Op de overvlucht van de ZLU een vroege duif pakken, is de laatste jaren niet bijzonder meer (onterecht overigens). Arjan Beens, Jelle Jellema, Michel Schuurmans, Auke Smid, Jelle Outhuyse, Rutger Rittersma en ik ben er vast en zeker nog paar vergeten, hebben de laatste jaren bewezen, dat ook op grote afstanden vroege prijzen te pakken zijn op de ZLU. Op de ene vlucht zal het makkelijker gaan dan de andere, maar kansloos ben je nooit, al woon je wat verderop in het vlieggebied. Jan Becker uit Nijverdal heeft dat in het verleden al eens bewezen en bewijst dat anno 2015 weer. Deze tandarts in ruste pakt zowel op St. Vincent als op Marseille een duif aan de kop van de uitslag. Op Marseille maakten zijn duiven zelf een prachtige serie met zeven duiven bij de eerste 240 nationaal. Voor het Marathonduivenjournaal reden te over, om eens met Jan kennis te gaan maken.

 

De liefhebber

Jan Becker is een 66-jarige duivenliefhebber, die al ruim 40 jaar in Nijverdal op zijn huidige adres woont. Bijna 40 jaar had hij een tandartspraktijk en hij stopte hiermee op 1 april 2011.

De duiven had hij al bij zijn ouderlijk huis. Zowel ooms van vaders- als moederskant hadden postduiven. Op foto’s van zijn jeugd is hij dikwijls met duiven bezig. Toen hij 11 jaar was, is hij echt met de wedstrijdsport begonnen. De aanleiding was minder leuk, namelijk de ernstige ziekte en de latere dood van zijn moeder. Jan over die periode: ‘Mijn vader had geen tijd en interesse op dat moment voor de duiven. Geruisloos heb ik toen de verzorging overgenomen. Snel was ik succesvol omdat ik termen als conditionering, Pavlov etc. welke ik geleerd had in de biologie-les in praktijk bracht. Mijn jonge duiven werden in 1965 al dagelijks met de fiets weggebracht (zo’n 12 km) en vonden bij thuiskomst hun dagelijkse rantsoen. Tegen ‘dat jong’ was niet te vliegen, werd er al snel gezegd. Ik begon met 16 jonge duiven. Na een vliegprogramma op Duitsland tot 360 km, had ik er nog 15 duiven over. Mijn eerste goede duiven heb ik gekregen van 2 goede spelers in Almelo te weten B. Kuiper, bijgenaamd ‘De Banaan,’ omdat hij eigenaar van een groente-grossierderij was en Henk Kamp. Beide hadden ‘het beste’ op de fond in Nederland. De heer Kamp zat in de textiel en deed geregeld zaken met Maurice Delbar. Wat was ik trots dat ik toen zuivere Delbars had. En dat waren goede duiven. Met een totaal bestand van 11 duiven, vlogen we in 1965 met 8 mee 7 duiven in de prijzen van Passau (634 km). Er waren ’s avonds 6 duiven thuis waarvan 3 van ‘dat jong’ van 17 jaar. En de volgende ochtend had ik het eerst weer er een bij, ruim een uur voor nummer 8 in de vereniging van zeker 50 leden met o.a. de Generaal kampioen van de stad Almelo. Waarschijnlijk is daar de liefde voor de marathon- en Münchenvluchten begonnen.’

Jan heeft de beschikking over 2 hokken van 880 cm. Er zijn 9 afdelingen. De huidige stam is opgebouwd uit duiven van de Gebrs. Löwik, Wim Derksen en B. Annink allemaal uit Almelo, Henk Deenen uit Zevenaar, Harrie Kalter uit IJsselmuiden en met name Jan Peters uit Bemmel. Sinds 3 jaar zijn er ook Jellema duiven ingebracht. Op dit moment heeft de man uit Nijverdal 38 vliegkoppels en ongeveer 15 overtal duivinnen in een afdeling. Door de overlast van de roofvogels is dit in de loop der jaren ontstaan. Deze “vrienden” pakken veel meer doffers dan duivinnen met alle gevolgen van dien. Verder zijn er in totaal 18 kweekkoppels, inclusief de 2 duiven van Jelle Jellema.

