Bij Het Marathonduivenjournaal zijn we bezig met een serie over het jaar 2016 van Jelle Jellema. We gaan door het seizoen heen … de vluchten … dingen die spelen … vragen die naar boven kwamen borrelen in het seizoen en in het gesprek tussen Jelle, Mike (van SMN) en mezelf. In dit deel gaat het over Jelles zienswijze op het verbeteren van de stam en de prestaties van zijn doffers. En leest u over Marseille. Ik hoop dat u het met plezier verder gaat lezen …

 

Stam verbeteren

Als een sterkte stam hebt, zoals Jelle, die al bijna 30 jaar wordt opgebouwd en verbeterd en versterkt, hoe krijg je het dan voor al elkaar … om er steeds weer in te slagen om de stam toch weer beter te maken? Jelle: ‘Jaco, daar hebben we het vaker over gehad, hè? Ik heb daar na ons laatste gesprek nog eens dieper over nagedacht. Zeker omdat je het toen over Inteelt en Lijnenteelt had. Intelen moet je doen met de beste duif die je hebt. Niet met mindere duiven of ééndagsvliegen … alleen de aller-allerbeste. Omdat ik meerdere goede duivinnen heb, dan pak ik de beste … zoals Saffier en die zet ik op haar beste zoon (niet op de vader want dan teel ik de vader in en dat wil ik niet) Hiermee probeer ik de waarde van Saffier vast te leggen. Met deze kinderen moet je niet vliegen, daarvoor zijn ze teveel ingeteeld maar zijn ideaal kruisingsmateriaal. De genen van deze duiven zijn nooit beter dan de uitgangsduif zelf, evengoed is het hoogst haalbare. Deze ingeteelde duiven kun je weer gebruiken om te kruisen met de beste duiven uit andere stammen. Zo heb ik op het moment een hele goede zoon van Miss Gijsje van Arjan. Uit deze doffer kweek ik met duivinnen uit mijn eigen stam hele goede jongen. Verder heb ik met Hugo Batenburg samengekweekt (met New Laureaat, wat een extreme topduif is).  En ook de samenkweek met Fred Kramer en Cees Ouwehand (Joe Frazier) lijkt succes te hebben. De eerste goede zijn er al uitgekomen. Dat is een manier op je stam te verbeteren. En de beste types van je eigen duiven op elkaar zetten. Ik let op fijne duifjes … niet te groot, soepele spieren, een goede zachte pluim, verder maakt het me niks uit, als ze maar vroeg kunnen vliegen. De duiven die het beste aan deze eisen voldaan, kun je op elkaar zetten om de ‘ideale duif’ door te kweken. Nu ga ik iets zeggen, waar ik zelf slecht in ben … Als je een goede stam wilt opbouwen, moet eigenlijk je beste duiven —- op de kweek zetten, die zitten vaak het dichtst bij ‘de ideale duif’. Niet na 1 x vroeg maar na meerdere goede seizoenen, de kans dat je een eendagsvlieg op de kweek zet is groot en brengt je niks verder. Ik ben daar zoals gezegd heel slecht in. Ik wil op elke vlucht goede duiven spelen. Daarom duurt het bij mij heel lang dat ze uiteindelijk op de kweek komen. Een duif die het heeft bewezen en die in topconditie is, kan ik niet thuishouden. Dat kost helaas ook weleens een topper. Maar als je zo snel mogelijk een goede stam wilt opbouwen, is het goed om juist die toppers op de kweek te zetten.’ Mijn duivenvriend Henri Wittens uit Den Bosch was onlangs bij Jelle geweest en schreef een verslag over zijn bezoek op Facebook en ook toen kwam dit onderwerp naar voren. Jelle lichte over dit onderwerp nog wat toe, wat een mooie aanvulling is op het voorgaande: ‘Ik heb een moeder zoon koppeling (beide topvliegers over meerdere jaren, red) maar een keer gemaakt omdat het simpelweg niet zo vaak gebeurt dat je een super ouder en een goed kind hebt. Saffier had ik op haar zoon Barabas gezet, hier kwamen 4 kinderen uit en heb uit alle 4 heb ik bruikbare tot goede gehaald. o.a. Romee, Eva, Blauwe Benno, Era, Sterke Barcelona enz. Ik wil zo’n soort koppeling in de toekomst graag weer doen, maar dan wel met een duif die meerdere jaren laat zien dat ze kop kan vliegen. Evi zou een kandidaat zijn maar heb er nog geen goede zoon van, wel een goede dochter maar dat gaat wat lastig. J’

 

Marseille

Twee weken na Barcelona stond Marseille op het programma. 14 duiven had Jelle mee en 10 duiven haalden de prijzen. De eerste drie waren vroeg. Ze waren terug te vinden op de plaatsen 13, 30 en 45 tegen 3.320 duiven. In het gesprek bracht ik naar voren dat ik de lossing niet zo geweldig vond met de mistralwind op kop. Jelle zei hierop: ‘Duiven kunnen veel meer aan dan we denken. Hoe harder de mistral en hoe warmer het is hoe leuker de vlucht, een topper komt er echt wel door en komen ze niet dan waren de duiven waarschijnlijk niet zo goed als je dacht dat ze waren. Tegenwoordig wordt iedereen maar bang gemaakt op social media maar de duiven kunnen tegenwoordig veel meer dan we denken. Je kan dat ook zien aan de uitslag. De prijzen waren er relatief snel uit.’

