De duivensport zit vol verrassingen. Soms zie je liefhebbers in de top van de uitslag staan waarvan je denkt: ‘Nooit van gehoord!’ Tegenovergesteld komt ook voor. Mensen die altijd goed mee doen op de verschillende vluchten, missen volkomen. Soms heeft het een oorzaak soms weet je het niet. Falen is nooit leuk, maar het gebeurt iedereen. Wijzelf gebruiken het om eens flink in de spiegel te kijken en hopen dan te zien waar we steekjes hebben laten vallen. Als je sommige liefhebbers spreekt als ze een keer een slechte vlucht hebben gehad, word je met het één na het andere excuus om de oren geslagen. En als je goed luistert, ligt de oorzaak ver van die liefhebber af … de spiegel staat zo ver weg, dat er nimmer in gekeken kan worden, zeg maar. U kunt zelf wel invullen welke excuses aangedragen worden. Terwijl het de liefhebber zelf is, die uiteindelijk de duiven heeft ingemand.

 

Ik kan me vluchten herinneren dat we slecht presteerde en dat we na veel wikken en wegen geen idee hadden wat de oorzaak was. De vlucht ervoor en de vlucht erna waren prima, maar de vlucht er tussen was bar en boos … zo slecht en er gingen geen mindere duiven mee. De duiven zijn onderzocht en geen enkel mankement kon worden ontdekt. Een paar weken voor die slechte vlucht was er bij een onderzoek ook al niets gevonden, dus … eigenlijk was dat geen verrassing … het was gewoon domme pech. Maar er zijn ook voorbeelden te noemen, waarbij wel een oorzaak gevonden werd. We begonnen een paar jaar terug met een vlucht uit Brive. We maakten een mooie uitslag en dat gaf goede moed voor de volgende vluchten. Twee weken later hadden we onze beste middaglossingsduiven mee op St. Vincent en de beste ZLU-duiven op Pau. Vol goede moed gingen we dat weekend zitten kijken … op beide vluchten gingen we er onderdoor. Onbegrijpelijk! Maandag met de duiven die thuiskwamen en de mest naar de duivendokter. Ze hadden een zware besmetting van haarwormen … dag vitaliteit … dag inhoud … dag mooie prestaties. De oorzaak was gevonden, maar een groot deel van het seizoen konden we op onze buik schrijven.

 

Dit jaar gingen we voor het eerst ons helemaal toeleggen op de ZLU-vluchten. De doelstelling was enkele duiven proberen te pakken bij de eerste 100 nationaal en heel misschien zou het lukken om een vaasje in de wacht te slepen (voor leken onder ons, bij de eerste 25 nationale concours van de ZLU). Op diverse vluchten werden we dit seizoen positief verrast. Vier duiven in 10 minuten op Agen en allemaal vier ruim bij de eerste 200 nationaal, de 21e nationaal St. Vincent ZLU (ons eerste vaasje), drie van de vijf duiven bij de eerste 160 van Marseille, waarvan één bij de eerste 100. En als klap op de vuurpijl 3e , 18e  en 40e nationaal Narbonne. Allemaal positieve verrassingen, waar we geen verklaring voor konden geven. Dat we knappe duiven hebben, wisten we wel. Ook andere liefhebbers vliegen behoorlijk goed met duiven bij ons vandaan, maar dat ze tot zulke mooie prestaties in staat waren en wel vier van de zeven vluchten, dat was een complete verrassing. Het seizoen kon niet meer kapot!

 

Dus gingen we met goed moed naar de laatste vlucht … Perpignan. Op de dag van inkorving ging ik op vakantie met Thea en de jongens en pa zou de duiven inkorven en kreeg hulp van de achterbuurman Jan van Laar met in de mand doen. Pa pakte de duiven en was metname over de doffers niet tevreden. Hij liet aan Jan zien waarom hij niet tevreden was … vieze poten! Jan zei nog: ‘Zal waarschijnlijk wel meevallen, de vorm kan niet in een week weg zijn.’ Pa vertelde mij het verhaal door de telefoon en ik dacht hetzelfde: ‘Zal wel meevallen, de vorm kan niet in een week weg zijn.’ Ik zei tegen pa: ‘Komt wel goed, zal misschien geen topuitslag worden dan, maar we zullen toch wel mee doen!’ Pa kreeg volkomen gelijk. De doffers misten alle 6 en van de 4 duivinnen pakte er nog één net een staartprijs. Een ervaren duif bleef weg en de bovenste van de lijst liep na twee dagen te wandelen bij een snackbar twee kilometer van huis. De vorm was dus duidelijk weg … de vieze poten waren daar een teken van. Maar hoe komt dat?

 

In de week erna belde pa een paar keer op. Op een dag vertelde hij: ‘Ik heb een paar jongen van de ouders af gedaan en de mest is me te nat. Bij de jongen van rond de 10 tot 14 dagen is de mest ook slecht. Ik heb twee jongen die niet goed groeiden weg gedaan. Wat kan ik hier het beste aan doen?’ Ik adviseerde pa twee dagen probiotica te geven en daarna twee dagen appelazijn. Daarna twee dagen schoon water en dan nog een keer het probiotica en appelazijn-verhaal te herhalen. Na 12 dagen was de natte mest geheel verdwenen. We waren weer thuis van vakantie en zag een hok stralende duiven. We zijn inmiddels ruim twee weken thuis en de duiven zijn levendig, vliegen ondanks de startende rui, of het een lieve lust is. De mest is als knikkers, net of er nooit iets aan de hand is geweest. Wat is nu de oorzaak geweest van de dip op Perpignan? … …. Ik denk en weet het bijna voor de volle 100% zeker … een lichte vorm van coli. Deze vorm is nauwelijks waarneembaar bij de oude als je ze in het hok ziet zitten, maar komt boven water na een inspanning … een fondvlucht of twee jongen grootbrengen.

 

Vaak heeft een slechte vlucht een oorzaak, niet altijd. Maar verdoe je tijd niet met excuses zoeken, maar probeer er achter te komen, wat er aan mankeert of wat er gemankeerd heeft. Daar word je uiteindelijk wijzer van en kom je de jaren erna verder.

 

jaco-handtekening