Meer dan vroeger, zo lijkt het, worden vluchten ingekort.  Vooral na de vorige vogelpestperiode wordt er maar te pas en te onpas met duiven heen en weer gereden. Ik ben daar niet zo gelukkig mee. We hebben in het voorbije jaar zelfs  als eens meegemaakt dat de wagens naar een verder gelegen losplek reden. Wellicht gooide  er een kermis of een vliegshow roet in het eten.

Men heeft voor het korter bij zo zijn redenen: het is warm en ver en de wind zit oost of de vlucht van een week eerder was zwaar. Men gaat er dan vanuit dat dichter bij huis makkelijker betekent. Of dat altijd zo zal zijn, is een vraagteken. Immers zo af en toe verloopt een vitesse vlucht slechter en trager dan een dagfond op dezelfde dag. De mens is de maat van alle dingen. Als wij niet zoveel en lang hoeven lopen of fietsen, worden we  niet zo moe. Wij kijken tegen een grote afstand op. Onze duiven hebben denk ik geen flauw benul van  tijd en af te leggen weg. Ze zullen zich ergens op een losplaats heus niet achter de oorgaten krabben en tegen elkaar koeren:’Jonge, jonge, wat zijn we ver van huis.’ Veertig kilometer meer of minder beleven ze waarschijnlijk heel anders dan  hun bazen. Kortom duiven hebben  hoogst waarschijnlijk geen begrip van afstand.

Een voorbeeld om dat te illustreren! Clubgenoot Jan stopte op een vrijdagavond een  van zijn nauwelijks afgerichte jonge duiven in de verkeerde mand. Het beestje zou naar Duffel (135 km) … maar  ging nu naar Pont St Maxence. En dat lag 240 kilometer verder. Als er twee vluchten op een avond ingekorfd worden gaat er  wel eens wat fout. Uit de mand halen en alsnog naar Duffel ging niet meer, want  het dier was al over de inkorfantenne gehaald. De vergissing kon niet makkelijk hersteld worden, dacht men.

‘Nou, die zie ik nooit meer terug, laat  dan maar zitten ook ’, riep Jan.  De duif had als   laatste opleervlucht alleen Geertruidenberg gehad, een stukje van zestig kilometer.  Pont St Max werd een hele zware warme  vlucht. De 4e prijsduif die Jan die zaterdag draaide was, u raadt het al, de vogel waarvan iedereen dacht dat ze geen enkele kans zou hebben. Nu zat ze nog ergens bij de eerste 15. verenigingsduiven Met 2 of 3 africhtingen was de duif, hink – stap –  sprong – naar Frankrijk gegaan.

’Dat  wordt een goeie duif’, riep Jan met luide lach.

Natuurlijk bewijst zo’n anekdote niet dat inkorten vluchten weinig zinvol is. Het terugrijden met duiven moet  echter een uitzondering blijven, vind ik.

 

C.U.