Morgen is de feestmiddag van de Stichting Marathon Noord. Tijd voor een reportage van de Winnaar van de Supercup … mijn duivenvriend Harold Zwiers uit Den Ham!
Ruim twee jaar terug stond op Het Marathonduivenjournaal een serie over het maken van een plan. Alle aspecten van de duivensport kwamen langs en het belang er van. Als je praat over een liefhebber met een plan … dan is Harold Zwiers uit Den Ham een goed voorbeeld. Hij weet wat hij wil, weet voor duiven je daarvoor nodig hebt. Zoekt als het nodig is naar aanpassingen in de voorbereiding, begeleiding, training of hok. Dit alles wat nodig is ter verbetering. En héél belangrijk … is kritisch naar zichzelf toe als het niet goed genoeg gaat. De ware mentaliteit van een groot kampioen. Dit jaar vlogen Harolds duiven weer met de beste mee. Hij stond bij de top van de kampioenen van afdeling 9. Hij had de beste duif op de middaglossing van Marathon Noord en als klap op de vuurpijl won hij de Supercup in dezelfde competitie. Hij scoorde op alle zes de vluchten die hiervoor tellen: St. Vincent, Dax, Barcelona, Marseille, Bergerac en Perpignan. Een topprestatie!!!

De liefhebber
Harold Zwiers is inmiddels 48 jaar. Hij woont prachtig buitenaf … net buiten de woonkern van Den Ham, wat hoort bij de gemeente Twenterand. De gemeentenaam verraad al waar je Den Ham op de Nederlandse kaart kunt vinden. Om het wat specifieker te duiden … het ligt ten Noordwesten van Almelo. Op deze plek bewoont Harold samen met zijn vrouw Gerda een prachtig dubbel huis. Zijn ouders in de andere helft wonen. In de ruime tuin is genoeg ruimte voor zijn hobby tuinieren en natuurlijk zijn passie de duivensport. En wel de marathonduivensport, waar hij zich sinds 1998 op heeft toegelegd. Harold heeft de beschikking over verschillende hokken en rennen, die deels verrijdbaar zijn. Op het ene hok (13 meter) zitten de 40 koppels vliegduiven en op het andere hok (ruim 3 meter) zitten de 16 koppels kwekers. Daarnaast nog wat voedsterkoppels om wat eitjes onder te leggen van de beste koppels. Aan het kweekhok is een ruime ren gebouwd voor de ongeveer 80 jongen. Verder staan er op het erf een paar rennen. Eén om de vliegduiven in te laten douchen en extra buitenlucht te geven, metname in de wintertijd. In die periode zitten de duiven vast, anders zijn ze voer voor de roofvogels, die in grote getalen in deze omgeving aanwezig zijn. De andere ren gebruikt Harold om duiven tijdelijk te scheiden of om duiven in te doen die naar een verkoop gaan.

Stam duiven
De basis van de duivenstam van Harold bestaat uit nazaten van het topkoppel ‘1336’ x ‘Morssie.’ Dit koppel stamt voor het grootste deel af van duiven met het bloed van de stam van Jan Theelen. ‘De 1336’ is helemaal een Theelen en ‘Morssie’ is 50% Theelen en de andere helft is dochter van de 1enat. Perpignan van Jan Walpot en een zoon 1e nat. St. Vincent van Van Zelderen. Uit dit koppel stammen bijna alle duiven op het hok van Harold. Natuurlijk is er ander bloed doorheen gekruist. Vooral de duiven van Jelle Jellema doen het goed tegen de duiven uit het stamkoppel van Harold. Maar ook de duiven van, Arjan Beens, Gerrit en Jaco van Nieuwamerongen (uit de topkweker Carteus Giant) laten zich goed kruisen met het soort van Harold. Bij de beste ZLU-duiven zit vaak ‘De Deugniet’ in het bloed. Deze doffer presteerde zelf erg goed, zo won hij bij Harold o.a. de 1e Montauban in zone 3 van de NU (5e nationaal), maar zijn nazaten lijken nog beter te worden. ‘De Deugniet’ komt van P. Schoolderman uit zijn beste doffer. Verder heeft Harold nog wat nazaten van zijn oude fondsoort van het begin. Dit zijn Van de Wegens via Anton Ruitenberg. De duiven van Harold kun je kenmerken als superzacht van pluim, niet groot en niet klein met sprankelende ogen. Ogen doet Harold op zich niet zo veel, zegt hij, maar hij ziet graag een ouderwets ‘Aarden-oog’ (roodbruin, soms bont oog) tegen een staaloog. ‘Op een hok zonder staalogen zal je in deze tijd weinig topduiven tegenkomen,’ zegt Harold. Ik denk dat hij daar gelijk in heeft.

