In deze periode zijn veel verslagen in ontwikkeling. Het is een periode van vooronderzoek en gegevens verzamelen. In mijn voorbereiding op een nieuw verhaal van Harold Zwiers en de eerste kennismaking met Wim en Mart Derksen uit Almelo kwam ik dit artikel van mezelf tegen over kweken. In die periode (winter van 2009-2010) had ik een serie gemaakt over kweken. Deze serie wil ik deze winter opfrissen, maar dat terzijde. Het was een theoretische serie gebaseerd op praktijkervaring op het eigen hok en andere hokken. Aan het eind heb ik wat hokken uitgelicht hoe zij hun stam hebben opgebouwd. In deze editie had ik wat geschreven over Harold Zwiers. Veel zaken zijn nog steeds actueel, dus een leuk stuk om nog eens onder de aandacht te brengen. Het najaar is de uitgelezen periode dat bewezen duiven worden ingeteeld om een nieuwe generatie kwekers te krijgen. Deed Harold dit ook? Lees dit artikel!

Theorie en praktijk zijn twee zaken die elkaar dienen aan te vullen. De één zou niet zonder de ander moeten kunnen. De praktijk (de mand) is echter wel de ‘Grote Graadmeter.’ Je kunt fantastische theorieën bedenken, de praktijk laat uiteindelijk zien of je wat aan die kennis hebt. Ik sta sinds een jaar of zeven voor de klas, daarvoor heb ik bijna tien jaar gewerkt op het gebied van financiën en
personeelszaken in allerlei organisaties. Ik heb in het onderwijs collega’s gehad die hun leven lang alleen maar in of voor de klas hebben gezeten of gestaan.
Theoretisch gezien waren ze heel sterk, maar omdat ze niet concreet vanuit de praktijk voorbeelden konden geven, snapten hun leerlingen er niet veel van en kregen de leerlingen de pest in, als ze naar de lessen van die collega moesten. Dat is met duivensport net zo. Theorie is mooi, maar als het niet wordt waargemaakt in de praktijk dan heb je er niets aan: ‘Veel geblaat, weinig wol!’ Mensen zonder theorie (lees: visie) komen niet ver, want die apen alleen anderen na en zullen de anderen niet snel voorbij streven.

De praktijk
De laatste maand heb ik geschreven over allerlei manieren, waarop je kunt koppelen. Hierbij heb ik wat ervaringen van ons eigen hok erbij verteld als praktische ondersteuning van de verschillende theorieën. Nu wil ik gaan kijken in de ‘keuken’ van een liefhebber, die de laatste jaren als een komeet omhoog schiet: Harold Zwiers uit Den Ham (Ov). Hij is in het jaar 2009 Keizer Kampioen van de grootste fondclub van het oosten van het land, VNCC.
De prestaties van zijn duiven zijn in sector III geweldig. Zeker als je weet dat hijop de achterhand zit met bijvoorbeeld 80 km verder is als de onze. Vooral bij zware vluchten is hij één van de weinigen van ‘het achterland’ die regelmatig in de kopvan de uitslag terug te vinden is. Dat wekte bij mij nieuwsgierigheid op. Toen ik met Harold in contact kwam, bleek hij een sympathiek mens waarmee je op een prettigemanier kunt praten over duiven. Hij heeft in de loop van jaren geen kapitalen
uitgegeven aan duiven. Hij heeft zorgvuldig bij liefhebbers duiven gehaald uit bewezen lijnen en heeft daar zelf een stam mee opgebouwd. Een heel goede stam waar niet alleen Harold uit put, maar waar nog veel andere liefhebbers uit zijn buurt hun voordeel mee doen.

De basis
De basis van de overnachtstam van Harold Zwiers bestaat uit de lijn van ‘de 1336.’ E zen Theelen-doffer via Janssen en Co uit Bavel, die in de stamboom van veel duiven van de liefhebber uit Den Ham loopt. Deze doffer heeft tot aan zijn 14 jaar jongen gegeven. In 2008 gaf hij zijn laatste jongen, ‘Benjamin.’ Verder zit er in de stam van Harold de ‘Parel-doffer’ en zijn zus de ‘Parel-duivin.’ Deze Van der Wegen-duiven komen van Anton Ruitenberg en hebben in de stamboom de Parel en de Benjamin. Twee zeer goede kwekers uit ‘De Barcelona’ van deze fenomenen uit Steenbergen. ‘De Morsie’ van Ben Alferink is een goede kweekduivin van Harold. De moeder van deze duivin komt uit de Perpignan-duivin van Walpot met een zoon van de 1e nat. St. Vincent van Van Zelderen en de vader van deze kweekduivin is van het soort van Jan Theelen (kleinzoon Vale Marathon) via Frans van Geel uit Westdorpe.
Verder heeft Harold wat duiven uit de fantastisch goede lijn van ‘de 600’ van de Wim Derksen uit Almelo. Deze duiven vormen de basis van Harolds stam, waarbij hij in het begin bij het kweken uitging van goed x goed.

