In het leven heb je maar enkele echte vrienden. Dat is niet zo erg. Scheelt veel verjaardagspartijen waar de één voor de ander … niet naar elkaar luisterend … door elkaar heen pratend… mekaar de loef probeert af te steken. Voor een nuchter mens als ik (met een burn-out verleden) niet de leukste bijeenkomsten. Je hebt dus een beperkt groepje echte vrienden. Mensen die je steunen in goede en slechte tijden. Ze nemen tijd voor elkaar, nemen elkaar serieus en luisteren. Naast die paar echte vrienden, zijn er mensen die je onregelmatig spreekt. Als je elkaar ontmoet, heb je een gezellige middag of avond en ga je met een goed humeur weer naar huis of sluit je met een glimlach de deur. Tot deze laatste groep hoort wat mij betreft Ad van Heijst. Een man zonder kapsones, terwijl hij intelligent is en veel kan. Een man die houdt van gezelligheid, oprecht is, maar zeker ook kritisch en realistisch. En natuurlijk een op en top duivenliefhebber, die uitgaat van goede duiven. Al het andere is ondergeschikt.

Stukje historie
Eind jaren ’80 van de vorige eeuw moest ik voor het vak Economie op de middelbare school een verslag maken over een non-profit organisatie. Als jonge enthousiaste duivenliefhebber dacht ik toen … De NPO-directie ga ik eens bevragen. Het bureau was toen nog in mijn woonplaats Veenendaal. Henk Ouderdorp en Ad van Heijst maakten in die tijd beleid. Zij hebben de organisatie klaargemaakt voor de toekomst (de toekomst van toen, die nu al weer geschiedenis is) en dat gedaan met maatregelen die in die tijd noodzakelijk waren. Persoonlijk vond ik het bijvoorbeeld een hele vooruitgang dat je in één woonplaats geen leden had in drie verschillende afdelingen. Na die periode is er weinig toekomstbeleid meer gemaakt tot het aantreden van het huidige bestuur. Naast goede ontwikkelingen zie ik nu ook verkeerde prioriteiten, wat vorig jaar gestalte kreeg met bijvoorbeeld het afschaffen van invliegduiven. Ook kreeg ik de indruk dat bepaalde takken van onze sport werden achteruitgesteld. Daar gaan we in dit verhaal maar niet verder op in. Al heeft de hoofdrolspeler in dit verhaal hier ook zijn zorgen over. Zo baalt hij van lossingen waarbij duiven gedwongen worden in de nacht door te vliegen, zoals de laatste Bergerac. En was hij redelijk woest dat de invliegduiven werden afgeschaft. Met Henk en Ad had ik eind jaren ’80 een goed gesprek. We kregen een klik en het contact met zowel Henk als Ad is tot op de dag van vandaag (bijna 30 jaar verder) nog steeds heel goed te noemen. In de jaren erna maakte ik als verslaggever van De Fondkrant verschillende reportages bij Ad en ook bij zijn vader Kees. Een geweldige stam duiven hadden Ad (op zijn adres) en Kees (op zijn adres) zitten. En wat mij altijd zou bijblijven, is het plezier dat vader Kees uitstraalde als hij het over zijn duiven praatte. Hij kon heerlijk vertellen over gewone duivendingen. ‘Jaco’, zei hij eens, ’Ad had hier de duiven gekoppeld. Toen ik ze los ging laten in het hok, hadden wat doffers en duivinnen van partner gewisseld. En weet je waar de beste jongen uitkwamen, Jaco? … Juist uit de koppels die waren gewisseld.’ Hij kon daar smakelijk om lachen. Dat zijn herinneringen die een leven als duivenliefhebber extra opfleuren en die je verder ook nog eens nuchter en realistisch maken.

