Men vraagt mij weleens waarom ik voor de naam ‘Marathonduivenjournaal’ heb gekozen. Ik vind dat een titel de lading moet dekken … dat is gelukt! Ik was me echter bewust van dat deze  naam Marketing-technisch te lang is. En dat er in de volksmond duivenjournaal of marathonjournaal wordt geroepen als het over ‘Het Marathonduivenjournaal’ gaat. Niet heel erg wat mij betreft! Ik moest op de terugweg uit Rucphen hieraan denken, omdat ik was uitgenodigd om bij ‘het overladen’ te kijken van de ZLU-duiven. ‘Het overladen’ is een term dat in dit geval een titel is, die de lading maar heel beperkt dekt. Het is zoveel meer!

Omstreeks de start van de ZLU-vluchten dit seizoen werd ik door Louis van den Kieboom uitgenodigd of ik eens bij het overladen van de duiven voor de ZLU wilde komen kijken. Met de bedoeling daar een verslag over te schrijven … natuurlijk. Dat leek mij interessant. Dus ik ging een dag plannen, om op een dag dat het ‘gewone’ werk het toeliet, om naar West-Brabant te gaan. Ik wist dat het vervoer en de logistiek van de ZLU-vluchten goed geregeld was, maar wat ik in de hal van Brabant 2000 zag overtrof al mijn verwachtingen.

Hoe gaat het in zijn werk
De duiven die in de diverse Nationaal Inkorfcentra (NIC’s) zijn ingemand, worden tussen 24 en 3 uur aangeleverd in de hal van Brabant 2000 in Rucphen. Als de duiven daar aankomen worden ze keurig opgestapeld en direct van water voorzien. Als de laatste manden zijn aangekomen en de duiven hebben even kunnen drinken, wordt het licht uitgedaan.
Vanaf half 8 op dinsdagochtend worden de officiële werkzaamheden verricht. De duiven met gummiringen (op Narbonne 99 duiven van de 3.080 duiven) worden van een extra gummiring en een vleugmerk voorzien en de duiven met chipring krijgen een extra geheime code in de chip (zie filmpje). De duiven worden overgezet in de uiteindelijke reismand. Deze mand is wat groter is dan de manden uit de diverse NIC’s. In de reismand die naar de losplaats gaan, komen normaal 18 duiven te zitten. Bij Barcelona en nu met de warme temperaturen gaan er 16 duiven in. De duiven hebben alle ruimte. Onderin de manden zit een zacht groen kleed, die vochtopnemend en snel drogend is, waar wat houtvezels op is gestrooid.

De manden waar de duiven in worden overgezet (de manden die op transport gaan) zijn voorzien van water als de duiven in die manden worden gedaan. Als de manden zijn gelooid, zijn ze klaar voor transport. Voordat de manden in de wagen gaan, krijgen de duiven voer en in de wagen nog een keer water.

Tussen de manden in de wagen zitten latten waardoor er lucht tussen de manden door kan gaan. Zeker met de temperaturen van deze zomer is dat fantastisch voor de duiven.

Onderweg naar de losplaats wordt minimaal tweemaal per dag gestopt en de duiven van water en voer voorzien. De duiven komen ook ruim op tijd op de losplaats aan, waar natuurlijk weer gevoerd wordt en water wordt gegeven. Ik heb de manden gezien die terugkwamen van de lossing. Hier zag je nog voer in liggen, zodat je weet dat de duiven onderweg niets tekort zijn gekomen. Vooral de frequentie waarop de duiven worden verzorgd onderweg maar ook voordat ze onderweg gaan in de hal in Rucphen is bijzonder.


