In de loop van de geschiedenis zijn er veel goede kweekduiven geweest in de duivensport. Zo kennen de oudere melkers ‘de Moos’ en de ‘Saar.’ In de omgeving van Putten kent iedereen het topkoppel van Wouter van den Hoek, ‘Teen maal Baard.’ Zo zijn er nog wel een aantal op te noemen. In mijn schrijversperiode in de Fondkrant, kwam ik Koppel 1 en Koppel 2 tegen bij Paul van den Bogaard, waarbij Koppel 1 buitengewoon goed was. De laatste jaren is ‘Het Bonte Koppel’ van Nico Volkens als zeer waardevol gebleken tot in vele generaties. De laatste tien jaar is ‘Het Betuwekoppel’ enorm populair. En volgens mij geheel terecht. Uit dit koppel komen supervliegers en superverervers. In de eerste, tweede en derde generatie worden de goede genen doorgegeven, wat leidt tot geweldige vliegduiven. Hoogste tijd om eens na te vragen hoe dit allemaal is ontstaan. Dus in januari met mijn duivenvriend Corné naar Volendam.

 

De Geschiedenis

Gerrit Veerman is onlangs 69 jaar geworden. Hij heeft het met zijn gezondheid niet super getroffen de laatste jaren. Reuma en een hart die al de nodige aanvallen te verwerken heeft gekregen, zorgen ervoor dat Gerrit gedoseerd met zijn krachten om moet gaan. De laatste keer dat ik hem sprak was hij optimistisch en was hij tevreden hoe het lichamelijk met hem ging. Meer dan 60 jaar geleden, op zijn 6e jaar, startte zijn duivenloopbaan. Via een oom van zijn vader, de Brabander Jan Evers, kwamen de eerste duiven . Het waren zwarte Hornstra’s … ouderwetse Amsterdamse fondduiven en ze waren zwart … de lievelingskleur van Gerrit. Het eerste hok was op zolder van de garage garage van zijn Opa, en later werd een oud buitentoilet omgebouwd tot duivenhok. Vanaf zijn 14e jaar ging Gerrit als een echte Volendamse visser varen. In die tijd kreeg hij hulp van zijn broer Jan. Een aantal jaren later, Gerrit was inmiddels 22 jaar, ging hij trouwen en wonen in het huis waar hij bijna 50 jaar later nog woont met zijn vrouw. Vanaf het begin van zijn huwelijk ging Gerrit serieus met de duiven meespelen. Hij kon in die jaren niet elke week meespelen vanwege zijn werk op de vissersboot. De hulp werd ingeroepen van Wim Kes. Een topmelker in die jaren. Hij verzorgde de duiven doordeweeks als Gerrit weg was. Vanaf die tijd kwam er meer regelmaat in het spelen van de duiven bij Huize Veerman.

 

Overstap naar de Marathonvluchten

In 1984 is Gerrit zich gaan specialiseren op de grote fond, de marathonvluchten. De eerste paar duiven kwam van oud nationaal Pau-winnaar Cees Koks. Hij had een goed hok met Van Wanroy-duiven … veelal zwarte duiven. Een paar jaar later werden er 45 late jongen gekocht bij de Gebr. Jacobs uit Nes aan den Amstel. Gerrit heeft altijd goed geïnvesteerd, dat merkt u wel. Tussen die late jongen zat ‘de 19,’ die zich later ontpopte als de stamduivin van Gerrit. De achtergrond van deze duivin was een verzameling en mengeling van superfondduiven. Samen met duiven van Cees Koks kwamen er goede vliegers uit deze ’19 van Jacobs.’ Uit deze kruising gingen duiven naar onder andere Kies Niesten, die zich daar ontwikkelden tot goede duiven. Uit dit eerste stammetje (Koks maal Jacobs) kwamen goede duiven, maar ze misten de echte top. Gerrit ging op zoek naar duiven die dit niveau zouden ontstijgen. In 1995 ging hij naar de verkoop van de Gebr. van Giels uit Steenbergen. Deze mannen waren in het bezit van ouderwetse Aarden-duiven. Gerrit kocht hier 8 duiven. Hierbij zat de duif die later ‘De Oude 23’ zou worden genoemd. Een fenomenale vererver. Het goede soort van de Gebr. van Giels kwam niet alleen bij onze topper in Volendam terecht. Paul ten Have uit Silvolde, een leuk plaatsje in de Achterhoek had ook duiven van deze goed Aarden-stam. Paul had ‘de 777,’ die in 1989 de 1e nationaal Pau. Deze duivin werd gekoppeld aan haar vader, die nog bij de Gebr. van Giels zat. Een kind van deze inteeltkoppeling is de grootvader (via een dochter) van ‘Oude 23’ van Gerrit. De kant van de vader van ‘de Oude 23’ is ook van grote kwaliteit … hier zit een duif die 3 maal bij de eerste 61 nationaal van Barcelona vloog. De ‘Oude 23’ was een duif waar Gerrit mee verder wilde. Uit ‘de Oude 23’ komt onder andere samen met een duivin van IJs Kaptein de 12e Nat Barcelona en de 4e Nat Barcelona, samen met de 801 kweek duivin op hok Veerman.Hij ging de achtergrond bestuderen en zag dat ‘de 777’ van Paul ten Have de bron was van veel kwaliteit. Hier moest hij meer van hebben.

Gerrit Veerman praten met duiven

Gerrit begon viswinkels

Gerrit Veerman had een aantal viswinkels opgestart op diverse plaatsen in het land. Onder andere in Arnhem. Niet ver van de hoofdstad van Gelderland woonde Jan Peters in Bemmel. De prestaties van deze fondcrack vielen bij Gerrit op. Gerrit zag van een jonge duif van jan Peters een stamkaart. Hier vond hij ‘de 777’ van Paul ten Have terug. Dat was de aanleiding om in in 2002  2 jongen duiven bij Jan Peter te kopen. De eerste duiven waren twee jongen doffers deze kwamen uit ‘de Super 36.’ Deze doffer won o.a. 4e nationaal Dax, 16e nationaal Bordeaux en de 23e nationaal Perpignan. De moeder van deze duif was Slinke, die een 5e en een 21e nationaal St. Vincent won. Deze goede vliegduivin komt uit ‘De Henk’ (die 10 mooie overnachtprijzen won) met ‘de 986’ die de o.a. de 16e nationaal Perpignan won. In dit gekochte doffertje zat ook weer het goede bloed van ‘de 777’ van Paul ten Have uit Silvolde.Op de beurs in Rosmalen kocht Gerrit een duif van Jan. ‘De 909’ van 2003. In deze duivin zat jawel … ‘de 777’ van Paul ten Have, maar ook ‘de 131’ van De Weerd en de Blauwe Brouwers. Gerrit ging speciaal naar Rosmalen om dit duivinnetje te kopen. Vooral omdat het goede bloed van ‘de 777’ in dit duivinnetje zat. Later kocht Gerrit bij Jan Peters er nog een doffer bij.

 

… wordt vervolgd …