Kweekmethode
In de gesprekken die ik met Harold over kweken heb gehad, maakte hij onderscheid tussen het kweken van kweekduiven en van vliegduiven. Tijdens de opbouw van zijn fondstam probeerde hij goed x goed te kweken. Zoals iedereen kwam hij erachter dat niet alle goed x goed koppels goede jongen opleverden. Uit veel koppels kwam niets goeds en uit andere koppels juist relatief veel ‘goed spul.’ Het is goed om de bloedlijnen van de goede verervers vast te houden door middel van inteelt of lijnenteelt. De jongen die hieruit gekweekt gaan worden zijn weer bruikbaar als kweekduif, waarschijnlijk veel minder als vliegduif. De beste vliegduiven kweek je, volgens Harold, uit kruisingen van twee ingeteelde stammen. De laatste tien jaar heeft Harold samengekweekt met verschillende goede liefhebbers. Liefhebbers met een verwante stam op de hokken. Deze duiven worden tegen zijn verwante stam aangezet in de hoop dat er weer nieuwe topvliegers uit voortkomen. De duiven die Harold kweekt, waarbij goede kwekers verschillende keren in de stamboom voorkomen, gaan wel bij hem op de vlucht en de beste hiervan gebruikt hij om te kruisen. Ook met jaarlingen die hem op een of andere manier ‘aanstaan’ kweekt hij, om tegen wat oudere duiven te zetten.

Systeem
Jarenlang heeft Harold eind december al zijn duiven gekoppeld. De laatste jaren is dat wat later geworden, maar komend seizoen wordt weer teruggepakt naar het ‘oude systeem’. De eitjes van de kwekers en van de beste vliegers worden overgelegd, zodat hij daar 4 jongen van heeft, als alles meezit. Aan het begin van de lente heeft Harold dan zo’n 100 jongen gekweekt. Met deze methode is onze man uit Den Ham voor de voorbereidingen van het vliegseizoen klaar met kweken. De duiven worden dan op weduwschap ingespeeld en worden vervolgens voor de verschillende vluchten op een nestje gebracht. Enkele duiven blijven het hele seizoen op weduwschap. Deze duiven zitten dan gewoon tussen de nestduiven. Harold speelt veel op eitjes, maar er worden ook duiven op jongen gespeeld. Zeker aan het eind van het seizoen is dat handig om ze goed in de pennen in te kunnen korven. Aan het begin van het seizoen worden de duiven op gang gebracht met zoveel mogelijk relatief korte vluchten. Als het fondseizoen nadert moeten de vliegduiven twee maal per dag minimaal 1,5 uur trainen. Hierdoor komen de duiven in een goede conditie om de grote fondvluchten aan te kunnen. Nadat de duiven goed op gang zijn gekomen van de korte vluchten gaan ze verderop mee richting de midfond en als het in het programma past iets verder. In mei en juni wordt er ook mee gedaan aan de vluchten die ingemand worden in Hank. De duiven krijgen een goede mengeling van Beyers (Jellema Sport en Jellema Energie) voer aangevuld met snoepzaad, hennep, pinda’s en zonnepitten naar de fondvluchten toe. Hierdoor bouwen de duiven genoeg reserves op om het zware werk aan te kunnen. Medicijnen worden zo min mogelijk gebruikt op het hok van Den Ham. Uit voorzorg krijgen de duiven zo’n 4 weken voor de eerste overnachtvlucht een geelkuur en verder alleen iets als ze wat mankeren. Duivenvriend en dierenarts Jelle Jellema wordt geraadpleegd als Harold het niet vertrouwd, maar hij hoeft zelden in te grijpen. Dit jaar was het niet nodig. Harold is daar blij om, want hij houdt zijn duiven het liefst zo dicht mogelijk bij de natuur.

… wordt vervolgd …