Mijn duiven worden ongeduldig. Ze willen de liefde bedrijven. Dat mag van mij niet. Ik houd ze nog gescheiden. Ze snappen er niks van. Al maanden hebben ze geen veer van elkaar gezien. Het nesthok  wordt gerenoveerd, over een paar dagen is de bruidssuite klaar.

Intussen zijn de mussen in de buurt aan het nestelen. Die vliegen af en aan met duivendons. Dat pikken ze uit mijn kleine sierduivenhokje. Ze glippen door de openingen van het golfplaten dakje en komen even later met een snavel vol veertjes tevoorschijn. De huismus is niet gek. Dons is lekker zacht en voelt als fluweel.  Mijn postduiven produceren bij tijd en wijle heel veel van dat zachte spul.  Vooral mijn lange afstand vliegers schijnen een verenpak te hebben dat boterzacht is. Soms lijkt het of het gesneeuwd heeft.  Je zult er een hoofdkussen mee kunnen vullen en heerlijk slapen en dromen

Maar de mus  mag niet dromen en moet het met  sierduivendons doen. Zelf droom ik  trouwens niet zoveel meer, de nachtmerries niet meegerekend. Een kampioenschap hoeft niet zo nodig. Ik ben al verheugd als een enkele duif me in het vlieg- en wedstrijdseizoen met een keivroege  aankomst verrast. Ik ben bijvoorbeeld met de vaat bezig; met Dreft natuurlijk, wat anders!  Ik kijk uit het raam. Er valt een duif op de plank.  En ik zeg: ‘Zo ben jij daar eindelijk. Kon je niet wat eerder komen!’ Van het meldpunt verneem ik  vervolgens dat mijn  Bassie 103 super vroeg  van Brive zit. Ik kijk weer naar buiten en-  dat kan toch niet waar zijn- daar duikt mijn Patricia 97 naar beneden, mijn dag  kan niet meer stuk!

Dan spring ik klaar wakker op uit mijn relax- fauteuil . Ik deed een hazendutje. Er zit geen veer op het hok, nergens is een duivensnavel te bekennen. Zelfs geen mus hipt over de  pannen van het duivendak.

Maar heel soms word ik in het holst van de nacht echt wakker, stap uit bed, schuif de gordijnen opzij, draai de luxaflex op een kier en daar kuiert mijn Rooie Doppie van Ruffec over het grind van het schuurdak richting duivenhok, loopt de veilige duivenhaven binnen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is en ze scoort daarmee een teletekstvermelding. Op zo’n roemvolle prestatie kun je jaren teren. Dat moet je niet doen want de helden van gisteren en eergisteren worden vaak snel vergeten: transit gloria mundi!

Maar dromen mag en chaotische nachtmerries vergeet je beter vlug. Want af en toe word ik wakker uit zo’n boze droom waarin ik met een scootmobiel de weg  helemaal kwijt ben.  En die vragen gaat niet. Er is geen levend wezen op straat om even een goed gesprek mee te beginnen. Had ik nu maar een postduiventomtom, zo’n  oriëntatie – dinges gehad. Maar duiven verdwalen soms ook en kunnen niet bij omstanders informeren  welke kant ze op moeten.

Wat mussen betreft! Die lijken voortreffelijk te communiceren. Ze vertellen elkaar tsjilpend en kwetterend waar dat zachte duivennestmateriaal verkrijgbaar is. Of ze zich daarbij ver van huis wagen, weet ik niet. Brive en Ruffec staan niet op hun lijstje. Wellicht is de lengte van de  oorspronkelijke marathon met zijn  40 kilometer haalbaar. Van echte marathonmussen zullen we  waarschijnlijk nooit mogen spreken.

©c.u.