Afgelopen woensdagavond vond in het Van der Valk-hotel in Veenendaal de zitting van de Tucht- en Geschillencommissie over ‘de Zaak Kees Droog’ plaats. Ondergetekende was daar als belangstellende aanwezig. Ik was niet van plan er een verslag van te schrijven. Echter … ik ben van gedachte veranderd, omdat deze zaken in de duivensport nu eenmaal ook spelen en invloed hebben op de beleving van de duivensport. In deze zitting kwam de ten laste legging aanbod tegen welk regelement mogelijk is ingegaan (oneigenlijk gebruik van een verboden stof), het onderzoek en de manier waarop dit onderzoek is uitgevoerd. Kortom de feiten waarop een mening gebaseerd moet zijn. Mijn intentie is om er een neutraal verslag van te maken zonder er conclusies aan te trekken. Dat is een moeilijke opdracht voor mezelf, omdat ik er wel degelijk een mening over deze zaak heb. Ik ga het toch proberen. Iemand is onschuldig totdat het tegendeel bewezen is. Dit werd ook in de zitting naar voren gebracht. Dit bewijs moet sluitend zijn. Mijn verhaal …

De voorzitter van de Tucht- en Geschillencommissie de heer Fidder opent de bijeenkomst waarin ‘De Zaak Droog’ wordt behandeld. In de zaal zit de Aanklager NPO, de heer Krijgsman, Kees Droog wordt vertegenwoordigd door de heer Krijnen der Kinderen en de heer Erik Droog. Verder zijn er deskundigen aanwezig dr. Derycke en dr. Veraart. De aanklacht is het oneigenlijk gebruik van het niet-steroïde middel (ontstekingsremmer) in de vorm van dicloflenac. In de redevoering van deskundige dr. Derycke vertelt hij dat er door het onderzoekscentrum in Utrecht de stof dicloflenac is aangetroffen in het mestmonster van het hok van de heer Droog. Het onderzoekscentrum spreekt zich niet uit of het monster positief is, dat is aan de onderzoeker of aanklager (De NPO). In de reglementen (deze zijn echter niet goed terug te vinden in de documenten … en de stof dicloflenac wordt niet expliciet genoemd) staat dat een stof als dicloflenac totaal niet is toegestaan (zero-tolerance) en dat bij de kleinste hoeveelheid al tot een positief oordeel zou moeten komen. De beschuldigde (Kees Droog) had recht op een contra-expertise. Dit zou hem € 3.000 kosten. De heer Droog zag hiervan af niet alleen vanwege het geld maar ook dat hetzelfde monster zou worden onderzocht en dat volgens de historie (in diverse sporten) van contra-expertise de uitslag dezelfde is als van het eerste onderzoek. Later meer over de conclusie van het onderzoekscentrum.

De aanklager van de NPO vond in zijn onderzoek genoeg bewijs om de aangeklaagde (dhr. Droog) in staat van beschuldiging te stellen en eiste een schorsing van 5 jaar waarvan 2 jaar voorwaardelijk. Hij liet in de strafmaat meewegen dat de verdediging heel scherp was in het schriftelijk betoog en niet met tegenbewijs kwam. Hierin stelt hij eigenlijk dat de heer Droog zelf zijn onschuld moet bewijzen.

De verdediging kreeg de gelegenheid zijn schriftelijk betoog toe te lichten. Hierin kwam naar voren dat de mest werd gepakt van de grond en het broedhok. Niet specifiek alleen van de winnende duif. In de reglementen staat dat de mest moet worden opgevangen in een schone mand met als bedekking een steriel doek. Er is helemaal geen duif apart gezet in een mand om zo mest te kunnen verzamelen. Verder hoort er bij het betreden van het hok overschoentjes aangedaan te worden. En dat er plastic handschoenen aangedaan moeten worden als de mest wordt gepakt en in potjes wordt gedaan. Dit alles is niet zorgvuldig of helemaal niet gedaan. Ook moeten er twee onderzoekers aanwezig zijn als het mestmonster wordt verzameld en dat was ook niet zo. Verder werd naar voren gebracht dat het mestmonster bevuilt kan zijn door nevensporen die buiten het mestmonster liggen. Dat kan zeker ontstaan zijn door het onzorgvuldig handelen van de controleurs. Met andere woorden dicloflenac heeft dus niet persé in het monster terecht te zijn gekomen door de mest uit het hok, maar kan bijvoorbeeld ook in het hok zijn gekomen, als het onder schoeisel van bezoekers heeft gezeten. Doordat er mest van de vloer is genomen is het dus heel goed mogelijk dat er dus op die manier de verboden stof in het monster terecht is gekomen. Dit wordt (cross-)contaminatie genoemd. De verdediging kon ook niet vinden of het onderzoekscentrum geaccrediteerd (bevoegd) is voor dit soort onderzoeken. Volgens dr. Derycke is dat wel het geval, want dat staat in een folder. Verder stelt het onderzoekscentrum zelf in een schrijven van de uitslag van het onderzoek dat volgens de richtlijnen de vaststelling van oneigenlijke stof definitief is … na een bevestigingsonderzoek. Dit onderzoek heeft niet plaats gevonden. Dr. Derycke zegt dat dit wel is gebeurd en hij weet dit na een onderhoud met het onderzoekscentrum. Hier zit een tegenstrijdigheid, die in de zitting niet tot duidelijkheid kwam wat er klopt en wat niet … het schrijven van het onderzoeksbureau of hetgeen dr. Derycke heeft omschreven. Volgens hem zou je het schrijven ook anders kunnen interpreteren. In deze onduidelijkheid is één ding duidelijk … of de verklaringen van dr. Derycke kloppen niet of de schriftelijke verklaring van het onderzoeksbureau klopt niet. Hierin schoot de Tucht- en Geschillencommissie tekort om deze onduidelijkheid … duidelijk te krijgen. Toen de verdediging dat aangaf, werd de heer Erik Droog uit de zitting verwijderd, omdat hij volgens de voorzitter van de Tucht- en Geschillencommissie dr. Derycke voor leugenaar uitmaakte. Terwijl hij in mijn ogen alleen de waarheid boven tafel wilde halen.