De liefhebber
Ad van Heijst uit Wijchen is inmiddels 58 jaar. Hij heeft een eigen advies- en opleidingscentrum, wat Heel Opleidingen heet. Hij heeft duiven vanaf 12e jaar. Een man met een brok ervaring in de sport, die (zoals hijzelf zegt) nog regelmatig verrast wordt door zaken die onverwacht op zijn pad komen. Zowel positief (een topprestatie van een duif, waarvan hij het niet direct van had verwacht) als negatief (een uitbraak van een ziekte als paratyphus). Hij kwam ruim 45 jaar geleden in aanraking met onze sport door een neef. Dit familielid had een opgevangen duif. Die zou Ad meekrijgen toen hij daar met vader Kees op visite was. Uiteindelijk ging dat niet door. Op weg naar huis was Ad teleurgesteld en ging zeuren over die duif. Pa beloofde Ad twee duiven. Die kwamen er en werden in een konijnenhok gehuisvest. Later kwam er een klein hokje en het aantal duiven werd langzaam wat meer. Ad ging rond zijn 18e jaar studeren. Vader Kees nam de verzorging over. Hij kreeg plezier in de duivensport. Hij en Ad hebben toen heel wat jaren combinatie gevlogen. Kees werd voorzitter van de club en moest lid worden. In die jaren hadden ze duiven van Biemans via Cees van Heijst en een duif van Gertjan Knoop. Deze duiven deden het goed op de dagfond en overnachtfond. In 1986 ging Ad op zichzelf in een nieuwbouwwijk wonen. Daar bouwde zij een hokje van 6 meter en daar is nieuwe start voor Ad gestart. Er werd gevlogen met 16 koppels op dubbel weduwschap op de overnacht- en dagfondvluchten. Dat ging gelijk al goed. In 1988 de eerste 1e prijs op de dagfond op het nieuwe hok. Pa had thuis ook nog duiven op zijn adres en ze vlogen onder twee namen. In 1990 werd Ad kampioen van de afdeling voor Anton van Haaren. Dat was toen dé man! Halverwege de jaren ’90 verkocht Ad zijn hele vliegploeg. Hij had last van het ‘heilige moeten’. Hij vloog in die tijd op veel vluchten op de middaglossingsvluchten op teletekst. Ad: ‘Als ik dan de 11e nationaal speelde, was ik teleurgesteld. Dat is niet de bedoeling van een hobby.’ Het genieten was eraf en daar wilde hij naar terug. ‘Ik wilde weer genieten van de duiven samen met vrienden … gezellig kletsen onder het genot van een happie en een drankje. Daar is een hobby voor bedoeld.’ Dat is toen gelukt!

Ad en Theo Schmitjes zijn de eigendomsbewijzen aan het uitpluizen

Twee toppers
In 2011 werd Ad voorzitter van de Marathon Noord. In die tijd was er veel werk aan de winkel. Leuke dingen, maar ook mindere. De focus was toen minder op zijn eigen duiven. Hij zag in die periode dingen niet of te laat, wat ten koste ging van constante prestaties van de duiven. Toen Ad het stokje overdroeg, ging hij ook weer snel constanter spelen. Hij focuste zich op een ploeg van 90 duiven, die in de auto paste. De rest bleef thuis en zijn in latere jaren ingepast. Vanaf dat jaar, 2015, ging het beter. Hij speelde gelijk weer tweemaal teletekst: 5e nationaal Aurillac en 4e NPO Bergerac.
De eerstgenoemde duif was een doffer. Wat een bijzonderheid bij Ad is, omdat zijn beste duiven zijn meestal duivinnen. De vader van deze duif was een kleinzoon van twee toppers. De eerste was Miss Dax van vader Kees, die in 1996 1e nationaal Dax won. De tweede was Knoopje, een goede kweekdoffer van Gertjan Knoop. De moeder van de 5e nationaal Aurillac was Mieke. Deze duivin won twee eerste prijzen op de dagfond en een eerste prijs van Montauban. De vader van Mieke was duifkampioen Kring Nijmegen in 1999 (soort Koster en Vermeulen). De moeder van Mieke is een dochter van Miss Dax.
De 4e NPO Bergerac 2015 is een duivin van 2013. Zij komt uit een doffer, die is gekweekt uit een samenkweek. Dit waren duiven van Pieter Guelen en Wout Rutten. Deze mannen koppelden de duifkampioen van 2008 (Wout Rutten) tegen de duifkampioen van 2006 (Pieter Guelen). De moeder van de Bergerac-duivin is van het soort van Jan Ernest. We zien de Pau en de Zwarte Dax in deze moeder terug.

… wordt vervolgd …