Het is de laatste dag van de zomer. Er is volop zon, de lucht is warm en vochtig. Morgen begint de meteorologische herfst en komt de R in de maand. De R van regen en rotweer. Ik heb de maandagmannen op bezoek. Zo noemt mijn oudste kleinzoon ‘t groepje duivenliefhebbers dat elke eerste morgen van de week op bezoek komt. We zitten buiten. De koffie is niet aan te slepen. Roberto heeft chocoladecakejes van de Turk meegenomen, Mario wil thee. Dino moet alleen een beetje melk. Hannes wenst veel suiker. Als duivenmelkersgastheer loop je je het vuur uit de sloffen.

 

We praten over de jonge duiven.  Die van mij hebben zondag hun tweede africhtingsvluchtje gehad. Jan de voorzitter van onze club heeft ze met de aanhanger naar Vianen gebracht. Daar zijn ze met een honderdtal andere duiven los gelaten. Maar eerst heeft hij Rinske zijn vriendin laten informeren hoe het met de lage en hoge inversie staat. De lage zal oplossen maar de hoge is blijvend of wordt nog hoger. Daar kan onze Janneman geen koek van bakken. Het is daar om  kwart over elf mooi weer; dus los met die hap! Om 6 voor 12 vallen het ooievaartje van Kniest en de blauwbontje dat ik van Mario heb. Dat is vlot. Het lijkt een simpel vluchtje te worden, echter het duurt een half uur voor Mario 603 zich meldt. Elf minuten daarna komt de blauwe die ik van Dino heb. De rest van mijn 42 beloftes voor de toekomst zal er heel de dag tot ’s avonds laat over doen om thuis te geraken en een stuk of vier ontbreken dan nog.

Dit alles vertel ik enthousiast aan mijn geduldig luisterend koffie- en theegezelschap. ‘Je hebt toch wel goeie duiven van Mario en mij gekregen’, lacht Dino, ‘en aan dat ding van die man uit Didam kun je nog plezier beleven.’ ‘Die fond duiven van Mario komen eerst vroeg maar later doen ze kalmpjes aan, relativeert Roberto. Mario zucht hij wil nu ook wel eens zijn ei kwijt en begint over zijn geliefde onderwerp: wat zal beter zijn voor duiven gepelde of ongepelde pinda’s! Hannes meent dat zoiets  geen moer uitmaakt maar dat je alleen moet oppassen dat die pinda’s niet verschimmeld zijn. ‘Denk je dat er in aardnootjes met dop meer vitaminen zitten’, zegt Roberto. Hij kijkt geamuseerd. ‘Ach joh, hij vindt pinda’s doppen gewoon gezellig,’ zeg ik.

de tweelingduif edited

De koffie is op. Ik moet nieuwe zetten. In de keuken hoor ik de mannen buiten verder kakelen. Het gaat over het derde ooglid, over verdwaalde jonge duiven op een olieplatform die met een hogedrukspuit weggespoten worden en over de bodemprijs van ‘al of niet zogenaamde’ goeie rassige duiven. Als ik weer buiten kom, landt er een laatkomer uit Vianen op de valplank. Het beestje is gewond. Ik laat het binnen. Op dat moment springt er eentje van de bonte tweeling  sierlijk en behendig door het gat van de spoetnik naar buiten. ‘Jouw duiven zijn echte uitbrekers,’ lacht Dino, als ik terugkom op het terras, ‘sommigen zijn net zo  vlug weer uit als in het hok.’ ‘Dat is zo’, brom ik, ‘het zijn echte acrobaten; vleugels strak tegen het lijf en dan rechtstandig  hupsakee een sprong omhoog! En hopla de lucht weer in! Het zijn  van die  kleine Epke Zonderlands moet je maar denken.’ ‘Ik ben benieuwd hoeveel melkers hun favoriete  jonge duivinnetjes; Daphne of het Schippertje zullen gaan noemen het komend seizoen,’ grinnikt Mario. ‘Nou ik zal mijn duiven zeker niet de Epke of  het Zonderlandje gaan dopen,’ reageer ik. ‘Gelijk heb je’, vindt Roberto , ’Epke bekt ook niet lekker en met die duiven van jou is toch geen land te bezeilen.

 

©c.u.