Kleine veranderingen hebben  soms grote gevolgen. Met mijn jonge duiven ging het dit jaar minder goed. Ze sukkelden wat en vlogen niet zoveel prijs. Daar ga je over nadenken en je praat er over. Gisteren had ik Groningse Paul aan de telefoon. Hij zei:’vorig jaar heb je jouw doffers en duivinnen pas half januari gescheiden,daar ligt het vast aan.’

‘Nee, Paultje’, bromde ik. ‘Mijn buurman heeft een pijpje en dat rookt.’

rokende-schoorsteen

Er viel een stilte in de verbinding met Groningen en ik begreep dat ik wat uit te leggen had.

‘Luister’ zei ik, ‘mijn jonge duivenhok staat achter mijn schuur,  en uit de achterkant van buurman ’s schuur ernaast steekt horizontaal een kort pijpje voor de uitlaatgassen van zijn CV ketel.  Als  mijn buren onder de douche gaan,  slaat de rook  tegen mijn duivenhokje en vooral bij  weinig –  of ongunstige wind  trekken giftige dampen het hok in.  En dat douchen duurt tamelijk lang want ze zijn met hun zessen’

‘Je moet de Rijdende rechter roepen,’grinnikte Groningen.’Dan kom je met je duifjes op de tv, kunnen we lachen.’

Ik negeerde  zijn grappige opmerking.

Oijp rokende winnaar

‘Nee, die man moet ik niet op m’n erf’, ging ik verder,’dat hoeft ook niet  want buurman is best een aardige man, ik kan altijd alles goed met hem bespreken en dat  pijpje zit er al jaren. Er liggen twee asbestgolfplaten los op mijn hokje en de stoom van die cv ketel sloeg  daar meestal overheen. Maar vorig winter maakte ik mij  er opeens zorgen over. Buurman had toen naast mijn duiventil een kleine fietsencarport voor zijn grote kinderschare gefabriceerd.  Omdat hij toch bezig was vroeg ik hem of hij aan zijn kant een mooie brede windveer op mijn jonge duiven woning wilde timmeren. We dachten dat we met deze ingreep de ketelrook een ander richting uit zou  kunnen laten trekken. Maar ik had beter moeten weten; elke verandering is nog geen verbetering. De uitstoot van witte rook  kringelde en kroop heel listig onder de brede windveerplank door, glipte dan onder de opstaande rand van de golfplaten toch nog naar binnen. Nu kon je die verbrandingstoffen  in het hokje veel beter ruiken. Of mijn duiven er last van hadden, konden ze me natuurlijk niet vertellen.’

Zo dat was een hele mond vol; het bleef een tijdje stil in  het verre Groningen. ‘Ben je er nog?’vroeg ik.

‘Doe niet zo stom,’was het antwoord,’je hebt gezondigd tegen het eerste en belangrijkste duivengebod; als het goed gaat mag je niks veranderen. Never change a winning team! Door aan een kant opeens  die afdekplank te maken, is de ventilatie in dat lilliputterhok van  jou natuurlijk ook anders geworden. Daarom hadden je jongen van de zomer telkens natte ogen. Misschien hadden die duiven van jou helemaal  niet zoveel last van buurman z’n uitlaatgassen!’

Toen we uitgetelefoneerd waren  bedacht ik dat ik buurman toch moeilijk kon  vragen de boel weer te slopen.

C.U.