Een paar jaar geleden stond ik aan de ringentang voor de overnacht. Eigenlijk was tang niet ‘t goede woord. Ik was namelijk driftig elektronisch doende. Dat betekende een soort rituele handeling waarbij ik gechipringde poten van duiven in of boven het kuiltje van een inkorfantenne heen en weer bewoog tot een piepende geluid aangaf dat de ring geregistreerd was en de duivin of doffer de mand in mocht.
Er kwam van alles door m’n handen. Duiven die zacht, rond, welgevuld, stevig en toch licht in de hand voelden en duiven die slap waren als vaatdoeken. Als mijn duiven niet stevig aanvoelden, stuurde ik ze zo niet op reis.

De duiven van superfond Ton waren die keer van het slappe soort. Hij had er 7 voor Mont de Marsan. Het werd een hele zware en warme vlucht. Na de middag op het heetst van de dag vielen de vroegste duiven. Ton won de eerste prijs en had er 5 van de 7 op het eerste blad. Toen ik hem feliciteerde en vroeg hoe het mogelijk was dat zijn slapjanussen de vloer zo met de concurrentie aangeveegd hadden, mompelde hij bedachtzaam: ’Ik denk dat mijn duiven in de mand oplopen.’
’Dan zijn dus de omstandigheden in de mand voor jouw duiven beter dan het woonklimaat op je gezellige hok’, reageerde ik,’ dat snap ik niet en wat bedoel je eigenlijk met dat oploopgedoe?’

Ton schudde zijn nagenoeg kale kop. Hij wist het niet allemaal zo precies.Hij dacht dat z’n duiven in de mand in vorm kwamen, dat ze dan weer lekker rond werden.
‘Er zullen ook wel duiven zijn die in de reismand hun vorm kwijt raken,’ zei hij nadenkend. Ik knikte. We gingen er immers allemaal van uit dat het verblijf in de duivenwagen niet buitengewoon plezierig was.
Misschien waren duiven die lekker opgeblazen door je hand gingen wel net over hun vorm heen.

Wat later op een maandagmorgen legde ik de slappe kwestie onder het genot van koffie met stroopwafels voor aan Bertus en Geert. Bertus had er nooit zo bij stil gestaan.
’Je kunt ziektes oplopen en de temperatuur kan oplopen’, grinnikte hij Volgens Geert was maïs het antwoord. Duiven werden bij de meerdaagse fond daarmee onderweg royaal gevoerd en dat zorgde vast voor een betere conditie.
Bertus knabbelde aan z’n stroopkoek en zei dat de vorm een groot raadsel was en dat zou blijven ook.
‘Klopt,’zei ik, ‘van Jan Plant kreeg ik in juni droge schrale duiven in handen, maar dat weekend vloog hij kop van Bordeaux.
‘Zegt niks,’zei Geert, ’want die Plant had maar een prijs en de rest van zijn duiven raakte geen papier!’
© c.u.