Hoog in het Noorden van Nederland woont een hele sympathieke marathonduivenspeler, die ook nog eens super speelt met zijn duiven. Zijn afstand is op St. Vincent nog verder dan die van Simon IJnsen op Ameland. Deze topper woont in Roodeschool, een vlucht die we in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw nog weleens speelden met onze duiven op de natour. De naam van deze goede kerel is Jan Broersma. Hij speelde in 2016 menig mooie uitslag op de zwaarste discipline van het afdelingsprogramma. In de sector en in de NU behoorde hij tot de beste. Het prijspercentage van gemiddeld 75% spreekt iedereen tot de verbeelding Vorige week heeft u iets kunnen lezen over de start als liefhebber, waar zijn duiven vandaan kwamen en zijn toppers. Dit keer gaat het metname over de verzorging en de seizoensopbouw …

 

Het spel en de start van het seizoen

De duiven worden gespeeld op nest en op verschillende standen worden er kopprijzen gespeeld. Hoeveel duiven heb je, Jan? Onze topper uit het uiterste Noorden van ons land: ‘Momenteel heb ik een 75 duiven en dat zijn dan de meerjarige nestduiven, de jaarling nestduiven waaronder vrij veel zomerjongen en laatjes en 8 kweekkoppels.’ Wanneer wordt er doorgaans gekoppeld … neem 2016? Jan: ‘De duiven zijn gekoppeld op 19 maart en dan ook alles. Zowel vliegers als kwekers omdat ik in de winter nog geen zin heb om lang bij de duiven te vertoeven. In maart staat de zon al weer wat hoger en de temperaturen zijn aangenamer en dat vind ik veel fijner. De duiven komen op eieren en brengen jongen groot. De eerste eieren van de kwekers worden onder de jaarlingen gelegd. Als de jongen tussen de 2 a 3 weken oud zijn worden een deel van de jongen met de duivinnen overgezet naar een ander hok. De doffers brengen allen een jong groot. Later worden ze weer herkoppeld. De duiven worden alleen geleerd op de vitesse en midfond vluchten en in een keer van 400 en dan op een 1000 kilometer vlucht gezet. Bij huis word er 1 keer per dag getraind en wel rond 17.00 a 18.00 uur en dan ongeveer 1 ½ uur en zowel doffers als duivinnen samen. In het begin van het seizoen nog wel eens met de vlag maar algauw hoeft dat niet meer.’

Het verzorging

Wat voer je, Jan? De man uit Roodeschool: ‘De Matador mengeling wordt gevoerd. In huis heb ik dan een vliegmengeling, kweekmengeling, high energy mengeling en pinda’s. Dit wordt in het hoogseizoen in ruime mate gegeven. Daarnaast veel grit en roodsteen en een bak allerhande.  Mijn duiven krijgen alle dagen een product van Backs door het voer en wel de “ Backs Balance “ en af en toe T.K.K. evenals van Backs door het water. Op deze manier hebben mijn duiven een hoge weerstand tegen allerlei kwalen. Af en toe laat ik de mest van de duiven onderzoeken ter geruststelling. De laatste keer zat er een klein beetje coccidiose onder maar dit schijnt niet echt ernstig te zijn en heb hier niets anders aan gedaan dan wat ik altijd doe. Backs balance over het voer en af en toe T.K.K. door het water.   Mijn duiven hebben naast deze producten geen enkele antibiotica gehad. Zoveel mogelijk terug naar de natuur is mijn devies want in mijn ogen zijn er door toediening van veel te veel antibiotica de laatste decennia heel veel problemen ontstaan. Teveel zwakkere duiven worden teveel kunstmatig gezond gehouden.’

 

Tot slot de beleving

Hoe zie je de duivensport voor jezelf, Jan? Jan: ‘Duivensport probeer ik zoveel mogelijk simpel te houden want dan worden ook niet gauw fouten gemaakt. Het allermooiste vind ik natuurlijk de aankomsten van de duiven. Fantastisch als ze van zo’n verre vlucht het hok weer weten te bereiken  Ook melken met andere liefhebbers tijdens het inkorven en klokken afslaan vind ik prettig.  Wat ik nog wel een punt van verbetering zou vinden is een grotere uniformiteit van de nu zeer verschillende kampioenschap berekeningen.’ Jan, ik wil je hartelijk danken voor de medewerking aan deze reportage en heldere antwoorden. Iemand die zoveel vroege prijzen pakt en zo’n hoog percentage wint … is een echte topper en dat ben je … ook als mens !!! Tot een volgende keer, Jan.