Zo af en toe is het ontroerend om te zien hoe duivenmelkers pogingen doen om hun gewonde duiven weer op te lappen. Als amateur-chirurgen trachten ze wonden en botbreuken te herstellen. Over het algemeen zijn duivenmannen redelijk vindingrijk.

‘Raad nou eens wat’, riep Jan ergens in de voorbije zomer in het clublokaal,’ Ik heb een duif opgehangen, kijk maar! Dat klonk nogal verontrustend. Hij toonde ons een foto. We keken. In een soort broedhokje aan de tuinmuur naast zijn benedenhok hing aan wat stukken elektriciteitsdraad in een theedoek en jonge krasduif met twee water- en voerbakjes voor zijn snavel. ’Die duif kwam van de ochtendtraining thuis, viel op het dak van het bovenhok met twee gebroken poten.’ ‘Waarom heb je dat stroomdraad gebruikt,’ onderbrak Bertus hem,’ wou je er een soort elektrische stoel van maken?’ ‘Hou eens even je kop, grapjurk, dan zal ik het allemaal uitleggen. Luister! ‘We gingen er eens goed voor zitten want Jan was een breedsprakig man. ’Die pootjes heb ik zo goed en zo kwaad als het ging met cocktailprikkers gespalkt en toen heb ik in een ouwe panty van mijn vrouw een paar gaten gemaakt en de duif erin gestopt.’ ‘Hoeveel denier’, vroeg Bertus, met een uitgestreken gezicht. Niemand lachte. ’Wat bedoel je’, aarzelde Remco, ons jeugdlid ’Let maar niet op die wijsneus, hij heeft het over de dikte van panty’s,’ kwam Harm te hulp. Bertus had even geen weerwoord. ‘Ik zie helemaal geen panty’, begon Remco weer, ’waar zit die dan?’ ‘Onder die theedoek, joh,’ verklaarde Bertus,’ In die panty hebben de benen van Gerda rondgewandeld en nu zit er een duif in.’ ‘Waarom een theedoek? ’informeerde ons leergierige jeugdlid. Niemand vond het nodig daar serieus op in te gaan Jan lachte onzeker, voelde zich in de maling genomen, schudde zijn kop en ging verder: ’Ik heb haakjes boven in dat opvanghokje geschroefd en met een ouwe theedoek en een stuk snoer dat toevallig in de werkplaats lag, heb ik de pechvogel zo opgehangen dat hij net bij zijn eten en drinken kan en ik heb ook voor een poepgat in die panty gezorgd. En nou moet het beestje zo een tijdje in mijn crisiscentrum blijven tot het weer lopen kan.’ ‘We bekeken de foto van het duiven ziekenzaaltje en stelden nog wat vragen.

Bertus, de kampioen grappenmaker van onze vereniging, was ook in de ban geraakt van Jan’s vertelkunst en deed geen pogingen meer de lachers op zijn hand te krijgen. De ziekenboeg of het opvangcentrum van Jan bestond uit een aantal overtollige broedbakken of fruitkistjes en kon met een deur van een afgedankte douchecabine worden afgesloten, opdat mussen het voer niet konden stelen en verdwaalde katten geen kans kregen om paniek te zaaien. De douchedeur had onze spraakzame Jan van zijn duiven buurman Peter. Die was op zijn beurt ook zo’n zorgzame duivendokter. Die Peter bezat een mannetjesduif met een gebroken vleugel. Die noemde hij Lamme Mees. Hij had liefdevol en zorgzaam voor zijn onfortuinlijke duif , een ingewikkeld stelsel van trapjes geconstrueerd zodat de vogel uit het hok kon komen als het in de tuin wilde wandelen. Hoe het met de brokkenpiloot van Jan verder afliep en of duivinnetje nog prijs vloog, weet ik niet, maar aan dat panty en cocktailprikkerverhaal moest ik wel even denken toen ik tussen Sinterklaas en Kerst voor een kleine operatie in het ziekenhuis belandde. Ik had een mediale liesbreuk, kreeg een infuusnaald in de hand, een prik voor de verdoving in mijn rug en lag een klein half uur onder felle lampen in doeken gewikkeld op de operatietafel gekoppeld aan allerlei snoertjes en draden. Op een gegeven moment hoorde ik de dokter vragen: ’Waar is dat matje nou; het zou wel handig zijn als we nu een matje hadden.’ Toen ik later om opheldering vroeg, zei de chirurg dat er tijdens een hernia of liesbreukoperatie bij de patiënt een matje van een soort gordijnstof werd bevestigd om het gat te dichten of de breuk te helen. Ik weet niet wat Jan ’s duif van diens medische verzorging vond, maar ik voelde mij daar in dat ziekenhuis temidden van al die geluiden van piepende monitoren en automatische bloeddrukmeters hoogst ongelukkig.

© cu.