“Waarom allerlei kennis van buiten leren, die we makkelijk in naslagwerken op kunnen zoeken.” Een uitspraak van de geleerde Albert Einstein waar ik het roerend mee eens ben. Je hoeft niet altijd zelf het wiel uit te vinden, soms heeft een ander dat al voor jou gedaan. Na mijn vorige twee columns over de erfelijkheidsleer met betrekking tot de dominante postduivenkleur rood, hoop ik dat de melkers hier eens in de praktijk op gaan letten. Nou kan er zich eens een situatie voordoen, waarin het hele verhaal ‘rode kleur bij postduiven’ niet klopt. Denk dan niet meteen dat deze wetenschap niet correct is. Dit is de grootste reden dat melkers niet in dit verhaal geloven.

Ik heb hier een mooi voorbeeld van:

Twee jaar geleden kocht ik eens in mijn jacht naar Peiren duiven een zuiverrode doffer. Hij was een zuiverrode doffer, omdat beide ouders rood waren en beide ouders hun rode X-gen hadden doorgegeven aan deze doffer. Verder vertoonde hij elk kenmerk van zo’n zuiverrode doffer. Een zuiverrode doffer houdt in, dat al zijn directe kinderen rode duiven moeten wezen. In twee jaar tijd kweekte ik vijf rondes jongen van hem. Alle tien de jongen waren rood of vaal van kleur … so far so good. Maar op een dag maakte ik schoon. De rode doffer scharrelde wat in zijn kooi; zijn duivin liep parmantig over de vloer. Dit trok een andere doffer aan en ik hield de boel eens in de gaten. Ik zag de aangetrokken doffer, die ik de Toverbal noem, boven op het paarlustige duivinnetje klimmen. “Verrek!”, dacht ik, maar heel erg vond ik het ook weer niet. Die Toverbal is een van mijn beste kwekers. Ik liep naar binnen en zei tegen pa: “We moeten die jongen die uit dat koppel komen eens goed in de gaten houden, want ze is vreemdgegaan.” De duivin legde eieren, er kwamen jongen en je raadt het al: ze waren niet rood. Nee, het werden twee kakelbonte duifjes. Dit hadden ze van hun pa de Toverbal geërfd, vandaar ook zijn naam. Wel nu, als ik dit overspel zelf niet had gadegeslagen, had ik de hele wetenschap omtrent zuiverrood, dominant en de rode postduivenkleur wel in de prullenbak kunnen gooien. Gelukkig wist ik beter. Wees dus voorzichtig met je waarnemingen en (te) snel getrokken conclusies, maar bekijk het op het groter geheel en je zult zien dat het in de meeste gevallen klopt.

Nog een korte noot omtrent dit hele verhaal. Zoals op alle regels is er natuurlijk een uitzondering. De kleur Choco (Meulemans) valt niet onder dit postduivenrood-verhaal en wordt wel recessief vererfd. Dit houdt in dat er de mogelijkheid bestaat dat er een choco geboren kan worden als beide ouders een choco voorouder hebben. In zo’n geval hebben beide ouders dat recessieve choco-gen doorgegeven aan het jong. Het jong krijgt dat dubbele choco-gen, en zo kan er een choco geboren worden. Ook schijnt er naast het postduivenrood nog een andere rood te wezen bij postduiven: sierduivenrood. Deze rode kleur kent zijn oorsprong niet bij de postduif, maar zoals de naam al zegt bij de sierduif. De sierduivenroodkleur is, in tegenstelling tot de postduivenroodkleur, niet verbonden aan het geslachtschromosoom X en vererfd net zo (recessief) als de chocokleur. Ik heb verder geen ervaring met dit sierduivenroodkleur, maar ik heb mij laten vertellen dat dit goed te onderscheiden is van postduivenrood. De pigmentatie is fletser en lichter op de veren en het komt ook maar zeer weinig voor. Heeft u nu een koppel zwart-gen duiven die samen in een kweekbox zitten en nooit los komen, en er komen roden uit? Dan heeft u dus te maken met dit sierduivenrood, in zo’n geval ben ik altijd nieuwsgierig en zou ik graag eens een foto zien!

 

Legkippen

De vluchten komen er aan. Nog twee weken en dan is het zover, ik heb er zin in! De paters en vier losse duivinnen zijn voor het eerst afgericht op 20 kilometer; dit ging super. Het mooie weer werkt ook mee. Deze duiven gaan meteen de eerste vlucht mee. Mijn 19 weduwnaars gaan de eerste vlucht niet mee. Zij zitten dan op een klein jong. De tweede vlucht gaan ze mee op een groot jong en daarna scheid ik ze van hun duivin en begint het echte spel. Dit is het plan, ben benieuwd hoe het in de praktijk gaat lopen! De kwekers hebben een tweede nest gekregen. De eerste eieren lagen er alweer en dit loopt mooi door. De tweede ronde houd ik zelf, de derde ronde is bedoeld voor de verkoop. Bij de vliegers heb ik op dit moment één onbevrucht ei ontdekt; verder lijkt alles top te gaan. Van de jongen die ik kweek, gaat zo’n 40% naar andere adressen. Ik heb enkele jongen naar Frankrijk verkocht, enkele in Nederland en een paar via een bon. Ik heb momenteel te veel duiven en wil dus ook maar een 30-40 jongen zelf aanhouden. Daarom kan het zijn dat ik nog een enkeling uit bewezen vliegers ga verkopen, maar daar ben ik nog niet over uit. Belangrijkste zaak is dat ze eerst goed uit het eitje komen en mooi opkomen. De eerste jongen verwacht ik rond 4 april.

Succes met de voorbereidingen!

© Fabian

voor reacties of vragen fabiansocialmedia@outlook.com of contactpagina Marathonduivenjournaal