In het uiteenzetten van de argumenten van de verdediging om de onschuld van de heer Droog te bewijzen was er veel gehakketak over en weer. De Tucht- en Geschillencommissie is een groep leden van de NPO die als vrijwilligers een oordeel proberen te geven over tal van zaken die voorkomen in onze sport. Het is zaak dat deze commissie deze zaken zo neutraal mogelijk bekijkt en beoordeelt. Wat ik persoonlijk jammer vond, is dat in het gehakketak over en weer tussen de verdediging en de aanklager en vooral dopingdeskundige dr. Derycke, de verdediging diverse keren ‘op de vingers’ werd getikt door de voorzitter van de Tucht- en Geschillencommissie als respectloos en dat hij de tegenstrijdige verklaringen tussen onderzoeksbureau en dr. Derycke voorbij liet gaan zonder daar een kritische vraag over te stellen. Misschien was dat hem al duidelijk, maar voor de goede orde en gevoel van onafhankelijkheid had ik dat wel fijn gevonden. De voorzitter zei op een bepaald moment dat hij moeite had het verhaal op een rijtje te krijgen, zonder om opheldering te vragen. Ik vind dat niet sterk voor een voorzitter van een neutraal orgaan. De voorzitter zei ook dat hij niet het hele dossier had gelezen omdat het zo veel was.

De notulist van de Tucht- en Geschillencommissie de heer Meeuwsen stelde dr. Derycke een goede vraag: ‘Marathonduiven drinken vaak onderweg voordat ze het thuishok bereiken. Kan de gevonden hoeveelheid worden opgedaan tijdens dat drinken onderweg? Dr. Derycke geeft daar geen duidelijk antwoord op. Hij kan het niet uitsluiten, al is het niet denkbaar vanuit zijn ervaring.
Ook op de vragen van de verdediging aan dr. Derycke of cross-contaminatie/sleepspoor mogelijk was doordat de mest van de grond is opgenomen, gaf hij geen duidelijk antwoord of deze mogelijkheid aanwezig was. Aan het eind van de zitting zei hij hier wel iets over … dat leest u aan het eind van deze beschrijving van de zitting. Het is vreemd dat dr. Derycke opgeroepen wordt als onafhankelijk deskundige, terwijl hij als adviseur werkt voor de NPO op het gebied van dopingzaken. Onafhankelijkheid is dan niet helemaal gewaarborgd.

Deze zaak heeft een grote impact voor het hele gezin van Kees Droog. Het is zenuwslopend en ze krijgen naast veel steunbetuigingen ook veel bagger over zich heen. Dat gaat ze niet in de koude kleren zitten. Persoonlijk vind ik het dan kwalijk dat de aanklager NPO meerdere keren schamper zit te lachen als de argumenten van de verdediging hem niet geloofwaardig overkomen. Als vertegenwoordiger van de NPO vind ik dat niet bepaald respectvol naar de aangeklaagde toe. Hij werd hierin niet gecorrigeerd door de voorzitter. De verdediging was eveneens scherp, ook persoonlijk als de bekwaamheid van dr. Derycke in twijfel werd getrokken. Echter de verdediging bleef wel correct en hadden een duidelijke onderbouwing waarom zij deze standpunten innamen. Als je als verdediging vindt dat je ten onrechte wordt aangeklaagd dan haal je alles uit de kast om te bewijzen dat het onderzoek niet klopt en dat de bewijzen niet goed genoeg zijn. Dat de voorzitter van de Tucht- en Geschillencommissie eenzijdig corrigeerde vond ik wel jammer in dit proces.

Tot slot gaf de familie Droog aan dat je eigenlijk niemand in je hok mag laten. Geen muizen mag bestrijden of je hond medicijnen mag geven, want je zou maar dopingcontrole krijgen en oneigenlijke stoffen zouden op deze manier in je hok terecht gekomen zijn. Dr. Derycke snapt heel goed de bezorgdheid van de aangeklaagde liefhebber dat de oneigenlijke stof op een andere manier in het hok is gekomen dan door eigen toediening en dat dit vervelende gevolgen kan hebben.

De Tucht- en Geschillencommissie laat de mogelijkheid open dat een tweede (bevestigings)onderzoek alsnog wordt gedaan op het mestmonster zodat het duidelijk wordt of gevonden oneigenlijke stof (dicloflenac) definitief kan worden vastgesteld. De uitspraak over deze zaak wordt dus uitgesteld en de termijn is zeer binnenkort.

Tot zover de zitting van afgelopen woensdagavond.

jaco-handtekening

 

© Het Marathonduivenjournaal, Jaco van Nieuwamerongen

Dit artikel mag niet ergens anders, als op www.marathonduivenjournaal.nl, worden gepubliceerd zonder toestemming van de schrijver, dus ook geen link op andere sites of social media