Sommige duivenmelkers kennen slaapproblemen. Speciaal lange afstand melkers slapen onrustig en soms helemaal niet. Stel je voor dat een van hun favorieten in het donker doorkart en aan de poort klopt! Er zijn  evenwel ook gewone melkers; vitesse en midfondmannen die graag ‘s middags een dutje doen en niet altijd bij de les blijven.

 

Daar is het verhaal van Hans uit Soest. Hij heeft een aardige vrouw maar ze heet geen Grietje. Nee,  Hans is een herstarter onder de duivenhouders. Na jaren  weer aan de duif begonnen, mag je hem als een beginneling in het vak beschouwen. Na wat aanloopproblemen  en kinderziekten begonnen zijn vogels toch redelijk thuis te komen. Het bleek dat hij nog in de prijzen kon vallen. Tevreden dommelde hij na het enerverende binnenlokken van zijn duifjes   wat op de bank in de woonkamer. Gelukkig sliep hij geen honderd jaar zoals Doornroosje. Maar toen hij  wat later op z’n horloge  keek, schrok hij  zich een hoedje. Het klok afslaan was  al lang geweest.

 

In de club waren nog mensen die om het slaapverhaal van Hans  wat lacherig deden.  De uitslag was klaar en gedrukt.  De module van zijn duivenklok kon nog wel uitgelezen worden. Daarbij bleek dat slapende Hans drie  aardige prijs – en tijdduiven had gehad; als hij  maar tijdig door een  prins of prinses was wakker gekust.

 

Slapen, dromen en wakker worden. Je hebt dat niet altijd in de hand.  De  nachtelijke  fond – ervaringen mogen er ook zijn. Als de vermoeidheid toeslaat zien die overnachtmannen op de grens van slaap en dromen dingen die er helemaal niet zijn. Zo zag Joop uit Laren in de  ochtendschemer van St Vincent zijn favoriete nestdoffer achter de vitrage van ‘t slaapkamerraam zitten. Het beest zat  er natuurlijk niet. Het was een fata morgana geweest; gezichtsbedrog. De duif kwam ook helemaal nooit meer thuis. Wellicht was het  daarvan ook een voorteken geweest toen Joop hem in zijn droom zo  in de vensterbank had zien zitten.

Kop 54

Het is bekend dat dingen die je droomt en geluiden van buiten waardoor je wakker wordt op een gekke manier met elkaar in verband lijken te staan. Zo droomde ik in de nacht van Bergerac kort na drieën  van neerstortende helikopters. Toen ik vervolgens door de kieren van de luxaflex naar buiten keek, zag ik daar de jonge 54 op het platte dak van de schuur over het grind  in het donker richting  haar hok lopen. Het was twintig over drie.  Ik hallucineerde niet. Het was geen zinsbegoocheling. Ze was echt thuis. In een paar sprongen was ik de trap af en beneden, dat kon ik toen nog, en zag op de digitale duivenklok in de schuur dat de  54 geregistreerd was. Toen ik in het duivenhok keek, zag dat ze al op de eitjes zat die ze een  kleine week eerder gelegd had. Ik deed de rest van die nacht geen oog meer dicht en was anders dan Hans royaal op tijd bij het afslaan van de klokken. Het bleek dat m’n blauwe jaarlingduivinnetje zich klasseerde als 13e nationaal in sector 3. Ze was weliswaar de eerste melding  in de sector geweest, maar werd door een duif van een Twentse postbode en andere duiven  die ook een stukje verder woonden naar  een plaats buiten de toptien verwezen. Dat kwam omdat de tijd ’s nachts stil gezet werd, moest ik  mijn duifanalfabete kennissen uitleggen. Ongeveer om en nabij zonsopgang begon de klok weer te lopen.  Dat was zo  bedacht en geregeld omdat duiven geacht werden ’s nachts te slapen en niet door te vliegen in de duisternis. Veel van mijn vrienden en collega’s die dat postduivengedoe toch al een beetje vreemd vonden, dachten dat ik sprookjes vertelde.

 

©c.u.