Soms is dichtbij toch ver weg. Daar moest ik aan denken toen ik in een doos met oude ringen het duivenpootje terugvond dat duivenbuurman  Kobus ooit van een wandeling meebracht. Een paar botjes met een groene ring, meer was het niet. Die ring was van ’95.  In het ringenboekje ontdekte ik wie de  eigenaar was.: John van de Ordonnans! Ik belde op  met de mededeling dat ik een pootje van hem had. ’Die duif heb ik vroeger geschonken aan  clubgenoot Staalmans. Hij kreeg twee donkere krassen. Ze deden het goed op de dagfond. Heb je nog wat anders in de aanbieding, want met een dooie poot kan ik niet veel,’ lachte hij. Nou, deze duif heeft het toch een keer af laten weten, want die ring is in bos Birkhoven, niet ver van jullie, gevonden. ’Dat was  wel sterk volgens hem, want dan was het  dier dichtbij huis gesneuveld. Het waren alle twee duivinnen, dacht hij. Ze waren van een zware Chateauroux weggebleven. ‘Die poot is onder een boom gevonden. Er zal een roofvogel in het spel geweest zijn.’‘ Wil je de ring terug? ‘Dat hoefde niet. Ik mocht  de botjes ook wel houden voor mijn verzameling rariteiten.

 

Duiven maken verre reizen en zouden dus veel kunnen vertellen. Dat doen ze jammer genoeg niet. Het gebeurt wel vaker dat ze in de onmiddellijke omgeving van het thuishok stranden.  Een blauwbonte doffer van mij liep eens na een wedvluchtenweekend troosteloos en vermagerd op een pleintje in het Oesterkwartier aan de andere kant van de stad rond. Het dier kwam van Tours, een lossingplaats waarvan ik mij veel had voorgesteld. De duif was volledig de kluts kwijt. Ik moest hem ophalen. Die laatste twee a drie kilometer waren niet de overbruggen.

 

Een aantal jaren terug in de tijd heb ik eens elf duiven op Bergerac gezet. Tien kwamen er vlot thuis. De elfde, die ik de Tijger had genoemd, zat veertien dagen later op een boerderij in Nijkerk.  De boer overhandigde mij een doosje met veren, want de 360 was broodmager; de tank was leeg.. Vanaf het boerenerf kon je de contouren van Amersfoort zien. Een betrekkelijk geringe afstand. Wonder boven wonder herstelde deze jaarlingdoffer zich.

Er zijn liefhebbers die menen dat je  een verdwaalde duif niet moet ophalen, dat  je er nooit meer iets aan hebt. De Tijger echter werd de vader van de jonge 10 die van Pont Sint Maxcense een eerste vloog van 2700  duiven.

 

Dat er vlak voor aankomst in een veilige haven iets mis kan gaan, ondervond ik in de voorbije herfst. Met mijn  oudste dochter en haar twee kinderen van bijna twee nam ik de boot naar Texel. Toen we Den Helder achter ons lieten, wilde dochterlief beslist even met haar peuters naar het koffiedek Het betekende gehannes met kinderstoeltjes, looptuigjes, warme jasjes en  mutsjes. Tegen het einde van de korte tocht over het Marsdiep, moest de hele familie  weer gauw in de auto. Toen de eerste auto’s  op Texel al van boord gingen, was mijn dochter de contactsleutel plotseling kwijt. Die was op een geheimzinnige manier in het binnenste van een van de autostoeltjes beland en na zenuwachtig gezoek bleven wij eenzaam achter op het lege autodek. Veerbootpersoneel met portofoons kwam poolshoogte nemen. Daar stond  een Opa met zijn kleinkinderen aan het handje. Een van die mannen sloopte het kinderzitje uit de auto en na lang schudden en rammelen viel de sleutel uit het frame van het stoeltje. Intussen was de veerboot  met Texelse auto’s al weer aan de terugreis naar Den Helder begonnen.

 

‘ Jullie zullen een keer extra met ons heen en terug moeten, maar dat is niet erg hoor. Ik zelf ga al 15 jaar op en neer. Zet die auto maar bij die achterste boegdeur, dan kun je er straks als eerste af.’ Zo duurde onze overtocht naar het Waddeneiland drie keer zo lang.

 

Onze  duiven maken af en toe ook onnodig extra kilometers. Met  hoge snelheid, de wind in de staart, schieten  ze met de blik op oneindig soms meer dan honderd kilometers door. Ze waren er even met hun kop bij of ze hadden de vorm van de dag niet. In Harlingen , Lauwersoog of Delfzijl zien ze opeens die uitgestrekte watermassa’s. Dan moeten ze terug. Dezelfde 150 kilometer moet opnieuw afgewiekt worden, nu met de wind op kop en  bovendien  valt een terugtocht  psychologisch gezien altijd zwaarder.

 

Duiven reizen in hun bestaan heel wat af. Hoe vaak hebben sommige duiven al niet in Quiévrain gestaan? Ja, daarmee vergeleken  was ons stuntelige geboemel tussen  aankomst en vertrek maar kinderspel.

 

©c.u.