Weer geen weer. Het is de laatste tijd  wel huilen met de pet op. Heel de week lijken de omstandigheden voor  een mooie duivenvlucht en vroege vlotte duivenlossing gunstig. Maar op zaterdagmorgen liggen de weerkaarten plotseling anders.  Je kijkt naar buiten; de lucht is grauw en er valt een spatje regen. Je zet de tv aan en zoekt pagina tekst 861. Er is nog niks gelost. Sommige vluchten hebben al uitstel. Van het kijken naar zo’n duivensportteletekstpagina wordt niemand uitgesproken vrolijk.

 

Bij de pagina’s met lossingberichten is er aan het eind gewoonlijk ook eentje met samengevat het actueel weerbeeld of –overzicht  op de vliegroute. Daar moet de gemiddelde duivenliefhebber wijzer van worden. Die weersinformatie kan inzicht verschaffen waarom de duiven  wel of niet in vrijheid gesteld mogen worden. Een paar weken terug heeft men voor zover ik me herinner ongeveer  het volgende kunnen lezen. Er is een storing geweest, ook nog een occlusie en laaghangende bewolking, slecht zicht, de lage en hoge inversie zullen van blijvende aard zijn. Vervolgens is het weerfront ergens op de grens met Frankrijk tot stilstand gekomen en er is sprake van een windsprong.

Luchtfoto edited

Bij het lezen van dat laatste woord zullen niet veel duivenmelkers een gat in de lucht springen. Mijn hart is ook niet opgesprongen van vreugde.  Ik ken het woord niet, bel met Roberto een van mijn maandagmorgenduivenvrienden, want die weet veel  en  ik vraag hem of een windsprong misschien het tegenovergestelde is van een valwind. Hij heeft geen idee. Hij mompelt  iets van ruimende en krimpende wind. Ik neem aan dat hij net als de meeste duivenmannen gewoon over dat woord heen gelezen heeft.  ‘ Ik vind windsprong wel poëtisch. Er zijn aan die meteorologen beslist creatieve dichters verloren gegaan’, zeg ik tegen Roberto. Hij heeft daar geen commentaar op.  Inmiddels heb ik voor mijzelf bedacht dat een sprong van de wind zal kunnen betekenen dat de wind opeens, zonder waarschuwing, out of the blue van Noordoost naar Zuidwest springt. De duiven die eerst tegen de wind moeten opboksen, krijgen hem  nu vol in de staart met alle gevolgen van dien.  Wie weet wellicht is dat het wat er met dat springen van de wind bedoeld wordt.  Eerst gaan de duifjes langzaam, dan krijgen ze een boost en gaan pijlsnel.

 

Soms denk ik wel eens met weemoed terug aan de  radioduivenberichten van vroeger op het hele uur na het nieuws. Je hoorde het tijdsein, wist precies hoe laat het was en na het journaal had de nieuwslezer nog even tijdruimte voor de duivenberichten: De duiven in Vilvoorde en Moeskroen zijn om 8 uur gelost. In St Denis, Compiègne en Corbeil moet nog gewacht  worden tot de lucht opklaart. Soms werd er kort nog iets gezegd over de wind en het weer op de losplaats En dat was het dan wel. Men moest wachten op  nieuwe duivenberichten tot een volgende uitzending. En ach hoe minder je weet hoe spannender en verrassender iets  soms ook kan zijn.

 

©c.u.