Wat ook bijzonder is hoe dit proces is georganiseerd. De mensen die meehelpen zijn betrokken bij de duiven en zijn geweldig op elkaar ingespeeld. De mannen die overladen en de duiven van codes, extra gummiring en gummiring voorzien zijn zelf erkend duivenliefhebber. Ze weten hoe ze een duif moeten pakken en vasthouden en het gaat in een tempo, waar duiven geen stress van oplopen. Het is een geoliede machine, waar Wim Donks en Christ van der Linden een grote bijdrage in de organisatie bij leveren. Petje af voor hen en natuurlijk het complete team.

Toekomst van de Marathonvluchten
Met de mannen heb ik ook over de toekomst van de Marathonvluchten gesproken. Mijn eigen ideaalbeeld is dat de organisatie van alle nationale marathonvluchten door één organisatie zou worden gedaan. Of dat onder de pet van de NPO of de ZLU (of samen) wordt gedaan, vind ik onbelangrijk. Het gaat mij over het opstellen van het programma, maar het gaat mij vooral om de logistiek en begeleiding. Ik vind persoonlijk dat het vervoer op de manier van de ZLU zou moeten gebeuren in rietenmanden. Zonder de extra controles … mag wel, hoeft niet (kosten zouden daardoor wat minder kunnen worden). Verder is het goed als het overladen en vervoeren in deze rust en strakke organisatie gedaan wordt, zoals ik afgelopen dinsdag heb gezien en gehoord. Dat zou voor de duiven geweldig zijn. Ik vroeg Christ van der Linden of dit kon. Christ: ‘Het enige probleem is de capaciteit. We hebben op het moment te weinig opleggers voor alle nationale duiven. We zouden enkele opleggers extra kunnen laten maken. Dat kost €100.000 per oplegger. Als er in de toekomst minder duiven zijn, kan het waarschijnlijk wel.’ Wim Donks: ‘Ik sta achter het idee wat Jaco naar voren brengt. We moeten dan kijken wat we aan de (tijdelijke) ondercapaciteit kunnen doen.’
Waarom hecht ik zoveel waarde aan deze manden en de manier van begeleiden? Ik wil de NPO-vluchten niet afkraken, want ook daar is het ruim voldoende tot goed geregeld. Ik zie alleen dat het met de ZLU-vluchten nog beter is. Dat komt volgens mij metname door de rietenmanden. Die zijn luchtiger en houden minder warmte vast. Door de latten tussen de manden is er meer ventilatie als bij de wagens met aluminium manden, waar de manden dichter op elkaar zitten (met kleinere tussenruimten). Verder krijgen de duiven bij de ZLU voor en tijdens het transport vaker een verzorgingsmoment en niet op de laatste plaats gaan er genoeg duivenliefhebbers mee om dit te doen. Ik zou iedere beleidsmaker in onze tak van de duivensport (de marathonduivensport) willen adviseren om volgend seizoen eens te gaan kijken in Rucphen. De organisatie staat daar open voor.
Dit stukje is totaal niet bedoeld om de NPO-vluchten af te kraken. In tegendeel! Alleen denk ik wel dat de organisatie van deze vluchten wat kunnen leren van de ploeg die in Rucphen de logistiek en het transport van de ZLU-vluchten begeleid.

Als ik hoor hoe de duiven van Bergerac zijn teruggekomen: ‘Zien er goed uit, maar zijn best wat afgevallen.’ In vergelijking met Narbonne: ‘Zien er prima uit. Je kunt zien dat ze gevlogen hebben, maar meer niet.’ En dat terwijl Narbonne in zwaardere omstandigheden is afgewerkt dan Bergerac. Dan moet je dat verschil toch zoeken in de begeleiding omtrent het vervoer. Zeker niet in het verschil tussen middag- en ochtendlossing. De lossing van Bergerac was verder prima uitgekozen. Met andere woorden … er is goed geanticipeerd op de omstandigheden.

Wie weet komt er mede door dit verslag een opbouwend gesprek tot stand, wat een toekomst kan opleveren met mooie marathonvluchten, waarbij de duiven zo goed mogelijk worden begeleid. Het zou mooi zijn.