Vroeger is ver weg. Dat besef je als je op een rommelkamer je eerste duivenboek terugvindt. Ik mag graag filosoferen en ridiculiseren. Wie nu denkt hij gaat hier met moeilijke woorden gooien, haakt natuurlijk meteen af. Niet doen, dat is jammer ! Het met pentekeningen geïllustreerde boekje is uit begin 1900, telt 180 bladzijden en  amper vier daarvan zijn voor de postduif.  In hoofdzaak gaat het  om sierduiven. Het is geschreven door J.H Beekman Bzn.  Die naam komen we  nog wel in de duivenwereld tegen. Interessant zijn  de hoofstukjes  aan het slot over duivenkwalen. Het is  geschreven in een taal die nu op de lachspieren werkt. Woorden als: smal gebaard, washuid,  loopbeen, ongesteldheid der duiven, geslachtsdrift, volbloedigheid, congestie klinken je op z’n minst vreemd in de oren. Ik was naar  De Duivenvriend op zoek omdat ik dit jaar een jonge duif met een fraaie chabot kweekte. Duiven met kuiven had ik al eerder. De postduif stamt oorspronkelijk af van de Rotsduif  En die is gekruist met  andere soorten, waaronder Meeuwduiven   Die meeuwtjes dragen kuiven en strikken. Zo komt het dat er ongeveer honderd jaar later  heel af  en toe  een duif met een chabot of strik geboren wordt.

Cor Sierduif

In m’n verfomfaaide boekje worden 3 soorten postduiven  besproken: De Engelse postduif( Flying Homer) Zij is middelgroot 36 a 38 cm compact van opgeheven vorm, de kop is lang en glad, loopt van het achterhoofd tot de snavel steeds smaller toe. Het voorhoofd is lang en vlak, ligt met de lange doch krachtige snavel in een rechte lijn. De neuswratten zijn lang, smal en glad. De ogen zijn groot, liggen ver naar buiten, zijn roodbruin van kleur, omgeven door middelmatig brede, kale, grijsachtig blauwe randen. De middellange hals is licht gebogen en krachtig, de borst tamelijk breed doch niet vooruitstekend, de rechte rug is breed in de schouders. De vleugels zijn breed, middelmatig en goed gesloten, hebben brede harde slagpennen, die elkaar op de staart even aanraken, De vleugelbocht steekt een weinig naar voren en verraadt kracht. De staart is middellang, heeft sterke brede pennen en is aan ’t eind afgerond. De poten zijn onbevederd en eer kort dan lang. De gespierde schenkels komen weinig uit; de lange, sterke loopbenen zijn onbevederd.

 

Antwerper Postduif (De langbek)  Kort samen gevat is slank, rijzig doch krachtig van bouw. De kop is vrij lang, dunne snavel, gladde, aan de zijde  weinig gewelfde washuid. De ogen zijn donker  of parelkleurig. De hals is slank en dun, de borst breed en krachtig, vleugels zeer lang en gespierd, breed bij de schouders. Zij worden goed aan de romp sluitend gedragen en kruisen elkaar op de lange smalle staart tot welks uiteinde zij reiken .

 

De Luiker Postduif(De Kortbek) Deze herinnert door haar vorm meer aan de Meeuwtjes. Zij is klein, doch elegant van  vorm, heeft een vrij dikke ronde kop met korte doch stevige bek, waaraan de washuid slechts weinig ontwikkeld is. De levendige en vurige  zijn  rood- of geelbruin, omgeven door een smalle witte huidrand. De hals is kort, de borst breed met kort borstbeen, goed gewelfd en vol bevederd. Kleur en tekening: donker, blauw of blauw gehamerd. De Luiker postduif vliegt sneller dan de Antwerper, maar kan het op grote afstanden niet tegen deze volhouden.

 

Er is nog een 3e type Belgische reisduif. Die noemt men De Versierder (Verviétois) welke niet zo lang op de benen is en een langere hals heeft, waardoor haar hele voorkomen slanker en sierlijker is. Zij is levendig van temperament.

Cor Duivenvriend I3

Hoe men in het begin van de vorige eeuw  de toen bekende duivenziekten behandelde zal ik bepreken in een volgende bijdrage Als voorproefje toch  iets over Congestie of  tuimel-  en , draaiziekte bij duiven ( aandrang van het bloed naar de hersenen of het hart ten gevolge van schrik, of geslachtsdrift): Men houde zulke patiënten de kop koel, door er bijv. een in ijskoud water gedoopte spons boven uit te drukken, en geve ze een theelepel vol wonderolie in, wat men de volgende dag kan herhalen; verder zorge men voor licht verteerbaar voer, als rijst en boekweit. De toevallen kunnen echter zo hevig zijn, dat zij het karakter krijgen van een beroerte, waardoor een duif gedeeltelijk verlamt of dood neervalt.

 

O ja  en we moeten het dan ook nog over een vleugelharnas hebben. Trouwens De Duivenvriend kostte ver voor de  beide  wereldoorlogen 90 cent. Het is maar dat U het weet …

 

©c.u.