In de tuin slenterde een  jonge duif. ’Kijk’, zei Gerard, ’daar heb je je eerste aanvlieger.’ De duif had aan weerskanten van de snavel een witte vlek. Van voren leek het met de neusdop alsof het diertje een grote prop watten of donsveren in zijn bek droeg. Door al dat wit was ‘t of ze geen snavel had. ’Dat beest ziet er niet uit’, bromde ik,’ een duif met een hazenslip en hij heeft een bolle rug.’ ‘Weet je wel wat voor rug jij heb’, reageerde Gerard. Zulke opmerkingen maakt hij vaker, want we zijn aardig voor elkaar. ’Ze heeft een witte ring,’ging hij verder, ‘het zal een winterjong zijn.’

 

We dronken nog een van onze vele koppen koffie en bespraken vervolgens  de  zin en onzin van het al vroeg kweken van  Kerstjongen. Daarna ging G. met zijn vrouw fitnessen en had ik ‘t rijk alleen. ’s Avonds zat de jonge duif met de witte wangen in het hok. Het was een jonge Belg. Voetstoots had ik aangenomen dat een jonge duif met een witte ring een Nederlandse moest zijn. Ik belde Gerard met de mededeling dat de bolle bonte duif een jonge Belg was en dat de Belgen ook witte ringen droegen.

’Dat is niet slim van die Belgen,’reageerde die. ’Of een beetje dom van die Hollanders,’lachte ik. ’Dat wordt opletten met het inkorven, dan moet je niet alleen maar de 3 laatste cijfers controleren. Voor zover ik weet is er altijd verschil in kleur geweest. Vorig jaar waren de Belgen rood.’

 

We zaten nog geruime tijd aan de telefoon. Verschil moest er zijn vonden we. Wat zouden de Duitsers voor kleur hebben in 2015. Er moest toch overlegd worden, dachten we. Met kleuren kon je veel meer doen dan de gebruikelijke afwisseling van blauw, groen, paars en geel. Rood was afgeschaft omdat die kleur de leesbaarheid bemoeilijkte. Gerard opperde het idee om het volgend jaar maar eens met rood – wit – blauwe ringen te proberen. Was misschien wel een vrolijk gezicht. Ik vond oranje beter en meende dat de NPO hier een kans gemist had voor een groot Prinses Amalia concours met jonge duiven. Zo fantaseerden we er op los en de dubbel witte jonge duif die inmiddels asiel had gekregen, was zich niet bewust van de opwinding die ze op haar geweten had.

©c.u.

Cor Uitham