De duivensport beleeft de gepensioneerde tandarts als hobby en tijdens zijn werkzame periode als geweldige ontspanning na een drukke dag. Alleen de marathonvluchten van de ZLU stelt hij als doel. Daarna moet de duivensport zich aanpassen aan zij gezin. Dit is helemaal geen enkel probleem. Zijn jongste zoon Luuk is ook helemaal gek van de ZLU vluchten en met zijn beperkte mogelijkheden doet hij het goed.

De winnende duivenedited

4e nationaal St. Vincent en 11e nationaal Marseille

De vroege duiven waren beide duivinnen. Voor de 7 jarige duivin was voor de tijd besloten dat het haar laatste wedvlucht zou zijn. Jan speelt de duiven op nest. De St.Vincent-duivin zat op een stand van 12 dagen broeden (deze duif heeft Jan in de hand op de foto). De Marseille-duivin op een jong van 5 dagen (linker duif op de foto hierboven).

‘De 058’ van 2008 won de 11e nationaal Marseille. In het verleden won ze een knappe prijs op Brive en een hele vroege op Cahors (bijna 1:100). Ze komt uit een doffer van Wim Derksen uit Almelo. In deze doffer zit 75% van het soort van de Gebr. Brügemann uit Assendelft. De vader van deze doffer was bij Wim een topper met 4 prijzen bij de eerste 80 tegen gemiddeld 1.250 duiven, waaronder de 4e Marseille tegen 1.025 duiven. De moeder van de goede St. Vincent-duivin komt van Jan Peters uit Bemmel. De vader van deze duiven is ‘de Super 36,’ die o.a. de 4e nat. Dax ZLU, 16e nat. Bordeaux en 23e nationaal Perpignan bij elkaar vloog. De broer van deze duif won in 2012 op de zware Marseille van toen de 12e nationaal.

‘De 015’ van 2012 won de 4e nationaal St. Vincent ZLU. De vader van deze goede duivin komt uit een goede duivin van Jan Peters en een doffer van het oude soort van Jan met onder andere bloed van de Gebrs. Löwik. Beide ouders van deze vader vlogen goed hun prijzen bij Jan. De moeder van deze Marseille-duivin won vier mooie prijzen op de marathonvluchten. Zij komt uit de oude fondlijnen van Jan, o.a. van het soort van Annink uit Almelo.

 

De voorbereiding

De duiven zijn op 3 maart gekoppeld en brengen hun eigen jongen groot. Ze worden tijdig gescheiden zodat ze geen nieuw nest krijgen. Ze vliegen, indien goed te pas, ieder weekend tot en met de eerste eendaagse fondvlucht. Daarna gaan ze niet meer met de container van de afdeling mee. De training van de duiven wordt dan door Jan zelf gedaan. De duiven krijgen de Premium voeders van de firma Matador, behalve voor de kweek, want dan krijgen ze van de firma Beyers, omdat ze hier minder van morsen.

Jan over de voeding: ‘Ik volg het voederschema van de firma Matador voor de fond met de bijbehorende mengelingen. Als bijproduct krijgen ze pinda’s en snoepzaad. Dagelijks verse grit en mineraalpoeder is vanzelfsprekend, zeker wanneer er jongen in het nest liggen.’

De medische begeleiding ziet er als volgt uit: Begin januari de enting tegen paratyphus. Drie weken later alle duiven tegen pokken. Drie weken later tegen paramyxo. Geen medicamenten worden voor de kweek gegeven. Blind wordt er tegen het geel gekuurd begin mei met ronidazol 10% gedurende 7 dagen. Na de laatste containervlucht ga ik op controle met de duiven naar Jelle. Mocht er iets zijn dan volg ik zijn advies op. Normaal zou ik halverwege de fondvluchten weer op controle gaan, maar omdat alles geweldig goed gaat wordt er niets gedaan. Never change een winning team !!’ En dat geldt ook voor eventueel ingrijpen tijdens het seizoen. De duiven worden na een fondvlucht 2 dagen in isolatie gehouden om ze goed te bestuderen. Daarbij krijgen ze een geelpil opgestoken. Is de mest weer goed dan mogen ze weer bij de groep. Jan ziet niets in natuurprodukten. Medicamenten als duivenvriend Jelle dit noodzakelijk vindt. Forme krijg je alleen door een excellente verzorging, prima huisvesting, goede juiste voeding en training met dagelijkse regelmaat.  De rest is flauwekul en slecht voor je portemonnee, is de duidelijke mening van Jan.

 

… Wordt vervolgd  …