De jeugd is vol belofte. Kijken naar de  jonge duiven en jaarlingen doet een melker  met genoegen.  De jonge duiven  puberen  naar hartelust  en de jaarlingen zijn nog niet helemaal volgroeid, beleven in hun duivenbestaan heel veel voor  het eerst. De meeste liefhebbers hebben in hun duivenkolonie  wel een favoriet. Dat hoeft vooral in het begin nog niet veel  met indrukwekkende prestaties te maken te hebben.  Ja ,waarom heb je juist die voorkeur voor een duif en heb je zoveel vertrouwen!

 

Een jaarling doffer waar ik  wel alles van verwacht is de 5-7-7, een lichtkras met vrij grote neusdoppen. Hij is rustig, houdt mij in het oog, vindt het niet okee dat ik fotografeer, komt uit  een  paar april -eitjes die een bevriende duivenrelatie me  gunde.  Met potlood was op de eieren genoteerd dat ze afkomstig waren van de 87 x de 93.  Vagelijk herinner ik me dat de gulle gever iets gemompeld had van Carteus en Giant, maar dat kan ook verbeelding geweest zijn.

duiven 003

Op 13 mei werden de 577 en zijn zusje de 586 geringd. Eind augustus vorig jaar werden ze met de andere jonge duiven afgericht naar Woudenberg, Vianen en Meerkerk, daarna kwamen de zogenaamde taartvluchten naar Hank, Meer en Duffel aan de beurt. Van al deze africhtingen kwam het tweetal goed naar huis.

 

Sinds de laatste week  maart zit  de vijfzevenzeven nu met zijn duivinnetje op het eerste nestje. Het voorbije weekend hadden we bij de start van het nieuwe duifseizoen in onze vereniging de eerste africhting en testvlucht naar Vuren.  Hiervan meldde de 577 zich als eerste op het hok en won de 73e testprijs. Na het inmanden van mijn 29 duiven had onze inkorver al gezegd dat hij die 577 het mooiste vond.

 

De voortekenen lijken dus gunstig. Met de andere jaarlingen mag mijn lievelingsdoffer een serie programmavluchten met daarbij een of twee dagfondvluchten afwerken om tot slot op het Marathontoneel te kunnen  acteren.  Maar misschien stelt mijn favoriet teleur en doen zijn 586-zusje en een andere duif die minder in het oog valt het veel en veel beter. Toch heb ik zo’n voorgevoel dat mijn lichtkras met zijn dikke neus zich nog zal laten gelden en de concurrentie een duivenpoepie zal laten ruiken.

 

©c.u.