Met duiven beleef je vreemde dingen. Sebastiaan belde. Hij had op zondagmiddag een duif thuisgekregen die  bij wijze van spreken bijna geroosterd was. We hadden op zaterdag Laon gevlogen; een moeilijke vlucht met prachtig weer en hardnekkige inversie. Veel duiven waren verdaagd naar de kust en wellicht ook boven zee gekomen. Het was een zaterdag met soms grote aankomstverschillen, veel laatkomers en achterblijvers. Bas zei opgewonden: ‘De  pennen van beide vleugels en de staart zijn geschroeid en zwartbruin geblakerd.’ ‘ Misschien is de duif in het Botlek gebied boven een afvlampijp gekomen ,’  antwoordde ik ,’of boven een gasbooreiland of  olieplatform waar ze opeen  stoom moesten afblazen om te de druk te verminderen.’ ‘ Als een duif aldoor tegen het gaas aanvliegt gaan de slagpennen ook stuk, maar dit is anders, de uiteinden zijn  verbrand, gelukkig is ze niet te dicht jij het vuur geweest, anders was ze levend verbrand,’ reageerde Bas. ‘ Kom straks langs dan maken we een paar foto’s van de vleugel,’  stelde ik voor.

 Cor Verschroeide duif II

Even later ging de poortdeur open en kwam hij de tuin inlopen, een blauwband in zijn knuisten. Na de fotoshoot, filosofeerden we nog wat na, over waar en wanneer de duif nou gemerkt had dat ze niet hittebestendig was. En ik vertelde mijn duivenmaatje van een verhaal uit de Griekse mythologie. Icarus en Daedalus worden door koning  Minos gevangen gehouden op  Kreta.  Daedalus bedenkt  een manier om te ontsnappen; hij bouwt vleugels van een houten raamwerk, bezet met veren in een boog vastgezet met was.  Was kan smelten, en  Daedalus waarschuwt Icarus om niet te hoog en dicht bij de zon te gaan vliegen. In zijn enthousiasme en overmoed wordt Icarus roekeloos; hij vliegt te hoog , de was  smelt en hij stort neer in zee. Je kunt je duif nu ook mooi Icarus noemen zei ik. Dat vond Basje flauwekul want zijn blauwe was  immers een vrouwtje en ze was zeker niet te dicht bij de zon wezen fladderen maar had eerder niet niet hoog genoeg gevlogen. Hij kon  haar  dit jaar  niet meer spelen want ze moest eerst een nieuw verenpak aanschaffen.   En het bleef toch gissen waar zijn duif die ‘brandwonden’had opgelopen. Hij ging!

 

Met  mijn koffiedrinkende maandagmorgenduivenmannen besprak ik de volgende dag de kwestie en liet hen de foto’s zien.  Maar ze hadden andere dingen aan hun kop. Voetbal  natuurlijk Ajax  en PSV. Waar zouden ze anders over kissebissen. De telefoon ging ook nog. Het was een van de vele Jannen uit onze club. Of ik Roberto even wilde condoleren met het knullige verlies van zijn geliefde Godenzonen. Die Jan was een verfente Feyenoorder en stak zijn vreugde over de nederlaag van zijn aarstvijand niet onder stoelen of banken. Roberto glimlachte minzaam en zei ‘doe Janneman de groeten.’ ‘En wat die barbecueduif betreft,’ ging hij verder, ‘we zullen pas zeker weten wat onze duiven onderweg allemaal meemaken, wanneer ze ook gps in hun chip krijgen.’ Vervolgens gooide Geraldo in de groep dat hij nu een zwarte Koopman- en een  rooie Jellema op zijn hok had en ieder spitste de oren en de  duivin van Sebastiaan met haar geschroeide wieken werd glad vergeten.

 

©c.u.