Roberto heeft zorgen. Hij heeft nieuwe buren. Aardige mensen daar niet van. Maar ze hebben een dakkapel op het huis laten zetten. Roberto heeft duiven. Al veertig of meer jaren lang. Die houdt hij op zolder. Er is tussen de twee huizen onder het dak maar een dun scheidingsmuurtje.

Als buurvrouw en -man nu helemaal boven gaan slapen, kan dat problemen geven. Denk je in. Ze liggen lekker te kroelen en te stoeien en naast hen klinkt gefladder, geroekoekoe en het geroep van de weduwnaars en de zolderduivinnen.

 

Met het smoesje dat hij zelf ook een dakkapel wil, heeft Roberto zich als eens bij zijn nieuwe buren naar binnen gebabbeld en hij heeft geconstateerd dat de geluidsoverlast niet meevalt. Het lijkt daar boven wel of je in het duivenhok slaapt. Gelukkig heeft hij nog geen boze buurman aan de deur gehad. Wel heeft hij hem inmiddels met isolatiemateriaal zien slepen.

Echter er is meer dat hem dwars zit. Op zo’n 500 meter bij  zijn duivenvliering vandaan wonen en nestelen op de hoge stadstoren drie slechtvalken en die hebben duif op hun menu staan. Via een webcam kunnen de stadsbewoners genieten van het wel en wee van de valken. Ook Roberto is zo getuige van de slechtvalken en hun handel en wandel. Het liefst zag hij dat die vogels emigreerden naar Verweggistan. Hij kan natuurlijk een luchtbuks kopen om ze een duwtje in de goede richting te geven, maar de slechtvalk zit en vliegt hoog en droog.

 

En alsof er nog niet genoeg sores en ellende is in zijn duivenliefhebbers bestaan, hebben zich bij hem in de naaste omgeving ook nog eens een koppel eksters gevestigd. Die jagen zijn jonge duiven schrik aan als ze voor het eerst op de dakpannen zitten. Hopla de lucht en de wijde boze wereld in en dan niet meer thuis durven komen  om via het dakraampje de veilige duivenhaven te bereiken. Kortom zo raakt hij duiven kwijt. Eksters zijn vreemde papegaaiachtige beesten. Ze vliegen raar; niet echt in een rechte lijn, meer in bogen, net of ze telkens even moeten uitrusten. Ze hebben zo’n onhandige lange staart. Waarom dat zo moet zijn, is niet duidelijk. De vogel heeft wel iets van een politiehelikopter die af en toe boven de stad hangt.

 

En dan is er de laatste tijd nog gezeur met de vrachtduiven. Die moeten nu bij het inkorven door duivenambtenaren gecontroleerd worden, of ze (die duiven) wel gevaccineerd zijn tegen de een of andere  vreselijke duivenziekte. Dat vindt hij ergerlijk, elke week opnieuw moeten zijn duiven op een lijst afgevinkt worden. Zulke duiven worden ook wel portduiven genoemd. Dat heeft niets met Rode of Witte Port te maken! Port betekent gewoon vracht. Roberto moet bij dat woord denken aan het spelletje dat hij vroeger met klasgenoten op het speelplein speelde.

Ze zongen:’ Schipper mag ik overvaren, moet ik dan ook port betalen, ja of nee’ Vervolgens kreeg je van de schipper een handicap: hand aan je linker oor of aan je rechter knie en daarna mocht je het plein strompelend oversteken en probeerde die schipper je af te tikken. In dat liedje stond tol en niet port. Maar dat maakt niet uit, de betekenis is gelijk en iemand moet toch de tol betalen: zo is het nu eenmaal in het leven. Intussen is Roberto wel blij dat zijn duiven niet zulke lange staarten hebben en de buren mogen van geluk spreken dat hij geen eksters op zolder houdt.

 

©c.u.