvlucht voor de jaarlingen. Ik zette de grote opleermanden naast elkaar en begon tegen mijn duifjes te praten: ‘Morgen hebben jullie een pittige vlucht. Ze voorspellen kopwind en jullie hebben dit jaar maar een paar vluchten gehad met als verste vlucht Morlincourt (325 km). Dit is dus 140 km verder, ruim 2 uur langer vliegen.’informeerde ik mijn duiven. Ik vervolgde mijn verhaal tegen de jaarlingen: ‘Jullie zijn nog nooit zo ver geweest, maar geen paniek, volg de grote koppel dan kom je vanzelf op bekend terrein en als je daar bent, kun je gasgeven naar huis,’ en toen tegen de ervaren overnachters,’Dit is jullie laatste trainingsvlucht met een beetje kilometers. Ik verwacht dat jullie volgas naar huis vliegen. Jullie geven je helemaal, vlieg je maar leeg. Na deze vlucht krijgen jullie een week rust en dan nog een klein vluchtje voordat jullie naar St. Vincent, Pau of Agen gaan. Dus nog één echte kans om conditie op te doen.’ Inmiddels stond mijn vader al een paar minuten achter me. ‘Wat stond je daar toch weer te bazelen, man,’ vroeg hij licht geïrriteerd en pakte een paar manden om in de auto te zetten. ‘Nog steeds dat duivencoach-gedoe zeker,’ riep hij hoofdschuddend,’Of niet, Louis !?!?!’

 

Waarom willen liefhebbers coaches zijn

Dat een modewoord komt opzetten is normaal. Wat je gelukkig vaak ziet, dat mensen kritisch naar zo’n woord gaan kijken en dan denken: Dit slaat nergens op. Vervolgens verdwijnt dat woord dan weer. Het woord ‘duivencoach’ houdt daarentegen hardnekkig stand in de reportages over duivenliefhebbers en de diverse websites op het web. Het wordt tevens gevoed door de NPO. In haar brochures en openbare documenten wordt de laatste tijd geregeld het woord duivencoach genoemd.

Hoe komt dat toch dat zo’n woord steeds meer grond krijgt om te groeien?

We leven in een tijd waar iedereen beroemd wil worden. Kijk bijvoorbeeld naar al die talentenjachten op tv. Verder lijken we wel 2 miljoen bekende Nederlanders te hebben, als je ziet welke ‘BN-ers’ er allemaal in de verschillende tv-programma’s opduiken. Dit zie je verder in actualiteitenprogramma’s waar bijna iedereen in meer of mindere mate deskundige is. Mensen willen belangrijk gevonden worden. Is dat niet het geval dan moet je als mens snel richting een faalangst- of een assertiviteitstraining. Ieder mens lijkt te moeten worden opgeblazen tot iets groots, iets moois, in ieder geval iets belangrijks. Heel veel mensen vinden dit prettig. Tien jaar terug werkte ik met een oudere man, een man die al veel in het leven had gezien en meegemaakt. Een man die deze levenservaring had omgezet in een hoop levenswijsheid. Als jongste medewerker van de organisatie waar ik toen werkte, gaf hij mij regelmatig tips op het sociale vlak. Ik was jong en kon richting anderen direct en zeker soms ook lomp uit de hoek komen. Ik ergerde me aan dikdoenerij en stak dat niet onder stoelen noch onder banken. Mijn veel oudere en wijzere collega relativeerde deze blaaskaken heel scherp. Hij zei dan tegen mij: ’Bij veel mensen is het zo: zet ze op een stoof (ongeveer 30 cm hoog) en ze verbeelden zich dat ze wat zijn. Geef je ze geen aandacht, dan vallen ze er vanzelf af.’ Ik denk dat deze wijsheid de basis is, waarom er mooie (misplaatste) woorden worden bedacht voor iets eenvoudigs. Mensen willen belangrijk gevonden worden. Daarom zal het woord duivencoach nog wel even ronddwalen in de reportages en websites, als het gaat over een eenvoudige duivenliefhebber of een eenvoudige kampioen. Onze sport is klein, maar heeft toch zijn ‘helden’ nodig.

 

De duivencoach

Als je het woord duivencoach bij de zoekmachine van Google intoetst, dan kom je vrij snel uit op de website van Nico van Veen. Nico is naast duivenliefhebber, een begeleider van duivenliefhebbers, die weleens wat tips kunnen gebruiken en soms meer dan dat. Hij biedt zijn ervaring aan bij hulp voor het samenstellen van koppels, het selecteren van duiven en wat een duivenliefhebber, die wat wil leren, nog meer nodig heeft. Het woord ‘duivencoach’ is bij hem niet van toepassing. Hij is coach van beginnende of dolende duivenliefhebbers: duivenliefhebberscoach. Nico weet dat zelf als geen ander. Afgelopen weekend hadden we het er samen nog over. Duivenliefhebberscoach is echter een heel lang woord. Dan kies je voor een korter alternatief, wat bekend in de oren klinkt en wat beter blijft hangen. Ik vind het geen gelukkige keuze, omdat ik graag een woord zie ‘wat de lading dekt,’ maar het is niet anders. Vandaar mijn keuze voor het Marathonduivenjournaal. Nico is het land inmiddels zo bekend als ‘de duivencoach’ dat hij stom zou zijn, dat hij zijn titel zal veranderen. Toch zei hij afgelopen weekend er eens over na te denken. Als hij zou besluiten het niet te doen, vergeef ik het hem … … taalverloedering blijft het wel.

 

Wat wil ik met deze stukjes bereiken

Als u deze stukjes heeft gelezen, dan denkt u misschien bij uzelf: Wat wil hij nu met deze stukjes bereiken? Ik kan u gerust stellen: helemaal niets. Ik weet dat ik met deze stukjes weinig kan veranderen. Hiervoor kan ik een paar redenen noemen. Mensen willen graag als belangrijk gezien worden en daar horen mooie titels bij, die mensen kunnen associëren met mensen die echt wat kunnen: Coaches als Guus Hiddink, Louis van Gaal, Ton Boot, Joop Alberda en Bert van Marwijk .

Deze stukjes worden niet massaal gelezen, dus heeft het weinig invloed. Dat is maar goed ook, anders ga ik mezelf misschien als heel belangrijk zien. Dan denk ik dat ik bijvoorbeeld net zo goed ben als Nico Dijkshoorn, Hugo Borst of Simon Carmiggelt. Dat is niet goed voor mijn bescheiden status. Ik hoop alleen dat u als lezer uzelf een beetje hebt vermaakt en dan ben ik zeer tevreden.

jaco-handtekening