De eerste keer dat ik die vader en zoon uit V. zag, glommen ze als twee opgepoetste bosvruchten. Ze hadden een vroege prijs van een Marathonvlucht. Een donkerwitpen duivenvrouwtje had voor hen de kastanjes uit het vuur gesleept. Ik mocht verslag en foto maken. Vader, zoon en duif poseerden in alle standen. De eerste twee raakten niet uitgepraat. De duif zweeg. Ik werd in de watten gelegd, kreeg koffie met appeltaart.

 

Tot slot vroegen ze of ze me blij konden maken met een paar eieren. ‘Alleen als die gebakken worden,’ was mijn antwoord. De vader was vol begrip: ik moest mijn hok raszuiver houden, een eigen stam opbouwen. ‘Ja, ik wil geen ratjetoe,’ lachte ik. Dat er andere dingen konden spelen, zei ik niet.

 

Heel veel jaren daarna,- we waren inmiddels bevriend geraakt, ik was vaker in V geweest voor een duiven-impressie, had wat duiven gekocht,- belde de zoon met de vraag of ik eieren kon plaatsen. Dat was nu niet aan dovemans oren gezegd. Vader en zoon hadden intussen vaker gezegevierd op verre vluchten. Mijn duiven zaten net op eitjes.

Vol gas ging het naar dat duivenparadijs in V. Weer kreeg ik koffie. In de hokken haalde mijn gastheer uit diverse broedschalen eieren waarop hij met stift of potlood getallen noteerde. De afstamming zou volgen, wanneer de eieren uitkwamen, de jongen volwassen waren. Dat was praktisch gedacht! Nu werden die beschreven eieren op hun beurt in een doosje in de watten gelegd.

 

Vervolgens gingen we ons weer te buiten aan koffie. Mijn gulle gever toverde gevulde koeken tevoorschijn. Die zaten netjes verpakt. Na wat gefrut had ik het omhulsel los .

‘Geef maar hier,’ sprak mijn duivenvriend en liep naar een afvalemmer of kliko die nabij stond. Hij tilde het deksel op, zei lachend:’ Als je nog eieren wil, hier zijn er zat.’ Daar op het restafval lagen nog minstens twintig eieren die uit de gratie waren.

 

Terwijl ik dit schrijf, lopen op mijn hok de duiven vrolijk herrie schoppend rond. Tussen hen de 446 en de 191; twee donkerkrassen: een jaarlingdoffer en –duivin. Ze hebben roemruchte voorouders. Deugniet, Zilverstar, Jo, Don Juan, Morgenrood en Zwarte Reus, dat is niet misselijk. Ze zijn de dans ontsprongen, gered van de kliko! Of zij dit jaar al aan de zware marathon vliegerij zullen toekomen, is de vraag.

 

Trouwens die Griekse Marathon was een slagveld en met de boodschapper die het bericht van de overwinning bracht, liep het slecht af.

Maar als ik toentertijd nu eens op die vraag ja gezegd had en al die verweesde eieren naar huis had getransporteerd om ze daar in broedschotels te vondeling te leggen? Wat voor kanshebbers hadden daar vandaag op deze zonnige dag op mijn duiventil lopen koeren en draaitollen. We zullen het nooit weten.

©c.u.