Mijn oudste en kortste zoon kwam langs voor een bakkie koffie. Ik had de radio op een andere zender gezet. Meestal luister ik naar classis FM, maar ik weet dat hij niet zo op die ‘Mozart – hoempahoempa’ gesteld is … vandaar!. Uit de luispreker klonken nu de curieuze zinnen: ’Dit is voor mij een dag uit duizend dromen. Ik ben toch nog goed terecht gekomen’; Frans Bauer in de bocht.

‘Duivenmuziek’, zei mijn zoon minachtend, terwijl hij een hap van z’n stroopwafel nam.  Dat is muziek voor duivenmelkers bedoelde hij te zeggen. Artiesten als Jantje Smit, Marianne Weber en BZN kwamen in zijn muziekwoordenboek niet voor.

‘Wat denk je’, vroeg ik aan clubgenoot Harrie, die inmiddels ook binnen was gekomen om koffie met een stroopwafel te scoren,’ zouden duiven ook  van muziek houden? René, hier heeft het over duivenmuziek.’ ‘Misschien klinkt het rammelen met de voerbus hun als muziek in de oren,’ grinnikte Harrie.

René ging en wij bespraken de gebreken van ons clubgebouw. Dat het binnen te donker was en dat de beplanting rondom wel eens wat aandacht verdiende Daarna ging het weer over duiven. Ik zei dat ik in mijn eerste duivenmelkersjaren wel eens  muziek voor mijn  duiven draaide. Niet in het hok, maar als ik de mand in de auto had staan. De doffers maakten dan herrie en vochten met elkaar als leeuwen. Het hielp niet als ik riep dat ze hun bek moesten houden. Op een keer zette ik de autoradio aan,  stopte een bandje met Mozart in de recorder en op slag waren mijn reisduiven muisstil. Heavy Metal leken me minder geschikt en van  een zwaar dreunende bas zouden ze  zich misschien wel rotschrikken. ‘Dat snap ik’, zei Harrie, ‘ik denk dat ze zich rotschrokken van die herrie.’ Zijn stroopwafel was op en ook hij vertrok.

Dat ik van mijn muziekexperiment een tijdlang gewoonte maakte, had ik hem maar niet verteld, want ik wilde in de vereniging niet bespot worden omdat ik een muzikaal geheim wapen had. Muziek en duiven; ‘de  doffers maken muziek’, zei mijn vroegere duivenbuurman altijd als zijn weduwnaars opgewonden in hun bakken lagen te roepen. Of duiven  erg goeie oren hebben weet ik niet maar ze hebben een goeie neus daar is niks mis mee. Ze merken aan de vreemde nestgeur wanneer je ze een jong  laat adopteren.  Je kunt onnodig gepik voorkomen door eerst de adoptieouders in de hand te nemen en daarna het  nieuwe gastjong wat te vertroetelen en te masseren. Dat krijgt dan een bekende nestgeur en vervolgens is er meestal geen vuiltje aan de lucht. Ja kijk wij laten ons niet voor de gek houden en zien direct als er een onbekend kind voor de deur staat. Maar ja wat wil je mensen hebben waarschijnlijk gelukkig geen duivenogen. Duiven zien de dingen anders en soms zien ze helemaal niets en dan heb ik het niet over een duifje van Gerrit dat zonder ogen thuiskwam. Maar ik stop met mijn  boerenfluitjesfilosofie want als ik niet oppas krijg ik het met  heel duiven minnend Nederland aan de stok.

C.U.