Sommige liefhebbers zie je jarenlang in de kop van de uitslag staan. Net als iedereen hebben ze ook weleens een minder jaar. Ze komen echter altijd weer op het hoogste niveau terug. Eén zo’n naam is die van Gebr. Löwik uit Almelo. Al tientallen jaren behoren zij tot de top van Oost Nederland op de middaglossing. Verder zijn het liefhebbers die een stam duiven hebben, die bij andere liefhebbers ook geweldig uit de verf komen. Anno 2017 staan ze als in zoveel andere jaren zelf weer in het spotlicht door 3e te worden op de middaglossing van Stichting Marathon Noord. Een kampioenschap die veel liefhebbers niet snel zullen verdienen, omdat de concurrentie heel sterk is. Deze broers uit Almelo hebben het voor elkaar gekregen.

De liefhebbers
Gebroeders Löwik is al sinds 1958 een begrip in de duivensport. Ben is 67 jaar en gepensioneerd. Hij was tot enkele jaren terug werkzaam op een accountantskantoor. Aloys is 72 jaar en hij had vroeger met een andere broer een installatiebedrijf. Dit bedrijf is er nog altijd. De start van de duivensport ging via vader Löwik. Aloys: ‘Pa was de aanstichter. Hij had een bouwbedrijf in Almelo met 100 medewerkers. Ons gezin had 8 kinderen (6 zoons). Hij zette een hok neer in de hoop dat één van de zonen met de duiven verder zou gaan. Pa vond duiven heel mooi, maar had er geen tijd voor. Ben is toen begonnen. Ben is beperkt door een verlamd been, wat hij heeft overgehouden, omdat hij op 3-jarige leeftijd polio heeft gehad. Hij kon niet goed sporten, al compenseerde hij dat met een enorme inzet. In die tijd namen vereniging geen leden aan met een beperking. De duiven verzorgen ging Ben prima af.’ Zo startten Aloys en Ben Löwik in 1958 met duiven. Eerst … 25 jaar op de programmavluchten van 100 tot 720 kilometer. Daarna, vanaf 1984, uitsluitend op de Nationale vluchten, vooral de grote fond. De successen kwamen gelijk al in 1985. Ze staan dit jaar voor de 10e maal op het podium van de grote fondclub VNCC, 20 maal bij de eerste 10 en 30 maal bij de eerste 20. En dat allemaal in 34 jaar.

Duiven gaan lang mee
De prestaties waren halverwege de jaren ’90 een paar jaar minder. Dit kwam door het verduisteren van de jongen. Ze verduisterden een aantal jaar de jongen voor de vluchten Orleans en Etampes welke meetelden voor het kampioenschap bij het VNCC. Ben: ‘Met de jongen ging het super, maar de nasleep was minder. Als jaarlingen kwamen ze niet best. Later kwamen ze wel weer wat beter. Toen zijn we toch van het verduisteren afgestapt. Verduisteren is goed voor de uitslagen maar tegen de natuur in. De jongen worden uitgemolken en daar heb je later last van. Een oude liefhebber zei eens tegen me: ‘Alles wat je tegen de natuur in doet, krijg je later op een slechte manier op je brood.’ Omdat wij alles zo natuurlijk mogelijk houden: niet verduisteren, niet bijlichten en geen medicijnen gaan de duiven lang mee.  Daarnaast worden ze zuinig gespeeld. Ze gaan maximaal op twee marathonvluchten mee per jaar. Kwekers kweken ook lang door. 15 jaar is redelijk normaal. En 18 à 19 jaar is geen uitzondering. Met een stam die zo lang meegaat heb je ook weinig nodig? Ben: ‘Ja, we hebben een hele ingeteelde stam. Drie jaar terug vijf duiven bijgehaald bij Ben Roodbeen en die in de ingeteelde stam gekruist en dat gaf weer nieuw elan aan de stam. 20 jaar terug ook gedaan met een paar duiven van plaatsgenoot Wim Derksen. Uit de topduiven van Wim en daar zijn we ook goed mee geweest. Zo’n inbreng (als het pakt) helpt je weer 10 jaar verder.’ De duiven van de gebroeders doen het ook goed bij andere melkers: o.a. 1e nationaal St. Vincent Henk Boertje (50% Löwik), Comb. Niks, Harold Zwiers (Black Beauty). De Black Beauty van Harold heeft het gebracht tot 9e Europese duifkampioen.

Stamopbouw
De stam van de Gebr. Löwik begint met het zogenaamde ‘Oud Koppel’. Dit zijn 2 zomerjongen in 1978 aangeschaft. De nazaten van dit koppel vlogen en vliegen nog steeds geweldig. Je kunt zeggen dat dit koppel formidabel vererft. Het is nu in 2017 nog steeds de basis van hun beste vlieg- en kweekduiven. Deze 2 zomerjongen van toen stammen beiden af van de beste fondduiven die in het oosten van het land hebben rond gevlogen.  De zwarte doffer kwam van Gerard Telgenhof, rechtstreeks uit zijn geweldige ‘Fonddoffer’, ras Aarden maal Hermans. De kraswitpen duivin kwam van Theo Klein Haarhuis uit zijn formidabele ‘41’, die toen gepaard zat aan een nichtje van hem. Het ras was Grondelaers maal Aarden. Nazaten van dit ‘Oud Koppel’ vormen nog steeds de basis van onze huidige kolonie. Omdat de mannen uit Almelo veel aan inteelt en lijnenteelt doen hebben ze door de jaren heen betrekkelijk weinig nieuwe duiven ingebracht als bloedverversing. Deze kwamen o.a. van Dick Stern en diverse duiven van origine Aarden, Lazeroms, van de Wegen en Theelen. Deze nieuwe duiven worden ingekruist op hun ingeteelde stam en vervolgens worden jongen hieruit zeer streng geselecteerd. Alleen het allerbeste mag blijven. Omdat Aloys en Ben behoorlijk veel aan inteelt doen, worden bijna elk jaar alle duiven omgekoppeld. Daarom hebben ze geen vaste stamkoppels. De laatste inbreng met succes komen zoals gezegd van Wim Derksen (zo’n 20 jaar terug) en Ben Roodbeen (3 jaar geleden).

Bergerac
Op Bergerac vielen op de kortste afstanden in de avond al duiven. Ben en Aloys wisten dat nachtelijke aankomsten voor de hand lagen op hun afstand. Ben heeft zijn rust nodig en die ging slapen. Aloys ging om drie uur in de nacht zitten. Op een gegeven moment Ben toch wakker. Het was nog vroeg in de nacht en hij ging maar even naar buiten. Hij had de bouwlamp de avond ervoor aangedaan. Na een tijdje werd het lichter en Ben zegt: ‘Ik ga de lamp uit doen.’ En opeens liep er een duif op de schuur van de buren en viel omdat het licht genoeg geworden was op de spoetnik. ‘Die had er voor drie uur waarschijnlijk al gezeten,’ vertelt Aloys, ‘Anders had ik haar gezien of gehoord. Wel heb ik die nacht nog nooit zoveel vleermuizen gezien.’

… wordt vervolgd …