Verschil tussen het kweken van kweekduiven en vliegduiven In de gesprekken die ik met Harold over kweken heb gehad, maakte hij onderscheid tussen het kweken van kweekduiven en van vliegduiven. Tijdens de opbouw van zijn fondstam probeerde hij goed x goed te kweken. Zoals iedereen kwam hij erachter dat niet alle goed x goed koppels goede jongen opleverden. Uit veel koppels kwam niets
uit en uit andere koppels juist relatief veel ‘goed spul.’ Het is goed om de bloedlijnen van de goede verervers vast te houden door middel van inteelt of lijnenteelt. De jongen die hieruit gekweekt gaan worden zijn weer bruikbaar als kweekduif, waarschijnlijk veel minder als vliegduif. De beste vliegduiven kweek je, volgens Harold, uit kruisingen van twee ingeteelde stammen. De laatste jaren kweekt Harold samen met verschillende goede liefhebbers. Liefhebbers met een verwante stam op de hokken. Deze duiven worden tegen zijn verwante stam aangezet in de hoop dat erweer nieuwe topvliegers uit voortkomen. De duiven die Harold kweekt, waarbij goede kwekers verschillende keren in de stamboom voorkomen, gaan wel bij hem op de vlucht en de beste hiervan gebruikt hij om te kruisen. Ook met jaarlingen die hem op een of andere manier ‘aanstaan’ kweekt hij, om tegen wat oudere duiven te zetten.

Waar komen de goede vliegers uit?
‘Limoosje’ en ‘Zilverstar’ zijn twee van de beste duivinnen die Harold de laatste jaren op het hok heeft gehad. ‘Limoosje’ won vele kopprijzen, waaronder een 1e, 2e en 4e in de VNCC en de 9e nationaal Mont de Marsan 2006. Deze vlucht was loodzwaar en Harold zit zoals eerder gezegd op de achterhand.
‘Zilverstar’ is het zusje van ‘Limoosje’ en won eveneens veel kopprijzen bij elkaar. In de VNCC won deze duivin o.a. drie prijzen bij de eerste 10, waaronder de eerste op Limoges 2007. Deze zusjes komen uit een 75%-25% koppeling. De vader is ‘de 1336’ (100% Theelen) en de moeder (‘Morsie’) is een kruising tussen Theelen en Van deWegen.
Twee andere zusjes die goed hebben gevlogen zijn ‘Rooie Sien’ en ‘Rooie Mien.’ Ze wonnen in 2008 beiden drie prijzen als jaarling en werden dit jaar (2009) 5e en 10e Asduif in de VNCC, met vier en drie prijzen. Deze duivinnen komen uit goed x goed. De vader is een broer van ‘Limoosje’ en ‘Zilverstar.’ De moeder van deze duivinnen is zelf ook een goede vlieger, ‘Greta.’ Deze duivin won de laatste 5 jaar 15 prijzen bij elkaar. In de stamboom van deze moeder zit: Batenburg, Van der Wegen, Brinkman,
de 600 van Derksen en De Aanvlieger. Zeven verschillende lijnen in één koppeling geeft dus eveneens goede duiven.
‘Hector’ was in 2009 Harolds beste duif. Deze doffer won de 201e nationaal St Vincent tegen 6.765 duiven, de 10e nationaal Montauban tegen 5.524 duiven en de 27e nationaal Bordeaux tegen 8.058 duiven. Zowel de vader als de moeder van ‘Hector’ zijn een kruising Brinkman x Derksen, waarbij aan beide kanten zowel de ‘Mariet’ van Brinkman als de ‘Stamdoffer 867’ en de ‘Westerhuis 137’ van Derksen in terugkomen.
‘De Marathon’ won bij Harold 18 prijzen op de overnacht en is duidelijk weer een product van goed x goed. Zowel vader als moeder speelde goed. Vader (‘De 01,’ die oa de 58e nat. St. Vincent won) komt van Anton Ruitenberg (75% Van der Wegen en 25% Batenburg) en moeder Blessie komt uit een kruising van Dasselaar en de Bonte Stamduivin van Harold. ‘Valencia’ won de laatste twee seizoenen zes prijzen op de overnacht en is een neef x nicht-product. Van beide ouders is de opa ‘de 1336.’ ‘De Marathon’ is de vader van de vader van deze duivin.
‘Anne Frank’ won drie knappe prijzen op de fond, waaronder een kopprijs op Frankfurt aan de Oder. Zij komt eveneens uit ‘De Marathon’ met een halfzus (‘Zilvermoon’) van ‘Limoosje’ en ‘Zilverstar.’ Zij hebben dezelfde vader: ‘De 1336.’ ‘Zilvermoon’ is Harold in 2008 verspeeld en vanaf dat moment heeft ‘De Marathon’ een tijdje tegen ‘Limoosje’ gestaan om te proberen om dezelfde kwaliteit terug te kweken als ‘Anne Frank.’

Tot slot
Ik hoop dat U, als lezer, een beeld hebt gekregen hoe een goede liefhebber probeert goede duiven te kweken. Harold kweekt in ieder geval met goede duiven en na een periode van alleen goed x goedprobeert hij nu ook de goede kweeklijnen van o.a. ‘de 1336’ vast te leggen. De jongen die daar dan uitkomen gaat hij weer kruisen met duiven van andere goede liefhebbers. Harold probeert een stam op te bouwen waarbij in elke generatie goede duiven zitten, dus duiven met vier, vijf en misschien wel
meer generaties goede duiven in de stamboom. Hij is goed op weg!!!