Duivenmelkers hebben aan buitenstaanders veel uit te leggen. Vaak vindt men dat je een rare liefhebberij hebt. ’ Vliegen die duiven eerst naar Frankrijk  of  breng je ze daar zelf heen.’ Zo zit er af en toe een ex- collega van school te jennen. Domme vragen waarop een deskundige postduivenliefhebber het antwoord liever schuldig blijft. In ons clubgebouw bieden we onderdak aan een Bridgeclub. Dat is tenminste een vrijetijdsbesteding waar je mee voor de dag kunt komen. Zeg tegen je collega’s op de schoolwerkvloer: ’Ik speel bridge’, en je krijgt beslist geen lullige opmerkingen. In onze vereniging kennen we Roberto Giovanni die naast het duivenspel nog tijd vrij maken voor golf en tennis. En we hadden  ooit Antonio die aan boksen deed. Hobby’s waar niks mis mee is. Liefhebberijen waar je je frustraties in kwijt kunt. Je mag flink van je af slaan.

 

Een jaartje of wat geleden speelde Afdeling 7 in september Limoges. Vanwege het ongunstige weer waren de duiven tot de zondag blijven staan en ‘s maandag had ik mijn kop niet bij de les. Weliswaar lette een buurman op de thuisvliegers maar je zit toch in spanning. Tijdens de ochtendpauze belde ik duivenbuurman Sebastiaan. Die had weinig positiefs te melden. Overal waren al duiven gevallen, zelfs in het donker van de late nacht, maar de Uithamduiven lieten het afweten. Een koffiedrinkende schoolcollega die kennelijk  iets van het telefoontje had opgevangen, vroeg:’  Hoe is het met je duiven? ’ ‘Die zitten in Limoges’, zei ik kortaf. Ik had weinig zin in een babbel met Bert Bedelman, de docent economie. ‘Dat is toevallig, mijn slakken hangen ergens in de omgeving van Limoges,’ ging hij verder. ’Wat moeten ze daar?’ was mijn reactie.

slakjeedited

Van Bedelman kon je alles verwachten. Verbaasd was ik niet. Hij had  een gat in de markt ontdekt en kweekte slakken die hij voor veel geld als delicatesse aan hotels verkocht. Het was een makkelijke bijverdienste. De slakken vergden weinig onderhoud. ‘Wat doen die slakken van jou in Zuid Frankrijk,’ bromde ik. ‘Nou kijk, Uitham, dat zal ik je vertellen. Ze overwinteren. Slakken houden een winterslaap en in Leusden vriezen ze dood. Daarom hangen ze in zakken aan de hanenbalken van het boerderijtje dat mijn broer in de buurt van Limoges heeft  opgeknapt’ ‘Wat voor soort slakken kweek je, Bedelman. Zijn het naaktslakken?’ ‘Nee, Wijnbergslakken.’ Ik haalde de schouders op, nam een slok koffie. Hij hield van een  glas wijn. Ik geloofde er geen barst van. Die Bert met z’n  slakkenhobby was de grootste treiterkop van de school.  In z’n les joeg hij de meisjes op stang door de jongens voor te rekenen dat ze  beter niet konden trouwen aangezien het economisch voordeliger was een vaatwasmachine te kopen. ‘Waarom vliegen je duiven naar huis. Frankrijk is toch veel leuker. Als ik duif was, bleef ik weg,’ begon Bert weer. Hij was nog niet met mij klaar.

’Ze vinden het plezierig om lang en hard te vliegen en thuis liggen hun vrouwtjes in de broedschotel te wachten.’ verklaarde ik. ‘Leuk? Dat geloof je toch zelf niet. Ze moesten jou bij je vriendin weghalen en ergens in het grensgebied van Duitsland ‘s nacht uit de auto gooien. Dat zou jij fijn vinden, maak dat de kat wijs.’ Ik zei dat duiven geen mensen waren. Hij nam een slok van zijn koffie, keek naar een mooie jonge lerares aan het eind van de lerarenstamtafel. ’Mogen die duiven zelf weten met wie ze verkering willen’, informeerde hij peinzend. ‘Nee,’ zei ik,’ dat regel ik. Zijn mond viel open:’En als ze een ander duifje willen?’

‘Ze hebben niks te willen. Hoe gaat eigenlijk de voortplanting van je slakken?’ Die vraag gaf onze koffiebabbel een andere wending.  ‘Je wilt weten hoe m’n  slakken het doen,’ lachte hij. ’Kijk dat zal ik je eens haarfijn uitleggen. Dat gaat in de eerste plaats erg langzaam en het is nogal glibberig. Zoals je weet beweegt de slak zich voort in zijn eigen slijmbed.’ Dat wist ik niet. Ik had er tenminste nooit bij stilgestaan, gelukkig redde de bel mij van  meer onsmakelijke details. We moesten weer lesgeven.

 

Toen ik na school thuiskam, kon ik constateren dat mijn duiven met een slakkengangetje de weg van Limoges aflegden. Twee van de vijf waren terug. Twee volgden een week later en één liet zijn snavel nooit meer zien.

 

©c.u.