Vroeger had ik drie vrijgezelle ooms die zich, als ik bij hen op de boerderij logeerde, min of meer met mijn opvoeding en welzijn bemoeiden. Oom Roelof, meende dat ik  schoolmeester moest worden dan had je  lange vakanties, korte dagen en je hoefde niet voor dag en dauw je nest uit om met de hand koeien te melken. Oom Jan vond het een geweldig idee als zijn neefje Scharensliep werd. Dat was onveranderlijk zijn advies. Zo’n man trok met handkar en slijpsteen een paar dagen in de week langs de deuren, maakte hier en daar wat scharen en messen weer scherp en hoefde dan een tijdje helemaal niet meer te werken Hij lachte uitbundig en vond het een gouden gedachte. Oom Albert tenslotte maakte zich grote zorgen over het feit dat zijn stadse neef als hobbie een paar duiven hield..’ Wie zijn geld wil zien verstuiven die koopt konijnen en duiven’, riep hij vaak. Dat snapte ik niet. Duiven immers scharrelden hun kostje zelf wel bij elkaar, waren gek op broodkruimels en het gras voor konijnen groeide overal gratis.

Aan dit alles dacht ik vanmorgen toen ik om halfzes wakker schoot uit een vage droom en wat lag te piekeren. Mijn grappende en grollende ooms leven niet meer. De paar konijntjes die ik had stierven aan myxomatose of belandden  in een braadpan. Onderwijzer ben ik wel geworden en geweest, maar duiven heb ik nog altijd. Daar ben ik niet straatarm of steenrijk van geworden. Het advies van mijn duifonvriendelijke oom heb ik in de wind geslagen. Bovendien wat kost een duif strikt genomen. Woelend in m’n bed terwijl het licht door de lamellen kwam dacht ik er over na. Je maakt niet zo maar even een kosten-baten-analyse.

Een jonge duif krijgt een ring, prijs 50ct. Het beestje moet gevaccineerd worden en dat kost met voorrijkosten  zo maar 1 euro. Een gediplomeerde, dus goed opgeleide vogel moet een chipring dragen, prijs €1,50. Donders dan zit je al aan de drie eurootjes en dan komt nog het vraagstuk van eten en speciaal drinken, hoe becijfer je dat, om van de additionele voedingssupplementen maar te zwijgen. Hoeveel kost de voeding van  de zuigelingduif in de eerste 25 dagen bijvoorbeeld. En als puberduif gaan ze een hoop kostbare graantjes mee- en wegpikken.  En wanneer je er even dieper over naprakkizeerde  welke sommen geld je nu aan zo’n fladderaar exact kwijt was, raakte je helemaal het spoor bijster. Ik begon de zorgen van mijn oom Albert over dat verwaaiende papiergeld en die verspilde centen een klein beetje in perspectief te zien.

Kortom ik sufte nog wat, viel weer in slaap en droomde hap snap weer onsamenhangende dingen tot ik definitief wakker werd.  Toen ik aan de ochtendboterham zat, had ik een lumineus idee: vandaag  zou ik links en rechts een stelletje bevriende melkers gaan bellen met  de stelling en de vraag:’ jonge duiven vreten jou de oren van je kop en wat kost dat precies, graag nauwkeurig alle kosten per duif tot aan de eerste officiele africhting tot twee cijfers achter de komma.’ Die vragen behoorden vanzelfsprekend wel clip en klaar te zijn. Zo van: ‘Stel je hebt 30 jongeduiven, hoeveel geef je die per dag en per week.’ Of:’Er zit een aantal kweekkoppels met jongen, hoeveel voer hebben die extra nodig in de periode dat de kleuterduiven azen.’

Het leek me een goed plan en ik was bij voorbaat zeer benieuwd. Jammer dat ik  mijn antiduif-oom niet meer met de resultaten zou kunnen confronteren. Oom R ging ik er niet mee lastig vallen, die hield meer van klaverjassen en de Scharenslijpers van Oom Jan waren al lang  uitgestorven

Goed na de koffie die dag pakte ik de telefoon. Bij de eerste drie nummers die ik intoetste,  hoorde ik een antwoordapparaat vertellen dat er op dit moment niemand thuis was die me te woord kon staan. Bij  het vierde telefoontje had ik beet. Het was Mario. Hij had 50 jongen die 1x per dag gevoerd werden en 30 gram kregen. Hij gebruikte als voerbussen oude lange smalle  blikken waarin  aanmaaklimonade had gezeten. Hij gaf ze voer van 20 euro vermengd met padi van 18 euro. Rekenen was niet zijn sterkste kant en ik mocht zelf  becijferen wat dat aan kosten per duif betekende. Op de vraag hoeveel kweekkoppels met jongen op een dag extra eten naar binnenwerkten, kon hij geen zinnig antwoord geven. Wel had hij zo het idee dat ze dubbel zoveel nodig hadden, immers die jongen zaten afgezien van de eerste week de hele dag met volle kroppen. Na Mario belde ik nog Willem, Roberto en een van de vele Jannen uit onze club, maar niemand gaf thuis. Die kerels waren vermoedelijk allemaal aan het lappen voor het komende weekend

©c.u.