Binnen 10 jaar drie Internationale vluchten is eigenlijk niet te doen. Toch heeft Jos Martens uit Stein het voor elkaar gekregen. Ieder jaar heeft iedere deelnemer acht kansen om een internationale vlucht te winnen. Dat is in negen seizoenen 72 kansen. Als je dan meeneemt dat er honderden deelnemers zijn per vlucht. Op verschillende vluchten gaat het deelnemers aantal ruim over de 1.000 heen … dan is de prestatie van Jos Martens en zijn duiven uniek. In deze context is het woord uniek een enorm understatement. Dit kun je alleen maar voor elkaar boksen als je een geweldige stam duiven hebt. Dat heeft Jos Martens uit het Zuid-Limburgse Stein. Daar is geen speld tussen te krijgen. In deze serie gaat u lezen. Hoe deze stam is opgebouwd. U krijgt onder anderen te lezen dat vriendschap en samenkweek met goede duivenvrienden daar een onderdeel van is en vooral zeer goede duiven. Duiven die je één op de tienduizend een keer te zien krijgt.

De liefhebber
Jos Martens, Stein, is inmiddels 64 jaar. Hij heeft tot en met 2011 als uitvoerder in de Groenvoorziening gewerkt. Zijn lichamelijke gesteldheid (COPD) zorgde ervoor dat hij met zijn werk moest stoppen. Met de duiven heeft hij ‘op slechte dagen’ steun van zijn vrouw Jacqueline … anders zou hij afstand van zijn hobby moeten doen. Een hobby die hem van kindsaf aan bezig houdt en waar hij veel plezier aan beleeft. De eerste leerschool was bij oom Pie. Vanaf zijn negende jaar mocht hij hem helpen met verzorgen van de duiven en het schoonmaken van de hokken. Al vrijd snel timmerde pa Martens een hokje voor Jos. Vader Martens was in die jaren een duivenmelker in ruste en vond het leuk dat zijn zoon interesse had in de sport waar hij mee grootgebracht was. Opa Martens had namelijk en samen met oom Pie en vader Martens vormde zij een echte duivenfamilie.  Zoals iedere liefhebber in de jaren ’60 en ’70 speelde Jos de programmavluchten. Het oude duivenprogramma omvatte toen rond de 15 vluchten. Dat is nu wel anders. In de winter van 1993-1994 kwamen bij de man uit Stein de eerste fondduiven. In de jaren 1995-1996 werd de definitieve overstap naar de Marathonvluchten gemaakt.

De stamopbouw en de hokken
De eerste marathonduiven kwamen in de eerste helft van de jaren ’90 van Matthieu Cox en duivenvriend Hein Janssen (die helaas in 2017 overleden is). Matthieu Cox had de Van Wanroy-duiven. Terwijl Hein Janssen de duiven had van Thei Berben met een vleugje John Steins uit Vaesrade. Jos’ stam heeft in de tweede helft van de jaren ’90 een impuls gehad met de Kuijpers-duiven. Met deze duiven heeft Jos’ zijn huidige stam opgebouwd en uitgebouwd. Later is er veel samen gewerkt met duivenvriend Theo Daalmans. Deze liefhebber heeft onder meer in 2007 Nationaal Irun gewonnen. De nazaten van deze duif (Irunha) hebben bij de hokken van Theo en andere liefhebbers (waaronder Jos Martens) een positieve injectie gegeven. ‘De 711’ van Buscher-Alberts heeft ook een goede inbreng gegeven aan de stam Martens. Hij heeft met drie zonen van deze doffer goede jongen gekweekt.
De duiven van Jos hebben de beschikking over 18 meter hok. Dit is verdeeld over 10 afdelingen, hierbij zitten zo’n 7 vlieg-afdelingen. De jaarlingen hebben een eigen hok. Vanaf 2-jarige duif zitten ze op het definitieve afdeling, waar ze de rest van hun vliegcarrière zitten. Dit heeft Jos zo gedaan vanwege zijn spelsysteem voor de jaarlingen. Daarover later meer. De hokken moeten fris zijn (je mag geen duiven ruiken) en het mag niet stoffig. Elk voorjaar worden de hokken van top tot teen helemaal schoon en stofvrij gemaakt.

Drie basisduiven van de huidige stam
Jos heeft op dit moment drie goede kwekers. Eén ervan is de Superkweker. Hij is vader van o.a. de Asduif ZLU 2014 en 2015 en Atlas. Zijn kinderen wonnen de o.a. volgende prijzen bij elkaar:
1e Asduif 2014-2015 Marathon
2e Beste Asduif Marathon Wie Heeft Ze Beter 2016
18e nationaal Agen 2014
19e nationaal Bordeaux 2011
19e nationaal Agen 2014
28e nationaal Agen 2015
59e nationaal Narbonne 2016
De super kweker is ook de vader van “Atilla”. Zij won in 2016 de 3e  Nationaal Marseille 2016 en de 16e Nationaal Agen en werd 2e Beste Marathon duif van WHZB-BOTB.
Een andere zoon van de ‘Super Kweker’ is ‘Trust’. Deze doffer won veel ZLU-prijzen, waaronder de 165e nationaal Narbonne 2015, 92e nationaal Narbonne 2016, 176e nationaal Barcelona 2017 en de 331e nationaal Barcelona 2018.
De 711 van Buscher-Alberts zit als een rode draad door de stam van Jos Martens. Jos had drie zonen van hem, die goede nazaten hebben gegeven in de 1e, 2e en 3e lijn.
André,1e Internationaal Marseille 2015, komt uit een rechtstreekse zoon van De 711
Der Sjef, vader van 1e Internationaal Tarbes 2010 en grootvader van 1e Internationaal Marseille 2015 en 1e Internationaal Perpignan 2018, komt uit een Kleinzoon van De 711.
Daarnaast stammen o.a. de volgende prijswinnaars van deze topper af:
9e nationaal Tarbes 2009
31e nat. Bordeaux 2010
30e nat. Marseille 2010
129e nat. Barcelona 2012
3e nat. Asduif Grote Fond Wie Heeft Ze Beter.

Der Sjef met zijn ouders, vader (onder), is een kleinzoon 711 Buscher-Alberts)

De beste is waarschijnlijk Der Sjef.
Der Sjef komt uit Kleinzoon 711 van Buscher-Alberts met Het Kweekmoedertje (soort Gebr. Kuijpers), die uit De Nachtvlieger van de broers komt.
Stamvader Der Sjef won zelf o.a.:
14 Prov. Bergerac 2005
39 Prov .Cahors 2005
212 Prov. Limoges 2007
192 Prov. Cahors   2007
612 Nat. Barcelona 2007
167 Nat. Narbonne 2008
Hij is vader van De Tarbes (1e Internationaal Tarbes 2010) en grootvader van André (1e Internationaal Marseille 2015) en Helios (1e Internationaal Perpignan 2018). Wat een topvererver ben je dan? Noemde Piet de Weerd dat geen pre-potente kweker? Was dat niet een duif die je maar 1 op de 10.000 tegenkomt? Ik denk van wel !!!

… wordt vervolgd …