Heb ik dat weer, dacht ik. Ongeveer een maand geleden  kreeg  ik 6 koppels  duiveneieren van iemand uit een klein dorpje in de Gelderse vallei. In mijn nesthok huizen 8 doffers met  duivinnen. Hun grote liefdes zullen we maar zeggen. Het kwam toevallig zo uit dat de eitjes daar gestald konden worden. Ik noteerde alles zorgvuldig.  Zes duivenechtparen adopteerden de vallei-eitjes. De legsels  van de nestduiven verhuisden deels naar het vlieghok, waar ook iedereen beurtelings op nest zat.

In het nesthok mochten de ouwe Van Lithdoffer en mijn 64  met hun blauwe Beerda-duivinnen de eigen eieren uitbroeden. Die 64 had ooit eens een 6e nationaal Bergerac gescoord.  Hij was sindsdien de ongekroonde koning van de duivenkolonie. Alles verliep op rolletjes. De eieren kwamen uit; op twee na die ongezond of niet bevrucht waren. De jongen kregen na een goeie week ringen om en alles en iedereen groeide als kool. Kortom er was geen vuiltje aan de  duivenlucht.

Gisteren besloot ik de nestbakken maar eens poepvrij te maken, want jonge duiven schijten naar hartenlust. Dat is bekend. Ik inspecteerde de jongen. Bij de 64 lagen twee gitzwarte jongen. Die 64 is een lichtkras en zijn vriendin is een blauwband. Had ik mij in de  eitjes- wisseltruc vergist! De benedenbuurman van 64x Pieter Beerda is Zwarte Streef alias Sjefke.  Die is van 2004 en heeft ook een  blauwe Beerda als  gezellin. Daar lagen nu zoals gepland twee lichtkrasbonte stief jonkies uit de Vallei. In de bloedlijnen van de  Beerda’s en de 64 is geen greintje zwart te vinden. Wat was er aan de hand!

Nu ging ik maar eens in het vlieghok kijken waar  de eieren van Sjefke bij een  ander blauw koppel gedropt waren en zie daar lagen ook twee pikzwarte jonge duiven te blazen en te pikken. Het waren het halfbroertje en –zusje van de buitenechtelijke   kinderen van Zwarte Streef uit het kweekhok. Het kwartje viel. Sjefke was een ouwe snoeper die er werk van maakte en te pas en te onpas vreemd ging.  Hij had overspel gepleegd. En de 64 van 2005, toch ook al een bejaarde duif, had het allemaal maar laten gebeuren.

Nu wil het geval dat  er een jong uit die 64 beloofd  is aan Hans, een clubgenoot, die in de winter   in een opwelling een bon  gekocht heeft in Baarn. Dat gaat  dus nu mooi niet door. Ik zei laatst nog:’ Hans jongen, ik heb een kanjer voor je geringd, een topduif, over een paar weken is ie bekwaam!’

In gepeins  verzonken liep ik terug naar het nesthok, waar mijn duiven er zo’n rommeltje van hadden gemaakt. In dat hok was het een Sodom en Gomorrah.  Er werd in zonde geleefd. Nu  schoot me te binnen dat daar in de voorbije jaren meer vreemde zaken gepasseerd waren. Wel vaker had ik getwijfeld aan het ouderschap van sommige duiven. Het is bekend dat duiven symbolisch staan voor vreedzaam samen zijn, eeuwige trouw en een monogaam liefdes leven. Daarom laat men na een huwelijksplechtigheid ook vaak witte duiven los. Dat is leuk! Maar het geeft te denken.

 

©c.u.