De eerste duif van Jelle op Marseille was ‘de 681 van 2014’. Deze duif is omgedoopt tot Anna. Ze won eerder in 2016 de 22e NPO St. Vincent en later in het seizoen de 180e nationaal Perpignan. Haar vader is een zoon van ‘Miss Gijsje’ met ‘Mr. Beautiful’ van Arjan Beens. Hij is de vader van 3 topduiven: Evi, Anna en Silke (3e Internationaal Narbonne 2016). De moeder van Anna won de 10e nationaal Orange 2011. Ze is een dochter van Orion (zoon Zwart Goud met de 02) met Mirna (uit het fondkoppel). Orion won o.a. de 6e nationaal Bergerac en de 7e nationaal St. Vincent. En Mirna de 20e nationaal St. Vincent. De tweede duif van Marseille was ‘de 583 van 2014’, alias Rena. Ze won ook de 5e nationaal Pau en hier achtergrond staat uitvoerig beschreven in het eerste deel bij de alinea ‘De eerste Marathonweken’. Rena was de eerste getekende en zij pakte de punten voor het kampioenschap van de Marathon Noord.

NL14-1559583 Rena

Rena, 5e nationaal Pau en 30e nationaal Marseille 2016

De derde duif van Marseille was ‘de 621 van 2014’. Deze doffer gaat door het leven als Jort. Als jaarling won hij tweede mooie prijzen op Orange (69e NPO) en Bergerac (332e NPO) en in 2016 won hij al de 116e nationaal Pau. De vader van deze doffer is Inteelt Rika (de beste kweekduivin van Arjan Beens, soort van Jellema. Dit Inteeltduifje komt uit een zoon van Rika met Golden Future (beste kweekduivin van Frank Zwiers), dochter Rika. De moeder van Jort komt uit een zoon van Zwart Goud met Doutzen van Sjaak Buwalda, die een 1e Ruffec won in sector 4.

 

Betere doffers kweken

Jelle: ‘In het seizoen ben ik veel met de duiven bezig, zeker in mijn hoofd om te bedenken hoe het beter kan. Gelukkig heb ik steun van mijn vrouw als dat nodig is. Verder werk ik met een aantal liefhebbers samen, mijn vader natuurlijk en overleg en samenkweek met Hugo Batenburg, Benno Kastelein, Fred Kramer, Jan Morsink, Jan Willems en Tonnie Kaspers. Die leuke contacten zijn voor mij wel een heel belangrijk onderdeel van de sport!’ Wat blijft er zo mooi aan de duivensport? Jelle: ‘Je bent nooit uitgeleerd over bv voeding, training, wedstrijd klaar maken enz. Erg leuk om daar met andere spelers mee te sparren.’ Op het moment denkt Jelle na over de prestaties van de doffers. Jelle zegt hierover: ‘In Steggerda dachten wij: duivinnen kunnen dit spelletje beter aan dan doffers … dat is een gedachte die niet goed is. Het is een feit dat bij ons de duivinnen beter presteren dan doffers … maar je moet je daar niet bij neerleggen. Mijn plan voor de komende jaren is om fijnere en lichtere doffers proberen te kweken. In de hoop dat de doffers dan beter gaan presteren. Het gevaar is dat de duivinnen die je gaat kweken te klein worden maar eerlijk gezegd ben ik daar niet zo bang voor, als ze de chip maar kunnen thuis brengen J.’ Mijn vraag aan Jelle was: ‘Zit het verschil niet karakter in plaats van in de bouw, dat de duivinnen gemiddeld beter zijn?’ Jelle: ‘Dat zou kunnen, maar dat wil ik uitvinden! De verhouding van goede duiven is ongeveer 16 duivinnen en 5 doffer.’ Mijn vraag: ‘Zijn die goede doffers dan fijner gebouwd, dan de doffers die het minder goed doen?’ Jelle: ’Dat niet … dat maakt het ook zo lastig en zo leuk. Ik ga de uitdaging voor mezelf aan om betere doffers te kweken.’ En zo is deze topper altijd bezig zijn stam en zijn zienswijze te verbeteren.

 

… wordt vervolgd …