Dit jaar is er een ritueel verbroken… De afgelopen drie jaar ben ik op koude, vroege februariochtenden de auto in gestapt. Samen met duivenvrienden op pad, richting Lier en Natural. Als overnachtspeler heb je daar weinig te zoeken, tussen al die snelheidsduivels en kanonnen. Maar wie nooit naar Lier is geweest, is geen ‘echte’ melker. Het hoort bij ons postduivensportwereldje, ook al is er weinig meer van over. Met de gedachte een ‘echte’ melker te willen zijn, stapte ik de markt op in 2014. Ik kocht een rode doffer, mijn vader een kras doffer. Zo trots als een pauw was ik met mijn eerste Belg. Mijn vader trots, want die had zijn kras 2,50 euro goedkoper dan mijn rode kunnen bemachtigen. Bij dezelfde melker wel te verstaan. “Het zal een kwaliteitsverschil zijn”, sneerde ik naar mijn vader. Pa kon zich in ieder geval naast de duif, nog een Vlaams frietje veroorloven. Een onderlinge competitie kon niet doorgaan, want mijn rode is al gesneuveld tijdens een africhtingsvlucht. De kras van mijn vader, omgedoopt als het Kanon wegens het postuur, was ook al gauw van het hok verdwenen. Een jaar deed het Kanon over de vlucht, daarna kwam hij fris en fruitig weer. Alsof hij nooit weg was geweest, zat hij te vechten in zijn kooi. Voor een zwerver als het Kanon was geen ruimte en hij verdween van toneel.

“Zo snel de Belgen weg”, dat gebeurt mij geen tweede keer dacht ik in 2015. Ik kwam met vijf duiven thuis: een blauwe sokkenpoot, een donkerkras met kopergloed, een blauwe die ik kreeg van een duivenvriend en een vale en bijna witte. De laatste twee bij dezelfde melker. De blauwe sokkenpoot kreeg coli, de donkerkras met kopergloed herpes en de andere blauwe verdwaalde. Alleen de vale en witte Lierse dames hadden het naar hun zin en zitten nu overigens in 2017 nog op het hok. De vale is van mijn vader. Van al die honderden duiven, wilde hij alleen die vale. Pa bood 17,50 euro. De Belg vond de vale minstens 20 euro waard. Pa stapte eigenwijs en duifloos het café in. Uiteindelijk heb ik de vale voor hem gekocht. Tegen de Belg zei ik: “Die €2,50 leg ik wel bij”. Dit was immers in mijn vaders ogen de enige goede, dan kon het geen slechte wezen.

In 2016 is er nog een mooie rode dame bij gekomen, die ik ook wel gekscherend de ‘dikke Rooie’ noem. Ze is wat fors, tussen al mijn sierlijke overnachtdames. De dames uit Lier zijn tot op heden geen topduiven. Ik kweek er niet uit en toch ruim ik ze niet op. Het zal een stuk sentiment wezen. Maar als ik naar ze kijk, dan denk ik aan die uitjes en aan de melkers die mee waren.

In 2017 ben ik niet naar Lier gegaan. Het was niet de vogelgriep die roet in het eten gooide. Het was de rotziekte, die een goede duivenmaat van mij te pakken kreeg. Met hem reed ik altijd mee naar Lier. Is mijn jaarlijkse Lier bezoek nu met deze melker verdwenen? Dat durf ik niet te zeggen, maar dit jaar had ik er geen zin in.

Gaan met die banaan

De jongen onder de vliegers gaan als een speer. Er zitten mooie witpenners tussen, een mooi gezicht als ze eenmaal in de lucht zitten. De jongen van de kwekers heb ik nu twee keer buiten gehad; daar fladderen ze al wat. Ik kan niet wachten tot alle 2017-gangers als een ploeg in de lucht zitten en als ploeg weer in het hok. In mijn vorige verhaal vertelde ik over de twee zwarte duivinnen op het hok. Zoals het nu lijkt worden hun jongen vier zwarte duifjes. Maar twee zijn al gereserveerd voor Franse melkers en één heb ik weggegeven. Met wat geluk blijft er dus één zwarte op hok Wendel over.

De eerste vlucht staat dit weekend op het schema, alsof de duivel er mee speelt: slecht weer! “Wat doe je er aan”, zoals een collega melker altijd zegt. Ik weet nog niet hoeveel en welke duiven ik inkorf. Dit bepaal ik vrijdagmiddag. Er is nog geen haast, dus ik hoop dat ik een verstandige beslissing kan maken. Mijn jeugdige enthousiasme wil mij soms te snel doen bepalen om de duiven in te korven, terwijl je daar soms meer kapot mee maakt dan opbouwt. Ik maak de paters en losse duivinnen er wel helemaal klaar voor. Dat betekent meer voer, vrijdag ochtend volle bak en op vrijdagmiddag nog wat snoepzaad. De duiven zijn er klaar voor, nu het weer nog.

Verder wil ik nog even vermelden dat ik heb besloten om mijn wekelijkse column vanaf heden te veranderen in een column die één keer per twee weken verschijnt. Ik heb nog genoeg ideeën en inspiratie. Maar ik denk dat dit een verstandige keuze is om alle lezers betrokken te houden. Ik zit er ook aan te denken om mijn verzorgingssysteem schematisch, als een soort hokagenda weer te geven, naast een verslag. Ik zal dit ook in de toekomst proberen vorm te geven. Dus er zullen wat veranderingen plaatsvinden, we zijn samen op avontuur.

© Fabian

voor reacties of vragen fabiansocialmedia@outlook.com of contactpagina Marathonduivenjournaal