Het was een van de laatste maandagen van het jaar. Buiten vlogen de  drie witte begrafenis-  en bruiloftduiven van buurman Ed. Om het feit dat er al  veel rafellinten, fonteinen, skyscrapers en ander vuurwerk werd afgestoken, bekommerde hij zich niet. Ik had een mandje met 8 jaarlingdoffers  klaar gezet. Op het programma stond een tafelkeuring. Door de tuinpoortdeur kwamen  de maandagmannen in beeld. Zo noemt mijn kleinzoon de vijf duivenmelkers  die elke eerste dag van de week op de koffie komen. Ze liepen eerst naar het mobiele duivenrennetje om mijn jongste aanwinsten op duifgebied, mijn zogeheten  Zwartgoudinteelt,  te bewonderen ‘Ze zien er hardstikke strak  uit ‘, was  het commentaar bij binnenkomst.

 

We gingen  zes man sterk  aan de lange eettafel zitten, dronken koffie. ‘Jullie mogen mijn jonge vliegdoffers beoordelen’, zei ik. Dat vonden ze okee. De duiven gingen van hand tot hand. De maandagkerels bromden, hadden kritiek , stelden afstammingsvragen en gaven  cijfers, daarbij waren ze guller dan docenten of schoolmeesters. Een echte onvoldoende durfden ze kennelijk niet te geven of ze wilden me te vriend houden. De blauwe 563 kreeg van Umberto een 8, het beestje  kon naar zijn mening kilometers maken en had een kop dat ie naar huis wilde. Bij de 604 zweeg hij en mompelde nauwelijks hoorbaar: een 8-tje dan.Wim vroeg is dit een overnacht, vond hem heel mooi  en  gaf   7+.  Rinaldo bewonderde het oog zo mooi, misschien had die duif wel een ketting in zijn pupil. Johan riep ‘Neenee een 9, minstens  een 8, hij is helemaal gesloten  en aan de buitenkan kun je niet zien of het een meerdaagse duif is, Wim! En over die  ogenkijker die bij ons in de club is geweest gaan we het niet hebben.’ ‘Het is jammer dat je je loupe niet bij je hebt Umberto’,  interrumpeerde Geert, ‘want die vent was best goed, legde het zo mooi uit met tekeningen en dergelijke.’

De Ogenman

Zo ging het. Ze masseerden, kneedden duiven , keken in ogen,spreidden vleugels uit, bromden goedkeurend. De een  oordeelde:’Dit is mijn type niet, valt in de hand tegen, wringertje.’ De ander sprak:’Dit is qua uitstraling een meisje.’ Een enkeling zei:’Ik vind er geen scheet aan.’ Kortom het was gezellig , maar ik schoot er niet zoveel mee op, had soms het idee dat ze een beetje zaten te dollen. De 580 kreeg van Rinaldo een 10 min voor de zekerheid, de 605 van Umberto een hele 10  De  Drie Drietjes had een duivinnenkop, een grote pupil, was verkeerd geringd,  hoestte en kuchte Wim. Geert wou de herkomst van de 570 en 80 weten. ‘ Uit Donkere Gert x Kleine Harold en van Hugo en Piter,’aarzelde ik. Johan meende dat de 574  iets in z’n keel had, hij dacht  dat ook de 605 rochelde toen hij hem vastpakte en vroeg of hij in de bek mocht kijken.  Duiven vinden dat niet leuk, maar ik knikte. Nee de duif was schoon  Johan snapte het niet.

 

Als achtste  gaf ik  mijn deskundige maandag  koffie- en theedrinkers de 787. Een van de inteeltlaatjes uit het rennetje. Die kreeg 8-7-7+ en 8- van de Heren en kon maar beter op de Natoer ingespeeld was hun idee. Had nog heel veel oude pennen. En bij Johan ging ineens een lichtje op want ook het laatje pruttelde. ‘Hoho, ik weet al waarom al die duiven van jou ornithose hadden.In mijn jasborstzakje zit een stukje papier. Als ik een duif tegen me aan hou  ritselt  ’t  wat en lijkt ‘t of al die duiven snotteren!’ De koffiemannen lachten Geert vond  samen keure leerzaam, maar Wim somberde dat  het aftasten was, dat je aan de buitenkant niet zag wat er aan de binnenkant zat en dat de mand en de tijd het zouden leren en wat je voelde wist je niet altijd. Umberto lachte dat je dan net zo goed in het donker of geblinddoekt kon gaan keuren. Rinaldo riep ‘dat moet je niet zeggen’ en stak  vermanend  de vinger op. Dit liep uit de hand. Ik pakte iets uit de kast en bood de mannen  Zeeuwse Roomboter Babbelaars of  Boterballen aan. Die had ik van buurman Ed omdat ik zijn witte duiven had verzorgd toen hij een lang weekend in Veere zat. Op slag was het stil, zat iedereen te smikkelen. In het Gronings heten die dingen Kekaigies. Je kunt  ze ook in de koffie doen in plaats van suiker.

 

Zal ik nog eens inschenken, mannen! Nee, ieder had genoeg,  het was al half een en ik moest beter niet zo de wijneus uithangen vond Johan. Even later gingen ze, stonden weer even stil bij mij verrijdbare voliere en bliezen de aftocht terwijl  Eds speciale gelegenheids -witjes boven de tuinen en huizen aan het stuntvliegen waren.

 

©c.u.