Mijn duiven trekken al hun kleren uit, kun je zeggen. De veren stuiven alle kanten op. Er zijn echte naaktlopers bij. Jan,  mijn persoonlijke voerboer,  komt twee zakken ruimengeling brengen. Hij legt ze op de wasmachine in de schuur. Dat is handig. Ze liggen zo half boven de grote voerton. Hoef ik er straks alleen maar een gat in te prikken en dan stroomt het uitgekiende ruivoer met allerlei kunstkorrels ertussen zo leeg in het vat. Jan krijgt koffie en wil weten of ik het weekend gedraaid heb. Dat betekent dat hij wil weten of mijn vliegende atleten prijs gewonnen hebben. Ik schud het hoofd. De laatste twee navluchten heb ik niet meer meegespeeld. Ik heb het niet zo op die septembervluchten.

 

Historisch gezien is dat programma onderdeel bedoeld  geweest om weduwduivinnen de vleugels te laten strekken en late jongen op de baan te brengen. Dat is al lang niet meer zo;  bijgelichte oude duiven en verduisterde jonge duiven worden doorgespeeld. Eigenlijk zijn het gewoon vitesse – vluchten aan het eind van het vliegjaar. In het begin van het seizoen wordt je  favoriete duivin bijvoorbeeld vitesse duif met 6 prijzen en in september kan hetzelfde beestje tot natoer – koningin gekroond worden. En die jonge duiven die al 8 vluchten hebben getoerd mogen nog eens 4 a 5 keer de mand in. Wat mij betreft mogen ze die nazomervluchten afschaffen of gewoon bij  Vitesse en Jong onderbrengen. Kunnen de vitesse specialisten hun hart ophalen, ja toch! We zouden ook jong en oud van dat traditionele en verouderde navluchten onderdeel in aparte uitslagen kunnen laten concoursen.

 

Dit alles zit ik Jan in zijn oor te toeteren en hij kijkt mij bezorgd aan. ‘Heel misschien heb je wel gelijk,’bromt hij en begint over iets anders. Er schijnt weer de een of andere voetballer verkocht te zijn en dat boeit hem veel meer. Van der Vaart of  Snijders schijnt het miljoenenknaapje te heten. Jan vindt het prachtig als anderen zoveel geld verdienen met achter een bal aan te hollen. Ik schud het hoofd alsof ik last van vliegen heb; ik heb namelijk de ballen verstand van dat voetbalgedoe.

 

Als Jan weg is steek ik met een schroevendraaier in mijn voerzakken. Als de tweede zak leeg is en de ton vol, bestudeer ik de etiketten.’ Essentiële vetzuren (omega 3 en omega 6) en zwavelhoudende aminozuren voor een mooier en gezonder verenkleed,’ lees ik hardop, en even verder: ’prebiotica, selenium, en  caroteen…….!’  Ik vraag me af of  onze Jan wel weet wat hij allemaal voor moeilijke dingen verkoopt. Trouwens welke duivenmelker leest zulke duizelingwekkende teksten. Gelukkig zit er in die zakken ook gewoon huis – tuin – en keukenvoer en bij het kadertje met de gebruiksaanwijzing mogen we achter Voerschema lezen: Ad Libitum! En dat betekent volgens mijn woordenboek: ‘naar believen’, wat zoveel wil zeggen als: ‘naar keuze of je bekijkt het maar!

 

©.c.u.