Op 28 juni 1979 diende ik een aanvraag bouwvergunning in bij Burgemeester en Wethouders van de gemeente waar ik woonde. Mijn jongste zoon kreeg het onzalige idee postduiven te gaan houden. Er moest een duivenhok komen. ’Toe nou Pa, het is zo leuk!’ We woonden in die tijd in een nieuwe bungalow en je mocht bij ‘t huis  niet maar van alles  neerzetten.  Er was officieel toestemming nodig. Daartoe toog ik naar het gemeentehuis en vertelde aan een ambtenaar van de stedenbouwkundige afdeling van mijn verlangens en plannen waarbij ik benadrukte dat mijn zoon diep teleurgesteld zou zijn als hij niet een mooi echt hok kreeg. Dat het verdrietig voor de jongen was als de duiven bij een poelier terecht kwamen. De man hoorde mij minzaam aan en zei dat een duivenhok in die buurt gevoelig lag. Een duiven accommodatie mocht vanaf de  openbare weg niet zichtbaar zijn. ‘Met een konijnenhokje of een volière ligt dat anders’, sprak hij. ‘Dan bouwen we toch een volière annex duivenhok en bij die duiven kunnen we wel een paar konijnen onderbrengen’, reageerde ik. ‘Dan is de kans op goedkeuring reëel’, mompelde de gemeenteman en hij gaf mij een stapel papier mee om thuis in te vullen.

 

Dat werd een  bizarre en komische aangelegenheid. Ik vroeg vergunning voor het oprichten en plaatsen van een volière/c.q. duivenhok op het perceel kadastraal bekend; gemeente Keistad sectie A nummer 5468, vergezeld van 3 tekeningen in 3-voud en, in totaal, 9 bijlagen  De vragenlijst die ingevuld  diende te worden was eigenlijk meer bestemd voor een woonhuis. Er werd bijvoorbeeld gevraagd op welke wijze zou worden voorzien in: drink- en huishoudwater,  hoe  zou worden voorzien in parkeergelegenheid en/ of stallingruimte voor motorrijtuigen, bromfietsen en rijwielen en of de bestaande privaten  een spoelinrichting hadden. Wanneer je bedenkt dat het alleen maar ging om het onderkomen van een stelletje vogels, dan waren al die vragen niet te beantwoorden. Ik vulde dan ook praktisch overal n.v.t. in. Behalve dat er aan de achterkant van het hok een dakgoot en een regenton kwamen. Bovendien werd tot slot gevraagd naar naam en adres van degene die verantwoordelijk was voor a; het ontwerp; b. de constructie; c. de uitvoering van het bouwwerk. Ik schreef dat het ging om een demontabel bouwpakket van Houtbouw Ubachs uit Kerkrade, dat de postduivenvader van het vriendje van mijn zoon  het geheel in elkaar zou knutselen en tenslotte dat de totale bouwsom (inclusief c.v. installatie) 898 gulden ging kosten.

tekening hokje

Om een lang verhaal wat korter te maken; na enige tijd  viel de bouwvergunning op de deurmat. Op 4 juli had de stadsbouwkundige ambtenaar voor akkoord getekend. We waren blij, mijn zoon en ik. Wel werd er op gewezen dat we aan de gemeente kenbaar moesten maken wanneer er met de bouw  begonnen zou worden, maar dat kon de pret niet drukken. We bestelden in Limburg het duivenpaleisje. Na enige tijd  kwam er een roestige vrachtwagen met een platte laadbak de straat inrijden en achter in de tuin kwamen wat houten schotten te liggen. Ik belde het stadhuis. Een paar dagen later verscheen een figuur van gebouw- en woningtoezicht ten tonele. Hij  keek naar de stapel hout en vroeg waar de volière kwam te staan. Ik wees. Hij keek om zich heen, haalde de schouders op, liep wat heen en weer, schudde zijn hoofd en zei dat het goed was. Zo kwam het duivenhok er dus. Het had niks uit te staan met een vogelkooi of een konijnenhuis.

 

Nooit heb ik daarna ooit weer een aanvraag ingediend voor een duivenbehuizing. Een  paar jaar later gingen we verhuizen. Op het nieuwe adres werden diverse duivenwoningen gerealiseerd, afgebroken, verplaatst en weer opgebouwd, want het was natuurlijk zoeken naar de meest ideale plek. De officiële instanties heb ik daarbij nimmer meer geïnformeerd.  Dit alles is nu haast 35 jaar terug in de tijd. Mijn jongste zoon had inmiddels de duiven al gauw vaarwel gezegd. Hij had meer belangstelling voor een 27mc radiobakkie. Er kwam een hoge antenne in de tuin en ik mocht voor zijn levende have zorgen. Sindsdien ben een verstokte duivenhobbyman.

 

©c.u.